Opinie

Jackie en Mona Lisa

Alweer 21 jaar dood, maar toch nog belangrijk genoeg voor een fototentoonstelling in galerie Joseph in het hartje van de Parijse Marais: Jacqueline Kennedy. Het is er vrij stil, maar dat kan ook komen doordat de expositie op haar laatste benen loopt.

Veel mooie, mij onbekende foto’s van Jackie: als kind, meisje, bedeesde verloofde van de latere president, steeds zelfbewustere presidentsvrouw, rouwende weduwe en ten slotte als door ziekte geteisterde burger van New York, in het zonnetje op de bank naast haar laatste partner, de diamantair Maurice Tempelsman.

In een uurtje krijg je een zo veelbewogen leven opgediend dat het je bijna duizelt. De makers hebben het zo positief mogelijk willen houden. Zelfs de allang doorgeprikte mythe van het romantische Kennedy-huwelijk wordt braaf in stand gehouden.

Haar merkwaardige keus voor scheepsmagnaat Onassis als nieuwe echtgenoot? Geen probleem. „Hij was goed gezelschap, ze had zijn geld niet nodig”, luidt een begeleidende quote van diplomate Pamela Harriman. Toch hield Jackie 10 tot 26 miljoen dollar – de schattingen lopen sterk uiteen – aan dit huwelijk over.

Terwijl ik er rondloop, vraagt een Française, die duidelijk jonger is dan ik, mij plotseling: „Weet u wie André Malraux was?” Ze leest een ingelijste brief die Jackie aan Malraux heeft geschreven. Achteloos geef ik het juiste antwoord, alsof ik alle naoorlogse Franse ministers van Cultuur persoonlijk gekend heb. Ik zeg er niet bij dat ik mijn kennis te danken heb aan de Nederlandse schrijver E. du Perron, die bevriend was met Malraux en veel over hem heeft geschreven.

Die brief, merk ik als ik hem zelf ga lezen, werpt een voor mij nieuw licht op Jackie. Zij is kennelijk als presidentsvrouw achter de schermen ijverig bezig geweest Franse kunstschatten tijdelijk naar de Verenigde Staten te halen. In de brief, persoonlijk van toon en geschreven vanaf haar Italiaanse vakantieadres, bedankt ze Malraux voor zijn steun bij het uitlenen van het beroemde schilderij Whistler’s Mother van James Whistler aan een museum in Atlanta.

Daarbij bleef het niet. In diezelfde periode - in 1963 - leende Frankrijk nota bene ook de Mona Lisa uit aan musea in Washington en New York. De curatoren van het Louvre waren fel tegen, maar president De Gaulle gaf persoonlijk zijn fiat. Hij was daartoe overgehaald door Jackie, die vloeiend Frans sprak en tijdens een bezoek aan Parijs met haar man in 1961 druk op hem had uitgeoefend. John Kennedy was groot voorstander van de deal omdat hij kunst als een manier zag om het politieke wantrouwen van de Fransen weg te nemen.

Ook Franse politici beschouwden het als een eer met de Kennedy’s te mogen verkeren. Slechts een paar dagen nadat zijn twee zoons bij een auto-ongeluk waren omgekomen, meldde Malraux zich voor de ontvangst van het echtpaar op het Élysée. Er bestaat ook een foto, genomen in de National Gallery of Art in Washington, waarop de echtparen Kennedy en Malraux samen met vice-president Johnson trots staan afgebeeld onder de Mona Lisa.

Pas jaren later bleek uit de memoires van de directeur van het Metropolitan Museum of Art in New York dat een ramp had gedreigd. Een brandblusinstallatie was bij vergissing in werking getreden en had een nacht lang de Mona Lisa met water besproeid – kennelijk zonder opvallende schade te veroorzaken.