Hoe ga je hier niet failliet aan?

Bouwers klagen over slechte samenwerking bij grote infrastructuurprojecten.

Rijkswaterstaat begint nu met de aanbesteding van Zuidasdok in Amsterdam, een project van 1,9 miljard euro. Projecten op een klein gebied zijn moeilijk op te knippen, zegt Rijkswaterstaat.
Rijkswaterstaat begint nu met de aanbesteding van Zuidasdok in Amsterdam, een project van 1,9 miljard euro. Projecten op een klein gebied zijn moeilijk op te knippen, zegt Rijkswaterstaat. Artist impression Rijkswaterstaat

Bijt nooit de hand die je voedt. Maar de bouwers die grote infrastructuurprojecten uitvoeren voor Rijkswaterstaat happen nu toch. Ze zijn ontevreden over hun opdrachtgever. De projecten zijn te groot, te risicovol en de samenwerking met Rijkswaterstaat gaat te stroef.

De kritiek klinkt luider, nu bouwers Ballast Nedam en Strukton lijden onder zware tegenvallers bij de verbreding van de A15 bij Rotterdam en de ondertunneling van de A2 in Maastricht. De verliezen zijn zo hoog, dat Ballast Nedam er bijna failliet aan gaat. Nee, het omvallen van een concurrent is niet erg voor je bedrijf. Maar wat als de volgende klus jóu nekt?

Het risico bestaat dat minder bouwers zich inschrijven voor grote projecten van Rijkswaterstaat, uit angst voor tegenvallers. Slechts drie partijen dingen nu mee naar de Beatrixsluizen in IJmuiden. BAM trok zich eerder al terug uit een tunnelproject onder de A2.

Rijkswaterstaat zegt te luisteren naar de kritiek en werkt met bouwers aan een nieuwe ‘marktvisie’ waarin staat hoe de partijen met elkaar omgaan. Die moet eind dit jaar af zijn. Maar de nieuwe spelregels gelden niet voor de grote projecten die Rijkswaterstaat nu aanbiedt: de verbreding van de A1 en A27 voor 260 miljoen euro, de renovatie van de Afsluitdijk voor 800 miljoen euro, en de autotunnel en het station bij de Zuidas voor 1,9 miljard euro.

Allemaal groot, allemaal complex. BAM-topman Rob van Wingerden: „Wij denken wel drie keer na voordat we inschrijven.” Vijf kritiekpunten.

1 De projecten zijn te groot

Projecten die meer dan een half miljard euro kosten, zijn moeilijk beheersbaar. Ze vragen zo veel coördinatie dat dit op zichzelf een risico wordt. Rijkswaterstaat moet zuinig zijn met megaprojecten, vindt Joep Rats, directeur economische zaken van brancheorganisatie Bouwend Nederland.

Rijkswaterstaat heeft al toegezegd „terughoudend” te zijn met projecten die meer dan 500 tot 750 miljoen euro kosten, laat de dienst weten. Toch begint nu de aanbesteding van Zuidasdok, voor een totaalbedrag van 1,9 miljard euro. Projecten op een klein gebied zijn moeilijk op te knippen, zegt Rijkswaterstaat daarover.

2 Bouwers dragen te veel risico’s

Het is vooral de verdeling van de risico’s die problemen oplevert, zegt BAM-topman Van Wingerden. „Rijkswaterstaat hanteerde lang het idee: de markt is verantwoordelijk, tenzij. De slinger is doorgeslagen.”

Bij de wegverbreding van de A15 namen de bouwers alle risico’s op zich, ook het risico dat de vergunningen op tijd binnen kwamen. Dat kostte de bedrijven veel geld. Van Wingerden: „Dat soort risico’s moet de overheid bij zich houden.” Een woordvoerder van bouwer Heijmans zegt hetzelfde: „Sommige risico’s kunnen beter door de opdrachtgever gedragen worden, bijvoorbeeld als ze buiten de verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer liggen.”

Rijkswaterstaat is al van werkwijze veranderd. De dienst hanteert niet meer het systeem dat bouwers moeilijk te beheersen risico’s op zich kunnen nemen, in ruil voor punten in de aanbesteding. Rijkswaterstaat: „Risico’s horen bij de partij die ze het best kan dragen en beheersen.”

3 Aanbesteden kost te veel

Meedoen met een aanbesteding kan wel 1 tot 4 procent van de totale opbrengst van een project kosten, zegt BAM-topman Van Wingerden. Als je de aanbesteding niet wint, ben je dat geld kwijt, wat bij grote klussen al gauw miljoenen zijn. Van Wingerden: „De overheid zou het traject korter moeten maken en minder uitgewerkte plannen kunnen vragen.” Als Rijkswaterstaat al die informatie toch wil, zegt Van Wingerden, zouden de dienst een hogere vergoeding moeten betalen.

Rijkswaterstaat laat weten dat net aanpassingen zijn gemaakt voor grote projecten: de aanbestedingsperiode wordt verkort en de eisen voor wat je moet inleveren worden versimpeld.

4 De verhouding is versteend

Oranjewoud, moederbedrijf van bouwer Strukton, klaagt in het jaarverslag over gebrek aan daadkracht bij Rijkswaterstaat. De dienst moet beslissen over betalingen van meerwerk aan de verbreding van de A15, maar is traag. Het bedrijf is boos: „De vervuiler moet betalen.”

In elk groot project gaan dingen anders dan verwacht, zegt Rats van Bouwend Nederland. „Er is altijd meerwerk. Maar iedereen schiet ervan in een kramp. Het is een feit dat bouwers en Rijkswaterstaat er samen niet goed uitkomen.”

Van Wingerden van BAM merkt dat opdrachtgevers zich heel scherp aan contracten houden. „Anders worden ze door instanties als de Rekenkamer op de vingers getikt. Maar bij een project kan een kolom bijvoorbeeld net ergens anders staan dan op de tekening. Dan kun je het gangetje er iets anders omheen leggen. Je ziet dat opdrachtgevers dat niet toestaan, omdat dat niet in het contract staat.” In grote, complexe projecten heb je enige flexibiliteit nodig, zegt hij.

Rijkswaterstaat bevestigt dat de verhoudingen „inderdaad te gejuridificeerd zijn op een aantal projecten. Maar we zoeken naar nieuwe vormen van samenwerking.” Zo wil Rijkswaterstaat een proef: de renovatie van de Nijkerkerbrug moet met zo min mogelijk regels gebeuren.

5 Rijkswaterstaat werkt ‘vechtcontracten’ in de hand

Nog steeds schrijven sommige bouwers te laag in op projecten. In het Financieele Dagblad wees oud-hoogleraar Hennes de Ridder van de TU Delft naar Rijkswaterstaat als de schuldige. Die zou de naar werk snakkende bouwbedrijven tegen elkaar uitspelen.

„Uiteindelijk bepaalt een marktpartij zelf de hoogte van de bieding”, reageert Rijkswaterstaat. Maar de dienst wil óók af van te lage inschrijvingen, zei topman Jan Hendrik Dronkers onlangs op een ‘marktdag’ met de bouwers. „Nu draait het in de praktijk om te weinig opdrachten, dus overcapaciteit en dus vechtcontracten. Rijkswaterstaat wil dit niet.”

Maar hoe voorkom je ‘prijsduiken’?

Vorig jaar meldde vakblad Cobouw dat het rekensysteem van Rijkswaterstaat acht keer meldde dat bouwers voor een te laag bedrag inschreven op een opdracht. Alle keren ging Rijkswaterstaat in gesprek en alle keren werd het toch overtuigd.

Misschien moeten die gesprekken toch indringender, oppert Rats van Bouwend Nederland. „Of Rijkswaterstaat stelt een regel in als: je mag maar maximaal zover afzitten van het gemiddelde inschrijfbedrag. Er zijn andere vormen mogelijk.”