Erfgoedwet wordt ruimer

Minister Jet Bussemaker (Cultuur, PvdA) is bereid de bescherming voor erfgoed in de Erfgoedwet uit te breiden tot de collecties van universiteiten, waterschappen en eventueel nog andere publiekrechtelijke lichamen. Dat bleek gisteravond in het Kamerdebat over de nieuwe wet, waarin een aantal bestaande regelingen wordt gebundeld en aangescherpt. In het wetsontwerp was de bescherming in eerste instantie alleen voorzien voor ‘onvervangbaar een onmisbaar’ erfgoed in bezit van Rijk, provincies en gemeenten.

Ook stemde ze na enige aarzeling in met het voorstel van D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold om een openbaar register op te zetten, waarin overheden die erfgoedstukken willen verkopen deze moeten melden. Dat wil Bussemaker alleen doen als de procedure simpel wordt en „niet leidt tot verzwaring van de administratieve lasten”. Daarna moet ook na een voorstel van D66 een wachttijd van 13 weken ingesteld worden, waarin het werk niet verkocht mag worden. Dat moet het mogelijk maken de „maatschappelijke discussie” rond verkoop van een omstreden stuk aan te wakkeren.

Bussemaker wees een voorstel af om „betrokken burgers” (vrijwilligers, schenkers) een beroepsmogelijkheid te geven tegen een besluit tot vervreemding, zoals CDA en SP hadden voorgesteld. Ze vindt dat de mogelijkheid die de wet aan de minister biedt om een besluit tot verkoop te vernietigen voldoende is.