Een beter mens, met chip die de wereld voor je opent

Brechtje de Leij is dol op en gespecialiseerd in technologie. Google Glass is slechts het begin van ‘wearables’. Ooit komt de wereld binnen via een geïmplanteerd ‘derde’ oog.

Brechtje de Leij
Brechtje de Leij Foto Eric Brinkhorst

Als Brechtje de Leij (38) het café binnenkomt waar we hebben afgesproken, weet ik natuurlijk al via Twitter dat ze die ochtend net de nieuwe Apple Watch heeft gekregen, als een van de eersten in Nederland. Ze moet er nog mee experimenteren: „Hij meet van alles, veel health-dingen... Ik vind hem wel heel dik. En een erg klein scherm. Onder Steve Jobs was hij vast nooit zo de wereld in gekomen.”

De Leij is gespecialiseerd in, en heel dol op, mobiele technologie. Apps. Wearables. Ze is sinds november Product Director bij IceMobile, een internationaal opererend bedrijf dat onder meer apps maakt om klanten aan supermarkten en andere bedrijven te binden. Daarvoor was ze de baas over de productontwikkeling bij nieuwssite nu.nl. Een groot deel van 2014 liep ze rond met de nerdigste bril die er bestaat: Google Glass. De Leij noemt zichzelf graag lady geek (vrouwelijke technologiefanaat). Computers komen steeds dichterbij, zegt ze: „Vroeger had je enorme ruimtes waar ze stonden, toen kreeg je ze in huis, op schoot, in je hand – en nu op je en aan je.” En zij wil álles proberen.

In januari stopte Google met de verkoop van Glass aan particulieren. De bril was geen succes. Omstanders voelden zich in hun privacy aangetast. Mensen met Google Glass werden gearresteerd in de auto, uit bioscopen en sauna’s geweerd. „De consument was er nog niet klaar voor”, zegt De Leij onderkoeld. „Zeker niet in die vorm.” De bril werd ook lelijk gevonden.

Maar De Leij hield van haar Glass. Vooral van „het concept van een slim computervriendje dat met je meekijkt en meedenkt”. Je voert zo’n bril je mail, je agenda, je vrienden, en allerlei apps die je interessant vindt.

Dat maakt elke ervaring met Glass anders, benadrukt De Leij. „Ik had veel nieuws, natuurlijk. Maar bijvoorbeeld ook een leuke mode-app: dan keek je naar iemands shirtje, en als je zei ‘Google, I want this’, zocht Glass waar je het kon kopen en de route naar de dichtstbijzijnde winkel.”

Niet elk bedrijf dat iets voor Glass ontwikkelt, begrijpt het, zegt De Leij. „The New York Times pushte elk uur een informatiekaartje: ‘we hebben zes nieuwe updates’. Die ga je echt niet bekijken. Iedereen die ik kende met Glass dismisste ze. En dan zegt de NYT: wij zitten ook op Google Glass. Nou, nee! Je tolereert op je telefoon vrij veel crap, maar hier niet.”

Google Glass geeft daardoor meer rust, zegt De Leij. „Op je telefoon ben je soms uren bezig met het verversen van Facebook, Twitter, e-mail, nieuws. Maar daar is Glass niet voor bedoeld. Als jij hem niks vraagt, of als niets in je omgeving je Glass triggert, is dat ding gewoon uit. En als hij in je agenda ziet dat je onderweg bent naar een afspraak zal hij je niet storen. Als hij weet dat je vrij bent, dán kan hij zeggen: weet je dat om de hoek een leuke tentoonstelling is?” Als je hebt ingesteld dat je daarin geïnteresseerd bent.

Idealiter legt de bril dus een slim laagje over de wereld. „Uiteindelijk ben je weer real time bezig met de échte wereld”, zegt De Leij, „in plaats van dat je zo’n schermpje wordt ingezogen.” En word je dus een beter mens met meer (computer)kennis. „De interessantste toepassingen”, zegt De Leij, „liggen trouwens bij business-to-business. Je kunt live hangouts doen.” Vergaderen dus. „Of chirurgen kunnen met hun Glass op opereren. Dan kan de hele wereld meekijken.” Dit is nog maar het uitprobeerstadium, zegt ze. „De iPhone van de wearables moet nog komen. Ik ben ook benieuwd waar de Apple Watch straks in het ecosysteem past.”

En dan komen de volgende stappen. Je kunt nog, zegt De Leij, „van aan naar in gaan”. Technologie implanteren, dus. Chips onder de huid in plaats van (toegangs)pasjes. Misschien, ooit, een geïmplanteerde camera op het voorhoofd, als ‘derde oog’, al moet De Leij om dat idee nog een beetje lachen. „En er gaan steeds méér dingen meedoen.” Straks zit er intelligente technologie in je koelkast, je thermostaat, je verlichting, je kleren. „Nu verloopt de communicatie met dat soort dingen nog via ons, maar straks gaat je kleding met je thermostaat praten – ze heeft het koud, zet de verwarming maar wat hoger. Of je bank voelt dat je zwaarder bent geworden en vraagt je koelkast om de ijsjes te verstoppen.” Dan word je een slim systeem met je huis erbij.

En met „een setje nieuwe neuroses”, verwacht De Leij. Sommige mensen zijn heel angstig als ze hun telefoon niet bij zich hebben, of denken voortdurend ten onrechte dat hij piept of trilt. Straks gaan mensen zich misschien zorgen maken of hun hartslag en bloeddruk wel goed zijn. En of hun kleren wel de goeie dingen tegen hun thermostaat zeggen...