De Democraten hebben nu hun eigen Tea Party

Steeds vaker keren Democraten zich tegen plannen van de regering-Obama. Ze willen een linkser profiel voor hun partij: opkomen voor de middenklasse en een hoger minimumloon.

Bernie Sanders (Democraat) wil dat zijn partij zich richt op de middenklasse.
Bernie Sanders (Democraat) wil dat zijn partij zich richt op de middenklasse.

De komende weken wil Barack Obama één van zijn belangrijkste wetsvoorstellen door het Congres loodsen. Als het aan hem ligt, krijgt hij het mandaat om een handelsakkoord met elf landen rond de Stille Oceaan in één keer aan het Congres voor te leggen, dat vervolgens geen wijzigingen meer kan aanbrengen. De Republikeinse meerderheid is vóór een dergelijke trade promotion authority, want handelsakkoorden zijn goed voor de economie.

En Obama’s eigen Democraten? Die weigeren, op een enkeling na, in te stemmen met het plan. Handelsakkoorden vergroten de werkloosheid in de Amerikaanse midden- en onderklasse. Goedkope arbeid zal eerder in het buitenland worden verricht.

Het thema vrijhandel laat perfect zien hoe snel de partij naar links opschuift. Democraten creëren meer afstand ten opzichte van de regering-Obama. Ze vallen de president aan op onderwerpen waarin hij de progressieve idealen van de partij zou verloochenen. Het argument keert in ieder debat terug, of het nu gaat over verlenging van de Patriot Act, immigratiehervormingen of de economie.

Zes jaar lang vormden de Democraten een redelijk gesloten front. Maar het grote verlies bij de tussentijdse verkiezingen in november heeft tot een debat geleid over het fletse profiel van de partij. Bang om kiezers in het midden van zich te vervreemden, kozen de Democraten voor een campagne zonder progressieve boodschap. Het resultaat: de partij is haar meerderheid in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat kwijt.

Niet alle Democraten willen Hillary

De presidentsverkiezingen van 2016 hebben dit debat verhevigd. Natuurlijk is Hillary Clinton de grote favoriet om de voorverkiezingen te winnen. Mogelijk serieuze concurrenten durven een tegenkandidatuur niet eens aan.

Maar de kracht van Clintons tegenkandidaten Martin O’Malley, oud-gouverneur van Maryland die zich dit weekend meldde, senator Bernie Sanders en (zonder mee te doen) senator Elizabeth Warren is niet dat ze politieke macht hebben. Er zijn geen geldschieters, er is geen organisatie, ze hebben alleen ideeën. Het zijn stuk voor stuk bewakers van de progressieve cultuur. Ze dwingen de Democratische partij over linkse thema’s te praten. En ze geven een stem aan een breed ongenoegen in de partij over de kandidatuur van Hillary Clinton.

O’Malley en Sanders willen dat de partij zich weer richt op de worstelende midden- en onderklasse, die nog altijd een laag minimumloon verdient. O’Malley zei dit weekend dat hij voor een agressieve herverdelingspolitiek is: hogere belastingen voor rijke Amerikanen, meer geld voor sociale voorzieningen. Sanders gaat verder. Hij wil een landelijk minimumloon van 15 dollar per uur (nu 7,25 dollar).

De afgelopen jaren zagen de Democraten hoe de Republikeinse Partij verdeeld raakte door de conservatieve Tea Party. Maar in feite hebben de Democraten nu hun eigen linkse Tea Party: populistisch, activistisch en op zoek naar de kernwaarden van de partij.

Idealisten versus realisten

De Democratische Partij heeft altijd twee scholen in zich verenigd: de idealisten en de realisten. De realisten zeggen: de zwevende kiezer heeft gematigde ideeën, die moeten we bereiken. Kijk naar Bill Clinton. Of Obama in 2012. Zonder al te veel progressieve ideeën komen we het verst.

De idealisten zeggen juist: onze achterban is groot, maar gaat zelden stemmen. Als we die groep niet enthousiast kunnen maken, stevenen we af op een nederlaag. Zie Al Gore in 2000, John Kerry in 2004, en de nederlaag bij de tussentijdse verkiezingen in november vorig jaar.

Bovendien wordt Amerika in veel opzichten linkser. Er is sinds kort brede steun voor het homohuwelijk, versoepeling van het immigratiestelsel en een hoger minimumloon. Progressieve kiezers zijn boos over het uitblijven van grote hervormingen op Wall Street en de interventies in het Midden-Oosten.

De opkomst van progressief-links verandert de dynamiek bij de Democraten. Hillary Clinton moet zich van haar ideologisch zuivere kant laten zien. Onlangs pleitte ze in Las Vegas voor een grote immigratiehervorming. Ze zei dat het economische systeem „nog altijd ten gunste van de top” werkt.

Voor Obama vormt het linkse ontwaken in eigen partij een probleem. Democraten in het Congres, sinds kort in de minderheid, zijn niet langer loyaal aan hun partijgenoot in het Witte Huis. Nu het einde van de Obama-jaren in zicht komt, willen Democraten weer zeggen wat ze willen, niet wat ze moeten. Het resultaat voor Obama is een verdeelde partij. En meer problemen in Washington.