Dansende Arabieren? Doe maar niet ...

‘Dancing Arabs’ zou als filmtitel te gewaagd zijn. Waarom? Over Palestijnse, Israëlische, Joodse en Arabische identiteit.

De Palestijn Eyad (Tawfeek Barthom) is verliefd op de joodse Naomi (Daniel Kitsis) in Dancing Arabs.
De Palestijn Eyad (Tawfeek Barthom) is verliefd op de joodse Naomi (Daniel Kitsis) in Dancing Arabs.

Nederland is een van de weinige landen ter wereld waar Dancing Arabs gewoon Dancing Arabs mag heten. Bijna overal is de titel van de nieuwe film van de Israëlische regisseur Eran Riklis veranderd. Mon fils – mijn zoon – heet hij in Frankrijk. About Identity – over identiteit – in Amerika. Mein Herz tanzt – mijn hart danst – in Duitsland.

Al die titels dekken een stukje van de lading. De film verhaalt immers van de Palestijnse scholier Eyad die de identiteit van een joodse vriend aanneemt. „Maar zodra je een film maakt met Arabieren in de titel is iedereen op zijn hoede”, zegt de regisseur via Skype vanuit zijn woonplaats Jeruzalem. „En dansende Arabieren al helemaal. De angst is dat Arabieren zouden kunnen denken dat je ze niet serieus neemt. Of dat het een politieke film is. Terwijl het gewoon de naam van het boek is waar de film op is gebaseerd. Van een Palestijnse schrijver.”

U zegt dat men bang was dat het een politieke film is, maar is het niet ook een politieke film?

„Nee, ik denk het niet. Al mijn films hebben met politiek te maken, maar dat maakt ze nog niet tot politieke films. Maar het is complex. Want het is ook geen liefdesverhaal in hedendaags Tel Aviv tussen twee lieve joodse kinderen die geen problemen in hun leven hebben. Het is van meet af aan duidelijk dat mijn keuze om een film te maken over iemand die deel uitmaakt van de Arabische minderheid in dit land, een politieke keuze is. In die zin heb ik wel een agenda. Ik hoop dat mensen na afloop iets meer weten over de problemen van het Midden-Oosten, maar dat ze ook worden aangezet om na te denken over de situatie in hun eigen land. De problemen met minderheden spelen overal.”

Is het überhaupt mogelijk om in Israël een film te maken die niet politiek is?

„Twee punten: de meeste films die internationaal worden vertoond hebben die politieke invalshoek, omdat dat is waar de mensen in het buitenland nieuwsgierig naar zijn, de politieke complexiteit van het Midden-Oosten. Romantische komedies of politiefilms kunnen ze zelf wel maken. En ten tweede, aangezien de Israëlische film afhankelijk is van subsidie is er de neiging om te kijken of die films tenminste ergens over gaan. Die relevantie hoeft niet per se politiek te zijn. Maar er is nou eenmaal een conflict dat op vijf minuten afstand van hier begint. Dus speelt het ook hier al. Ik vind dat het mijn verantwoordelijkheid is om het daarover te hebben.

„Toch was voor mijn ontwikkeling als filmmaker iets anders belangrijk. Namelijk het boek One Flew Over the Cuckoo’s Nest, later verfilmd met Jack Nicholson. Randle McMurphy, de man die in opstand komt tegen en ten onder gaat aan het systeem, is mijn grote held. Over dat soort mensen wil ik films maken.”

Hoeveel McMurphy zit er in Eyad?

„Hahahaha. Alles! Al is hij een heel lieve, milde McMurphy. Zonder de energie van Jack Nicholson. Het Randle McMurphy-principe is dat je misschien wel weet wie je bent, maar dat je identiteit voortdurend onder druk staat. En dat het behoud van je identiteit samengaat met een zoektocht naar rechtvaardigheid, of het nou persoonlijk, sociaal of politiek is.”

Is Eyads zoektocht naar identiteit iets waar een jong joods publiek in Israël zich makkelijk mee kan identificeren, alsof het een gewoon coming-of-ageverhaal is?

„In de film zit een scène waarin Eyad bij een bushalte wordt uitgescholden. Een controversiële scène, want discriminatie en racisme zijn taboe in de Israëlische film. De jongen die dat speelt, is behoorlijk getypecast. Hij is een amateur die ik op straat tegenkwam, echt conservatief, fel tegen Arabieren etcetera. Na de première stuurde hij me om vijf uur ’s ochtends een sms om te zeggen dat hij na afloop van de film uren heeft moeten huilen.

„Het gaat het mij niet eens om mensen die Arabieren haten. Haat is niet het ergste. Weet je wat het ergste is? Onverschilligheid. Mensen die denken dat het allemaal wel best is zolang het ze zelf maar niet raakt. Die mensen wil ik liever bereiken en zeggen: ‘Kijk eens om je heen naar de mensen die nu onzichtbaar voor je zijn.’”

Eyad is net zoals alle personages in uw films iemand die niet voortdurend grenzen overgaat.

„Ik denk dat de mens om zichzelf en de ander te ontmoeten voortdurend grenzen over moet. Niet iedereen doet, durft of kan dat. Zij die dat niet doen ontwikkelen zich niet, of dat nu persoonlijk, cultureel of in de geschiedenis van de mensheid is. Dat brengt ons weer bij die onverschilligheid, die onze grootste vijand is. Als je dat op de politieke situatie projecteert, niet alleen in het Midden-Oosten, maar in de hele wereld, dan heb je de kern van het probleem. Niemand neemt risico’s, niemand gaat grenzen over, niemand gaat naar de ander toe. We missen op dit moment mensen die zeggen: ‘Fuck it, laten we iets gaan doen. Laten we vrede sluiten.”