Coalitie weet Van Rijn om te praten

Morgen moet staatssecretaris Van Rijn (Zorg, PvdA) zich opnieuw verantwoorden voor zijn handelen in de pgb-zaak.

Zekerheden bestaan niet in het pgb-dossier: niemand in Den Haag waagt zich aan al te stellige voorspellingen. Maar veel wijst erop dat staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) het Kamerdebat over de persoonsgebonden budgetten (pgb’s), morgen, zal overleven.

Dit debat werd twee weken terug op het laatste moment afgeblazen. Nadat vicepremier Asscher (Sociale Zaken, PvdA) in een Haagse lunch van D66-leider Pechtold te horen had gekregen dat diens partij overwoog het aftreden van Van Rijn te vragen, hing het politieke leven van de staatssecretaris aan een zijden draadje.

Van Rijn nam eerder het standpunt in dat steun van de oppositie voor hem elementair was om zijn zorghervormingen met voldoende gezag uit te voeren. Tegen die achtergrond leidde Pechtolds waarschuwing tot paniek in de coalitie, zodat de PvdA ineens uitstel van het debat aanvroeg.

Het gaf PvdA en VVD tijd op Van Rijn in te praten. In de coalitie en in de omgeving van de staatssecretaris wordt nu beaamd dat hij zijn positie heeft herzien: hij is van plan óók aan te blijven wanneer de voltallige oppositie een motie van wantrouwen tegen hem zou steunen. VVD en PvdA beschikken samen over 76 van de 150 Kamerzetels, en de kans lijkt klein dat Kamerleden van de coalitie Van Rijn ten val willen brengen.

Het neemt niet weg dat het pgb-dossier het aanzien van de staatssecretaris wel degelijk heeft aangetast.

Illustratief is de opstelling van de ChristenUnie, normaal geen partij die vooraanstaat bij het opzeggen van vertrouwen in bewindslieden. Maar voorafgaande aan het afgezegde Kamerdebat van twee weken terug had CU-Kamerlid Carla Dik-Faber al geregeld dat zij na dit debat extra fractieberaad nodig zou hebben.

„Ik hield het toen al voor mogelijk dat wij als fractie het vertrouwen in de staatssecretaris moesten opzeggen”, aldus Dik-Faber.

Gisteren vertelde ze dat haar twijfels sindsdien niet zijn weggenomen. Vorige week hield de Kamer hoorzittingen die in de ogen van Dik-Faber bevestigden dat „de problemen in dit dossier erg groot blijven”. Dus ook morgen houdt haar fractie rekening met extra beraad „om definitief te besluiten of we het vertrouwen opzeggen”.

De problemen van Van Rijn worden versterkt door het uiteenvallen van de ‘C3’ (D66, CU, SGP), de oppositiepartijen die de begroting van de coalitie de laatste jaren steunden. Hierdoor voelt ook D66 niet de geringste belemmering meer de confrontatie met het kabinet te zoeken. Waar ze in D66 benadrukken dat de partij puur wordt gedreven door zorgen over het pgb-dossier, smalen ze in de coalitie dat Pechtold zijn verlies aan politieke relevantie zou willen bestrijden.

Twee weken geleden probeerde de coalitie een beschermingswal voor Van Rijn op te trekken door ook staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) naar het pgb-debat te roepen. Klijnsma is verantwoordelijk voor de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die zoveel problemen heeft met de uitvoering van de pgb’s. Maar omdat Van Rijn eerder zelf de verantwoordelijkheid voor de SVB in dit dossier opeiste, zijn oppositiepartijen niet van plan hun kritiek op Van Rijn af te zwakken door Klijnsma hard aan te vallen.