Als ramptoerist naar bevrijd Koeweit

In Koeweit, de laatste etappe in mijn tour langs Arabische Golfstaten, wilde ik de resten zien van de Iraakse bezetting. Dus op naar de Mutla Ridge ten noordwesten van Koeweit-Stad, op de beruchte Snelweg van de Dood. Ramptoerisme, kunt u zeggen. Vluchtende Iraakse colonnes liepen daar in februari 1991 vast op een wegversmalling op de hellingen van de A80 naar Irak – en werden door de overwinnende coalitie afgemaakt. Honderden Irakezen vonden er de dood. Volgens de toenmalige Amerikaanse stafchef Colin Powell was het bloedbad de reden om een eind te maken aan de oorlog, omdat „de televisiebeelden de indruk begonnen te maken dat we bezig waren aan een slachtpartij ter wille van het slachten”.

Niks meer te zien. Een onbemand checkpoint. Links-rechts legerkampen. Woestijn met hier en daar een kameel.

Ook verder is er bijna 25 jaar later weinig dat herinnert aan de bezetting. Terwijl de Irakezen toch hebben huisgehouden. Er zijn twee kleine, verstofte musea – een soort wat groot uitgevallen kijkdozen. Misschien het schokkendste monument vond ik de toestand van het Nationaal Museum, dat destijds helemaal werd leeggeroofd en in brand gestoken. Het is natuurlijk een onbedoeld monument, en eerder een bewijs van Koeweits onvermogen. Het herbergde tot de Iraakse inval een van de mooiste collecties islamitische kunst in de wereld. Veel is teruggevonden, en wordt tijdelijk getoond in het Amricani Cultureel Centrum, dat zijn bestaan in de jaren dertig begon als ziekenhuis. Maar een kwarteeuw was kennelijk niet genoeg om het museum weer op te bouwen, hoewel je zou zeggen dat er in het emiraat geld genoeg is. Maar geen ambitie kennelijk. Het deel van het museum dat nu toegankelijk is, huisvest een paar vitrines met Chinees blikken speelgoed.

Genoeg gegromd. Koeweit is namelijk vrij en dat is een interessant verschil met de grote delen van Irak en Syrië die door de Islamitische Staat zijn bezet. U kunt aanvoeren dat het geen haar had gescheeld of de Koeweiti’s waren niet bevrijd – mevrouw Thatcher moest wel Bush sr. bij de les brengen: „Remember, George, this is no time to go wobbly.” Maar in zeven maanden werd een coalitie van 34 landen gevormd, Saoedi-Arabië overgehaald een ongelovige troepenmacht toe te laten (weliswaar met het dubieuze argument dat Irak ook het koninkrijk ging binnenvallen), en Irak uit Koeweit geslagen.

En nu? Obama heeft bijna negen maanden geleden 62 landen tegen de hoofdafhakkers van de kalief verenigd. Natuurlijk wisten we dat die niet de Islamitische Staat gingen wegvagen, geen grondtroepen immers. Maar zelfs de luchtaanvallen halen weinig of niets uit, getuige de recente val van Ramadi in Irak en Palmyra in Syrië. Ik denk dat een deel van het probleem is dat de deelnemers niet echt geïnteresseerd zijn, zoals destijds wel in Koeweit. Saoedi-Arabië bijvoorbeeld zou veel liever een heel grote coalitie smeden om Iran uit het Midden-Oosten weg te slaan. Of Assads regime omver te werpen. Intussen lacht de kalief zich dood.