Opinie

Wie is bang voor financiële activisten?

De topman van elke beursgenoteerde onderneming weet dat de dag een keer kan komen. Dat ’ie op de stoep staat. De financiële activist. De belegger die de lieve bedrijfsvrede komt verstoren. Die de nodige aandelen heeft en een plan lanceert dat het roer om moet. Dat de zittende bestuursvoorzitter en zijn collega’s en hun raad van commissarissen misschien niet de beste mensen zijn om dat uit te voeren.

Financiële activisten doen het nooit alleen voor zichzelf. Ze hebben altijd een hoger doel. Hogere concrete rendementen voor alle aandeelhouders van het bedrijf, bijvoorbeeld. Of een hogere kwaliteit van leven, voor de hele mensheid.

Financiële activisten heb je in twee varianten: de rendementsdenkers en de rendementsredders.

De rendementsdenkers zijn de speculatieve beleggers zoals hedge funds en verwante speculanten die over de wereld zwerven om zoek naar achterblijvende ondernemingen waar nog iets te verbeteren valt. En dus iets te winnen is. Het archetype? Gordon Gekko in Wall Street, de film. Zijn credo: Greed is good. Leve de hebzucht.

Op wereldschaal gaat het ‘maar’ om tientallen geldbeheerders, maar zij hebben zeker 100 miljard euro te besteden en kunnen ook nog extra geld lenen bij banken.

Activisten komen met plannen voor reorganisaties, saneringen, extra dividenden. Of ze eisen dat de onderneming wordt verkocht aan de hoogste bieder. Fameus voorbeeld is The Children’s Investment Fund dat in 2007 de verkoop van ABN Amro wist te orkestreren. TNT in Hoofddorp werd door twee activisten opgebroken in een post- (PostNL) en een pakketbedrijf (TNT Express). Op dit moment maakt een Amerikaanse activist, Third Point, DSM nerveus. En achter de schermen gebeurt vast nog meer.

De rendementsredders, de andere variant van de activisten, werken juist graag in de schijnwerpers, niet achter de schermen. Juist in alle openheid denken zij meer invloed te verwerven. Zie het optreden van vakkenvuller Soufian Afkir op de aandeelhoudersvergadering van Ahold, waar hij in zijn halve pak de halve jeugdlonen aan de orde stelde.

De activisten die de wereld willen redden zijn al lang geen geitenwollensokkentypes meer. Zij zijn de taal van beleggers gaan spreken. Zij bundelen kapitaal van kerken, universiteiten, vakbonden, groene beleggers en lokale overheden. Zij waarschuwen voor dreigende verliezen bij oliemaatschappijen als Shell en BP, als hun reserves straks veel minder waard blijken te zijn als overheden serieus klimaatbeleid voeren tegen fossiele brandstoffen. Zij appelleren aan de belangen van de rendementsdenkers (als het mis gaat, zijn jullie je geld kwijt) en aan hun eigen missie: de kwaliteit van een betere wereld. Minder vervuiling, meer duurzame wind- en zonne-energie.

In hun kielzog zie je de grote ‘traditionele’ beleggers zoals het Nederlandse pensioenfonds ABP en het Noorse oliebeleggingsfonds hun opvattingen bijstellen. Grote beleggers hebben grote bedragen te verliezen in de energiewereld. Dat dwingt tot extra zorgvuldigheid. Shell en BP gingen op hun aandeelhoudersvergaderingen akkoord met moties van activistische rendementsredders om meer informatie te geven over de invloed van klimaatverandering op de resultaten. De rendementsredders waren blij.

Maar moeten zij daar ook blij mee zijn? Topman Ben van Beurden van Shell eerder dit jaar in de Volkskrant : „Als investeerders afhaken, komen daar anderen voor terug. Het betekent waarschijnlijk iets minder kerken en universiteiten, maar meer hedgefondsen.” Als de verhoudingen tussen activisten en Shell verder verhitten, doet Shell liever zaken met de duivel die het kennen: de rendementsdenkers.