Waarom moet kunst anno 2015 nog altijd zo dramatisch zijn

De 20ste eeuw bracht ons geëngageerde kunst over aftakeling, pijn en troost. Raar dat veel 21ste eeuwse kunstenaars in dat lijden blijven hangen. Neem eens een voorbeeld aan Joep van Lieshouts ‘Orakel’, vitale kunst die het volk laat spreken, betoogt Carla van Beers.

De kunstwereld is een uitdijend universum, en dat maakt het nu juist zo interessant. Toch is het teleurstellend dat de 21ste eeuw nog niet echt haar entree in deze wereld heeft gemaakt. We houden van alles wat modern en vernuftig is, maar klampen ons maar al te graag vast aan het romantische en klassieke beeld van de scheppende en lijdende kunstenaar.

Beeldhouwer Liesbeth Topper nam me mee naar Berlinde De Bruyckere in het Haags Gemeentemuseum. Ik wilde niet. De slagersverhalen en haar beeldtaal schrikten me af. „Je bent toch gekomen”, zei ze. ,,Tja, ik weet het allemaal niet meer, ben helemaal ontheemd”, antwoordde ik enigszins pedant, „ik weet niet wat Kunst in deze tijd nog betekenen moet.” Haaien op sterk water, opgezette paarden...

We wandelden door de vertrekken en draaiden rondom het vlezige werk van De Bruyckere. Volgens Liesbeth is deze Belgische vrouw, in 1964 te Gent geboren, de beste beeldhouwer die zij tot nu toe gezien heeft. Ze verzuchtte: „Dit werk raakt me heel diep, het brengt een oergevoel teweeg. Het gaat over verlangen, eenzaamheid, lijden, worsteling, samensmelting, zij weet ook de essentie hiervan weer te geven. Dat vind ik extreem knap.”

Mijn tegenzin verdween. Ik vond het mooi. De sculpturen fascineerden, haar vakmanschap sorteerde niet alleen veel ontzag, ik voelde het ook fysiek, ergens vanuit mijn buik naar mijn benen zakken. We probeerden allebei op een eigen manier woorden voor het werk van De Bruyckere te vinden. Ik dacht aan de ultieme verbeelding van het meest diepe en tragische besef dat er is: dood en verderf. Ik kreeg associaties met aardbevingen, onttakeling, lichamen tussen het puin, in stukken gehakte lijken. We werden er stil van.

Volgens het Gemeentemuseum zijn ‘we bijna immuun voor lijden door de overvloed van afschuwelijke beelden die we via de massamedia binnenkrijgen. Berlinde De Bruyckere probeert ons met haar werk opnieuw gevoelig te maken voor het diepmenselijk, tijdloos lijden dat over heel de wereld gelijk is.’

Toen ik dat las wist ik ook meteen weer waarom ik niet naar het museum wilde. Het is de omgekeerde wereld. Waarom zou ik naar een object, dat aan duistere gevoelens uiting geeft, willen kijken. Heb ik behoefte aan deze ervaring? Hoezo ‘opnieuw gevoelig maken’? Ik vraag me af of dit anno 2015 nog wel de rol van een kunstenaar moet zijn.

De 20ste eeuw heeft ons geëngageerde Kunst gebracht en nu is het in de 21ste eeuw tijd voor een volgende stap. ‘Diepmenselijk, tijdloos lijden’, kijk er niet naar, doe er iets aan! Ik ben op zoek naar de ongekende mogelijkheden van de beeldende kunst, naar scheppende en daadkrachtige kunstenaars.

Er zijn werken die me verrassen, zoals ‘Het Orakel’ dat Joep van Lieshout op 5 mei 2014 in Amsterdam op de Dam plaatste, waarbij hij het volk liet spreken. Of het omgeploegde strand van Michael Sailstorfer als gevolg van een ‘gold rush’ tijdens de Folkestone Triennial van vorig jaar, nadat Sailstorfer bekend had gemaakt dat hij daar her en daar goudstaven had verstopt. Onlangs was de tijdelijke moskee voor de Biënnale van Venetië ‘je-van-het’, gecreëerd door Christoph Büchel.

Deze kunstenaars brengen de 21ste eeuw in hun werk. Het gaat niet om de kunst van het kijken maar om het meedoen. Wanneer de toeschouwer een deel is van het werk, ontstaat er een nieuw en vitaal domein. We zijn de confrontatie voorbij. Ik zoek geen nieuwe ‘oude meesters’ of ambachtelijke technieken maar kunstenaars die andere wegen inslaan.

Het werk van De Bruyckere is een hedendaagse vertolking van een klassiek thema. De oude meesters zijn haar voorgegaan in het verbeelden van aftakeling, pijn lijden en troost vinden. Ondanks het feit dat haar werk, door haar materiaalkeuze en vormentaal, hypermodern overkomt, blijft ze in wezen in de negentiende-eeuwse verhalende traditie van het kunstenaarschap werken.

„Het gaat wat mij betreft niet over oude of nieuwe meesters, haar werk is zo authentiek, oer en waarlijk”, zegt mijn vriendin. Wat kan ik nog zeggen? Ik voel mij een postmodernist en roep op tot discussie.