Van een groep aangeschoten corpsmeisjes leer je: stilte is de moeite waard

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid is van klassieke muziek. Vandaag: over het belang van stilte.

Een paar weken geleden legde dichter Ellen Deckwitz in haar rubriek in deze krant uit wat het effect is van wit in poëzie. Witregels hebben verschillende functies, in het bijzonder die van de betekenisvolle stilte, die benadrukt wat er juist níet wordt gezegd, schreef zij: „Net als met sneeuw: de bomen en auto’s die door een laag worden bedekt, komen des te sterker naar voren omdat de contouren worden geaccentueerd.”

Ook muziek kan niet zonder wit. En dan bedoel ik niet de regelafstand tussen twee notenbalken (die hoor je toch niet), maar de stilte. De rusten die een melodie of frase markeren.

Goede muziek kneedt de stilte – en zorgt ervoor dat ze ín die stilte doorwerkt. De tellen of maten rust zijn onmisbaar voor spanningsopbouw. Mede dankzij de rusten vinden wij muziek aantrekkelijk.

Het tegenovergestelde is trouwens ook waar. Weleens een groep aangeschoten corpsmeisjes/voetbalsupporters een lied horen zingen? Vrijwel altijd worden de rusten geslachtofferd. Hartstikke gezellig, meestal niet zo mooi.

Je kunt als uitvoerend musicus je voordeel doen met stilte. Maar je kunt ook overdrijven. Zo zijn er dirigenten die het nodig vinden om als ze de Matthäus-Passion dirigeren een minuut stilte in acht te nemen als Jezus net gestorven is (zo goedkoop – alsof Bachs muziek niet dramatisch genoeg is en je er daarom maar een stukje Nationale Dodenherdenking tussenpropt).

En dan zijn er nog musici/componisten die stilte tot kunst hebben verheven. Het bekendste voorbeeld daarvan is John Cage (1912-1992). Zijn 4’33” (spreek uit: Four Thirty Three) is een muziekstuk in drie delen. Geschikt voor ieder instrument. Het duurt vier minuten en drieëndertig seconden. En in die ruim vierenhalve minuut wordt geen noot gespeeld.

Cage, een Amerikaan, was een van de boegbeelden van de naoorlogse avant-garde. Pionier in muziek met een grote rol voor toevalselementen en elektronica. 4’33” is waarschijnlijk zijn bekendste werk, juist omdat het ons de vraag stelt wat muziek eigenlijk ís. Cage was van mening dat alle geluiden muziek konden worden, ook als de klanken niet door mensen zijn georganiseerd.

Helemaal waar is het trouwens niet dat hij stilte voorschrijft. Cage kwam juist op het idee nadat hij een geluidsdichte ruimte had bezocht, een ruimte waar het geluid maximaal geabsorbeerd wordt. Toch hoorde hij iets. Zijn hoofd. Zijn zenuwstelsel aan het werk. Bloedcirculatie. Hij realiseerde zich dat het eigenlijk nooit écht stil is.

Toch is het het nastreven waard. We moeten de stilte opzoeken om muziek te verwerken als ze is uitgeklonken, zodat ze kan doorresoneren in ons hoofd.