Moskou herschrijft geschiedenis van de Praagse Lente

Moskou rechtvaardigt inval in Tsjechoslowakije: ‘Het Westen beraamde een militaire coup.’ Praag en Bratislava reageren woedend.

Voor de Russische televisiekijkers was het misschien geen nieuws: zij worden dagelijks getrakteerd op beelden van westerse militaire agressie tegen Rusland en de voormalige Sovjet-Unie. Maar op de Tsjechische en Slowaakse ambassades in Moskou vielen ze bijna van hun stoel toen ze de jongste versie zagen van de Russische geschiedschrijving over de Praagse Lente.

Volgens een documentaire die op 23 mei werd uitgezonden op de Russische televisie was de Praagse Lente in 1968 niets anders dan een poging van het Westen tot een militaire staatsgreep.

Zelfs de Tsjechische president Milos Zeman, die in de regel iets meer begrip kan opbrengen voor Moskou dan zijn Europese collega’s, liet de documentaire – via zijn woordvoerder – betitelen als „ typisch Russische propagandaleugens”.

De Russische ambassadeur is op de Praagse Burcht ontboden om tekst en uitleg te geven. Ook Bratislava heeft een stevig protest laten horen: „Moskou probeert de geschiedenis te herschrijven en de historische waarheid te vervalsen.”

De Slowaakse regering wees daarbij fijntjes op het feit dat Rusland allang zijn excuses heeft aangeboden voor de inval en de bezetting van Tsjechoslowakije door Russische troepen tot de val van het communisme.

De nieuwe Russische versie van de geschiedenis van 1968 zit verpakt in een documentaire van bijna drie kwartier genaamd „Het Warschaupact, geheime documenten vrijgegeven”.

De dramatische inval door troepen van het Warschaupact in de nacht van 20 op 21 augustus 1968, met 2.000 tanks een een half miljoen militairen, heet nu in Moskou „een noodzakelijk ingrijpen om een militaire coup voor te zijn”. De demonstranten die die zomer de straten van Praag vulden en om hervormingen en burgerlijke vrijheden riepen, worden afgedaan als fascisten, SS’ers en andere „Hitlerhulpjes”.

Aan het ‘socialisme met een menselijk gezicht’ van de communistische leider Alexander Dubcek, waar heel links Europa die zomer naar kwam kijken, gaat de documentaire geheel voorbij, net als aan de oproep van de latere president Vaclav Havel om een einde te maken aan de censuur.

De documentaire stelt „dat het geen toeval kan zijn” dat eenheden van de NAVO die zomer voortdurende oefeningen hielden bij de grens van West-Duitsland en Tsjechoslowakije.

Het Warschaupact, het militaire verbond tussen de Sovjet-Unie en de Oost-Europese satellietlanden, was volgens de documentaire uitsluitend opgericht om de landen te verdedigen tegen westerse agressie. De gebeurtenissen van 1968 moeten het bewijs vormen.

De Russische oud-militair Joeri Sinelsjtsjikov, nu Doema-lid, vertelt lopend door Praag hoe zijn eenheid na de inval „bergen met wapens” vond op verschillende ministeries. Een stem, gemonteerd onder oude propagandabeelden, vertelt dat de Praagse betogers indertijd geleid werden door „Klub 231”.

In werkelijkheid was dat een organisatie van oud-politieke gevangenen, maar de kijker krijgt te horen dat dit uitsluitend fascisten en collaborateurs waren. Opvallend is dat Moskou daarbij exact dezelfde bewoordingen hanteert als voor de aanhangers van Maidan nu in Oekraïne.