Opinie

Hondenbezitters

Zoals je de sigarettenliefhebber herkent aan de rookgeur, zo zijn er ook die je niet hoeft te kennen om te weten dat ze een hond hebben. In café Atlanta in Arnhem trof ik een man aan in wie ik door die weeïge reuk om hem heen meteen een kennis van mijn vader herkende. Vlak voordat mijn vader stierf waren we hem een stapeltje boeken gaan brengen die mijn vader toch niet meer uit zou lezen. We hadden de sleutels van de achterdeur. We troffen de man in de mand in de hoek van de huiskamer. Hij vatte zelf maar even samen wat wij zagen: „Ik was effe bij de hond gaan liggen.”

Fris vond ik dat niet, maar ik begreep het wel. Misschien ging ik later ook wel bij een hond in de mand liggen als ik weduwnaar was en de mensen me links lieten liggen, of – misschien makkelijker – nodigde ik de hond dan ook wel uit in bed, want dat soort verhalen hoorde ik steeds vaker.

Een collega vertelde me van een date waarbij hij ’s morgens was wakker gelikt omdat ‘ze’ – haar twee kleine hondjes – er ook altijd even bijkwamen. Ik had op een verjaardag ook een keer gezien dat het baasje een plak ham in de mond nam die er door de hond uit werd getrokken.

Voor veel hondenliefhebbers is de hond gewoon onderdeel van het gezin, en in sommige huishoudens is de hond het meest geliefde gezinslid. Sinds kort weet ik dat er naast hondenliefhebbers nog een categorie hondenbezitters bestaat: mensen die gewoon een hond hebben.

Van die soort zag ik er, omdat het terrein naast mijn kantoor in de Amsterdamse Pijp braak ligt, de laatste tijd tientallen per dag, want zo’n veld heeft een enorme aantrekkingskracht op hondenbezitters die hun beest weleens willen uitlaten zonder daarna met plastic zakje met warme ontlasting in de jaszak naar huis te moeten.

Ik mocht graag naar ze kijken.

De meesten stonden er maar een beetje te staan, wachtend tot de hond klaar was. Helemaal uitstralend dat het hebben van een hond in de stad eerder een last dan een lust is.

Ook gezien: mensen die hun beest voortsleepten, terwijl ze zich op een fiets met drie versnellingen naar dat veld haastten.

Het meest genoot ik van de man van wie de hond niet meer kwam als hij riep. Hij had het beest ooit genomen om mee te praten, maar het beest luisterde niet. Die had waarschijnlijk al teveel gehoord.