Mansveld vraagt om advies naar ‘ziekmakende’ cabinelucht

Staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) wil advies inwinnen over wat zij in Europees verband zou moeten zeggen en vinden over de mogelijke ziekmakende stoffen in Nederlandse cabines. Ze gaat daartoe een Nationale Adviesgroep Cabinelucht instellen, schrijft zij vanmiddag in een brief aan de Tweede Kamer.

Binnenkant van de eerste Nederlandse Boeing 787. Dit toestel, de zogeheten Dreamliner, heeft een elektrisch systeem van luchtverversing, waardoor verontreiniging met tcp's is uitgesloten.
Binnenkant van de eerste Nederlandse Boeing 787. Dit toestel, de zogeheten Dreamliner, heeft een elektrisch systeem van luchtverversing, waardoor verontreiniging met tcp's is uitgesloten. Foto: ANP / REMKO DE WAAL

Staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) wil advies inwinnen over wat zij in Europees verband zou moeten zeggen en vinden over de mogelijk ziekmakende stoffen in Nederlandse cabines. Ze gaat daartoe een Nationale Adviesgroep Cabinelucht instellen, schrijft zij vanmiddag in een brief aan de Tweede Kamer.

De groep, met vertegenwoordigers van vliegmaatschappijen, luchtvaartpersoneel en onderzoeksinstituten als TNO en RIVM, moet de staatssecretaris ondersteunen in de complexe kwestie rond gevaarlijke stoffen in de cockpit- en cabinelucht. Deze chemische verbindingen, tcp’s genoemd, kunnen in hoge concentraties het zenuwstelsel beschadigen. Ze blijken inderdaad in de cabinelucht van verkeersvliegtuigen voor te komen, maar in heel lage concentraties.

Geen bewijs, niet uit te sluiten

Tcp’s zijn stoffen die worden toegevoegd aan de motorolie van vliegtuigen om deze hittebestendiger te maken. Doordat de airconditioning van de meeste vliegtuigen gebruik maakt van de drukopbouw in de motoren kunnen er olieresten in de luchttoevoer terechtkomen. Er zijn enkele piloten en leden van het cabinepersoneel die zich met vreemde ziekteverschijnselen hebben gemeld. Maar vooralsnog ontbreekt overtuigend bewijs dat schadelijke stoffen in de cabinelucht daarvan de oorzaak zijn.

Tegelijkertijd is ook niet uit te sluiten dat vervuilde cabinelucht effect heeft op het zenuwstelsel. Open vragen zijn nog of langdurige blootstelling aan lage concentraties van tcp’s op den duur toch gezondheidsschade kan geven, en of bepaalde mensen door hun individuele genetische achtergrond misschien extra gevoelig zijn.

Europees onderzoek

Mansveld wil het onderzoek daarnaar in Europees verband voortzetten. Binnen Europa is onderzocht welke informatie over de gezondheidsrisico’s van tcp’s nog ontbreekt; het RIVM ontwikkelde daarvoor al een ontwerpadvies.

Daarnaast begint het Europese agentschap voor de luchtvaartveiligheid, EASA, mede op Nederlands verzoek, een grootschalig onderzoek naar de kwaliteit van de cabinelucht aan boord van grote commerciële luchtvaartuigen. Dit onderzoek moet duidelijk maken welke chemische bestanddelen kunnen bijdragen aan de vervuiling in de lucht van vliegtuigen, maar ook in welke concentraties deze stoffen voorkomen. Het onderzoek moet verder vaststellen of dit de vliegveiligheid in gevaar kan brengen.

Ten slotte onderzoekt een Europees consortium van vliegtuigbouwers en onderzoeksinstituten onder leiding van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium hoe vliegtuigen in de toekomst verbeterd kunnen worden, zodat tcp’s en andere potentieel gevaarlijk stoffen niet meer in de cabinelucht kunnen komen.
De Nationale Adviesgroep Cabinelucht zal de staatssecretaris adviseren over de Nederlandse inbreng in deze Europese onderzoekstrajecten. De groep bekijkt ook of extra internationaal onderzoek wenselijk is.