Lulu: hoofdrollen voor Kentridge en orkest

Mojca Erdmann als Lulu enDaniel Brenna als Alwa inLulu.
Mojca Erdmann als Lulu enDaniel Brenna als Alwa inLulu. Foto Clärchen en Matthias Baus

Naïef of manipulatief, femme fatale of slachtoffer van een wrede mannenwereld? Over de interpretatie van Lulu in Alban Bergs gelijknamige opera raakt men nooit uitgepraat. Toepasselijk dus dat William Kentridge in zijn langverwachte regie bij De Nationale Opera meteen een vaginavormige rorschachtest projecteert zodra Lulu wordt geïntroduceerd: iedereen ziet haar zoals men haar het liefste wíl zien.

Grote projecties van inkttekeningen zijn het meest substantiële ingrediënt van Kentridges enscenering van Lulu, later ook te zien in de Metropolitan Opera in New York. De Zuid-Afrikaanse beeldend kunstenaar toont waar hij het beste in is: gelaagde portretten en snelle zwarte vegen, herfstig wegwaaiende bladen, en toenemende fragmentatie en chaos wanneer Lulu’s stijgen op de maatschappelijke ladder (over lijken) omslaat in een niet te stoppen verval.

Dat intrigeert, maar de boodschap is snel duidelijk: alle aanbidders hebben van Lulu vooral een geïdealiseerd seksueel beeld, getuige de eindeloze stoet benen, borsten, billen. De personenregie wordt niet veel gedetailleerder. Deze besteedde Kentridge deels uit aan Luc de Wit, en ze wil geen eigen vlucht nemen. Liefde, erotiek en sadisme krijgen nauwelijks kleur. Statische personages dringen de aandacht zo nog meer naar de orkestbak. Ontzagwekkend is Bergs vermogen om álle noten van zijn ADHD-partituur op een goudschaaltje te wegen. De misvatting dat mathematisch componeren en het uitdrukken van grote emoties nooit kunnen samengaan, had al sinds 1935 definitief verworpen moeten zijn.

Verbluffend is de wijze waarop het Koninklijk Concertgebouworkest dit complexe raderwerk, na Bergs dood voltooid door Friedrich Cerha in 1979, leven inblaast. Zinderend zijn de talloze individuele bijdragen van onder meer smeuïge saxofoon en klagende altviool. Na het uitvallen van dirigent Fabio Luisi vond het orkest in Lothar Zagrosek een ideale vervanger voor het coördineren op de halve millimeter en het liefdevol uitlichten van details. Maar ook Zagrosek deinst terug voor de overtreffende trap. Als Lulu de liefde bezingt, verlang je van de gloeiende violen een nóg indringender smachten. De beruchte orkestrale doodskreet tijdens Jack the Rippers moord op Lulu deed gisteravond nekharen rijzen, maar moet ook het merg doorboren.

De lichte sopraan van Mojca Erdmann gaf aanvankelijk de titelfiguur een meisjesachtige naïviteit, maar kwam later aan volume en verleiding tekort. Door haar voornaamste minnaars Dr. Schön (gezaghebbende Johan Reuter) en componist Alwa (Daniel Brenna) werd ze weggezongen. Zo blijft een bevredigend antwoord uit op de vraag wie Lulu nu echt is, in deze productie. Kentridge is nu eenmaal geen operaregisseur: de vertoning van een door hem prachtig bewerkt stommefilmfragment was veelzeggend het briljantste moment.