Opinie

Krijgen wat je verdient: de Nachtwacht met ING-leeuw

Op de foto staren vijf mensen en een oranje leeuw naar de Nachtwacht van Rembrandt. Onder in beeld een opgetogen tekst. ‘Al 10 jaar trotse hoofdsponsor van Nederlandse meesterwerken.’ Het is reclame voor de ING Bank, waarvan die oranje leeuw de mascotte is.

Nou nou, denk je dan. Sponsor van meesterwerken? Sponsor van een museum zul je bedoelen. Dat is toch echt iets heel anders. De bank overdrijft dus nogal, om het netjes te zeggen. Hij sponsort geen meesterwerken en geen kunstenaars, hij sponsort de Nachtwacht niet en ook Rembrandt niet. Maar door een pact met het Rijksmuseum heeft hij wel een manier gevonden om het wereldberoemde schilderij in zijn reclame te frummelen. Met een oranje leeuw ervoor.

Er valt voor banken en ondernemers veel geld te verdienen in de nabijheid van kunst. Terwijl de culturele wereld zich deemoedig in bochten wringt om de maatschappelijke relevantie van de kunsten te formuleren tijdens zorgelijke symposia met donderpreken van kritische academici, verdienen bedrijven vrolijk aan de aanwezigheid van al die meesterwerken.

Joop van de Ende rekende een paar jaar geleden in zijn Mandeville-lezing uit dat er 3,4 miljoen extra bezoekers zouden afkomen op een museumaanbod van internationale allure. De staat moest daartoe eerst 100 miljoen euro uittrekken. Daarna zouden al die bezoekers gemiddeld 388 euro uitgeven aan hotels, cafés, winkels en taxi’s. ‘Kunst is een rechtse hobby’, concludeerde hij.

Een zucht van verlichting klonk daarop door Nederland. Waren we toch even bang geweest dat er iets was met kunst, iets politieks, iets links. Nu bleek kunst gelukkig niet wereldvreemd maar gewoon rechts. En wat was rechts ook alweer? Dat de staat investeert en ondernemers daar geld aan overhouden. Dat de overheid kunst, sport en debat faciliteert en dat bedrijven daaraan verdienen. Organiseert Nederland een veiligheidsconferentie? ‘Mkb-ondernemers ruiken hun kans.’ Ontvangt Utrecht dit jaar de Tour de France? Bezoekers, ‘journalisten, wielerploegen en de Tourorganisatie’ gaan miljoenen uitgeven.

Deze dagen kijken Westerse landen met minachting naar Afrika en Azië, waar het prachtige spel van het voetbal wordt besmeurd door partijen die vooral letten op eigen gewin. Afrikaanse en Aziatische bestuurders blijken bereid zich te laten beïnvloeden in ruil voor voetbalvelden en stadions. Maar je kunt je afvragen hoeveel zuiverder sport en spel zijn in Nederland, waar de overheid keer op keer wordt gemaand kampioenschappen te organiseren onder verwijzing naar de vele miljarden die de hotels daaraan zullen verdienen.

Het rechtse verlangen naar overheidssteun werd vorig jaar briljant verwoord door een deelnemer aan een kunstdebat op de site van NRC Handelsblad. Nee, schreef de NRC-lezer, sport en kunst zijn vormen van entertainment, die moeten niet worden betaald uit publieke middelen. ‘Een uitzondering is misschien publieke evenementen, daarvoor kan de gemeente best wel wat betalen om de lokale ondernemers te stimuleren.’

O, nu we het er toch over hebben. Laten we niet vergeten dat ook het koningshuis met publiek geld wordt onderhouden opdat lokale ondernemers mee mogen op handelsmissie. ‘Koninklijk paar opent Poolse markt voor anti-rimpel-BH’, luidde vorig jaar het persbericht van La Decollette. Het bedrijf legde uit dat zijn product de boezem ‘s nachts op zijn plaats houdt. ‘Met name zijslapers worden 's ochtends vaak geconfronteerd met een „gekreukeld” decolleté, omdat de borsten tijdens het slapen tegen elkaar aan worden gedrukt. La Decollette voorkomt deze rimpelvorming.’ De Polen hadden duidelijk al langer belangstelling – en geef ze eens ongelijk – alleen wist de onderneemster niet hoe ze hen met haar bh kon bereiken. En in dit gat is de koning toen dus gesprongen.

Het is links-rechts-retoriek van de minder snuggere soort. In de lange reis die een euro aflegt door de wereld, geeft de overheid hem eerst uit aan een bezoeker van het ballet (‘staatsruif!’) die hem besteedt bij een bh-bedrijf dat wordt gepusht door de koning (‘succesvol!’) , waarna hij terug moet naar de fiscus (‘schande!’) om vervolgens via kunsteducatie (‘achterhaald!’) te worden omgezet in bier bij de plaatselijke horeca-ondernemer (‘hardwerkend!’).

Deze retoriek nemen we al een tijd zo serieus dat we in het museum geen Rembrandt meer kunnen zien omdat die extra 3,4 miljoen bezoekers van Van den Ende het zicht blokkeren. Niet zeuren, ‘dan koop je zelf maar een Rembrandt’, zegt de directeur van het Rijksmuseum, die de retoriek perfect in de vingers heeft. En zo krijgen we allemaal wat we verdienen: de Afrikanen hun voetbalveldjes en wij de Nachtwacht met een oranje namaakleeuw van de bank ervoor.

Omdat we het waard zijn.