Je kunt Nederland uit de EU halen, maar de EU haal je niet uit Nederland

Zwitserland heeft alles wat het eurosceptische hartje begeert: eigen munt, soevereiniteit en directe democratie. Toch is ze elke sturing over haar lot kwijt. Neem geen voorbeeld aan dat land, betoogt Marnix Amand.

Uit eurosceptische hoek, met name Thierry Baudet cum suis, hoor je steeds vaker dat Nederland buiten de EU weer een zeker vermogen tot zelfbeschikking zou moeten bemachtigen. Zolang we in de EU blijven, zo luidt de redenering, staat het volk buitenspel: het ongekozen Brussel beslist toch over al het wezenlijke. Vrij van Brusselse inmengingen zouden we met een eigen munt en de bevoegdheid tot eigen regelgeving de Nederlandse democratie weer invulling kunnen geven.

Een mogelijk antwoord hierop is een oproep tot de koopman in ons: we verdienen veel aan de EU. Het klopt dat de kosten-batenanalyse uiterst positief is, maar zo mist men door de bomen het bos. Het EU-lidmaatschap is voor Nederland namelijk geen kwestie van afwegen, maar bittere noodzaak. In tegenstelling tot wat Baudet c.s. hopen te bereiken zal Nederland buiten de EU het beetje soevereiniteit dat haar nog rest verliezen.

Voor wie het niet gelooft: kijk goed naar Zwitserland. Zwitserland heeft namelijk alles wat het eurosceptische hartje begeert: een eigen munt, volledige soevereiniteit en een directe democratie waar het volk via volksraadplegingen vaak aan het woord is. En Zwitserland is elke sturing over haar lot kwijt.

De Zwitserse centrale bank (SNB) dacht met een eigen munt ook haar eigen beleid te kunnen voeren en legde in 2011 een wisselkoersplafond op om de Zwitserse export te beschermen tegen een te goedkope euro. De financiële markten dachten er anders over en ‘drukten’ vier jaar lang tegen het koersplafond aan, tot de SNB in januari dit jaar brak; de berg euro’s die de SNB moest opkopen om de koers van de frank laag te houden was onhoudbaar hoog geworden. Resultaat: 50 miljard euro verlies (!) voor de Zwitserse belastingbetaler en een peperdure Zwitserse export die de concurrentie niet meer aankan, de frank is in een paar maanden met 20 procent gestegen. De dure les is dat een eigen munt nog geen eigen monetair beleid betekent. Wie de eurocrisis en de financiële markten tegen zich heeft is machteloos.

Van de Zwitserse soevereiniteit is ook bar weinig over. Zeker, in tegenstelling tot Nederland mag Zwitserland in principe doen en laten wat zij wil met haar regelgeving. Maar zo makkelijk kom je niet onder Brussel uit. Een onbelemmerde toegang tot de Europese markt is namelijk essentieel voor de Zwitserse economie, meer dan de helft van de export gaat naar de EU. En om vrij met de EU te mogen handelen moet je de Europese regelgeving overnemen. Zodoende betaalt Zwitserland ‘vrijwillig’ mee aan de Europese structuurfondsen en wordt het handelsrecht direct overgeschreven uit de Europese richtlijnen. Makkelijk werk als parlementariër, maar echte soevereiniteit is toch anders. En het ergste: de Europese export naar Zwitserland hoeft niet te voldoen aan de soms strengere Zwitserse normen, zolang ze maar aan de EU-normen voldoet. De EU weet van onderhandelen.

En nu de laatste illusie, die van de democratie. In Zwitserland is via volksraadplegingen de burger vaak aan het woord. Maar in Europees verband is dit betekenisloos. Over handelsverdragen met de EU wordt uiteraard gestemd, maar de EU vertelt er bij dat indien het volk ‘nee’ stemt, alle verdragen met Zwitserland opgeschort worden. De zogenaamde guillotineclausule. Een keer ‘nee’ en je bent alle toegang tot de Europese markt kwijt. Zo valt er in de praktijk niet veel te beslissen: men stemt voor, wat moet je anders?

Het beeld is duidelijk: een eigen munt, maar de financiële markten laten je geen eigen monetair beleid voeren. Formele soevereiniteit, maar je kunt niet afwijken van de Brusselse regelgeving. Een directe democratie, zolang je maar stemt wat Brussel voorschrijft. Dit, en niet de terugkeer naar een machtig VOC-Nederland uit een gefabuleerd verleden, is ook wat ons te wachten staat bij uittreding.

Gemakshalve zou je de EU kunnen verwijten respectloos om te gaan met de soevereiniteit van Zwitserland, maar dit verwijt zou een realistische euroscepticus misstaan: de EU komt slechts op voor de belangen van de Europese bedrijven en werknemers, en dit vanuit een uiterst voordelige onderhandelingspositie. Natiestaten zoals de VS en China onderhandelen niet anders dan de EU, zo wordt het spelletje onder grote jongens nu eenmaal gespeeld.

Nederland, zoals Zwitserland, is simpelweg te klein om alleen aan de grotemensentafel te zitten. Je kunt dit betreuren, maar Zwitserland leert ons dat je het niet kosteloos kunt negeren. Buiten de EU wacht Nederland geen nieuwe beleidsruimte en een herwonnen democratie maar een verkapt EU-lidmaatschap zonder stemrecht.

Uittreding is een steriele optie: je kunt Nederland uit de EU halen, maar de EU haal je niet uit Nederland. Daarvoor zijn we economisch te afhankelijk. Het is stukken minder stoer dan de Zwitserse Alleingang, maar alleen via invloed op de beslissingen van de EU kunnen de Nederlandse belangen worden behartigd, en dit kan slechts via een volwaardig en inschikkelijk lidmaatschap van de EU.