Het duurt nog even voor de senaat verdwijnt

Een onderzoek naar de toekomst van de Eerste Kamer, bedacht door VVD-senator Hermans, komt door discussie in de senaat nog niet op gang.

Het wil nog niet vlotten met de staatscommissie die het kabinet vorig jaar op verzoek van senator Loek Hermans (VVD) beloofde in te stellen. Dat blijkt uit gesprekken met betrokkenen en de laatste versie van de – herhaaldelijk herziene – opdracht aan deze commissie, die onder meer gaat bezien of de Eerste Kamer moet worden afgeschaft. De formulering van de opdracht is geheim, maar in bezit van deze krant. Hermans werkt in samenspraak met andere fractievoorzitters in de Eerste Kamer al tien maanden aan een voorstel.

„Hoe langer we erover praten, hoe complexer het wordt”, zegt Tiny Kox, namens de SP betrokken bij het besloten College van Senioren waarin de fractievoorzitters van de senaat wekelijks vergaderen. „Het kan nog best even duren”, zegt ook Hermans zelf.

De VVD’er opperde tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in oktober een commissie ‘staatsrechtelijke herbezinning’ in te stellen om de toekomstbestendigheid van het parlementaire stelsel te onderzoeken. Binnen zijn partij klinkt dat de Eerste Kamer maar beter kan verdwijnen, sinds de VVD regeert met coalities zonder minderheden in de ‘lastige’ senaat.

Zonder draagvlak wordt het niks

Premier Mark Rutte beloofde in oktober dat het kabinet de commissie zou faciliteren. Maar Hermans moest zelf, in overleg met beide Kamers, met een duidelijke opdracht komen. Sindsdien is de senator onder zijn collega’s op zoek naar „draagvlak”. „Als er aan de voorkant geen steun is, is die er straks aan de achterkant ook niet. We moeten voorkomen dat er straks een mooi document ligt waar niets mee gebeurt.”

Volgende week treedt een nieuwe senaat aan, die over een paar weken een voorzitter kiest. Daarom zullen fractievoorzitters naar verwachting pas na de zomer met een definitief document komen. Daarop volgt een plenair debat en dan gaat de Tweede Kamer er nog mee aan de slag, voordat het kabinet een commissie benoemt.

De opdracht is, in de huidige versie van het document, een open vraag: „Moet het Nederlandse parlementaire stelsel worden verbeterd om het toekomstbestendig te houden?” Het is bewust een vraag die ook met nee kan worden beantwoord. Bij het CDA is bijvoorbeeld weinig behoefte aan een onderzoek, laat staan grote veranderingen, heeft fractievoorzitter Elco Brinkman duidelijk gemaakt.

Kiesdrempel en zetelroof

De commissie zou vooral moeten kijken naar de gevolgen van Europese regelgeving en de electorale beweeglijkheid, schrijft Hermans. Daarnaast zijn er vragen over de „democratische legitimering” van de Eerste Kamer, die indirect gekozen wordt, en haar „parlementaire bevoegdheden”. In Nederland heeft de senaat vetorecht om wetgeving te blokkeren. Daar dreigt vaker gebruik van te worden gemaakt, nu het kabinet geen meerderheid in de Eerste Kamer heeft. VVD en PvdA hebben daar straks nog maar 21 zetels.

Opvallend is ook wat ontbreekt in de huidige opdracht, twee A4’tjes lang. Er wordt met geen woord gerept over de mogelijkheid om de kiesdrempel te verhogen of afsplitsingen tegen te gaan. Twee onderwerpen die in de Tweede Kamer sterk leven. Volgens Hermans is het toch van belang om ook daarnaar te kijken, zegt hij.

De samenstelling van de commissie, volgens Hermans „één van de grote discussiepunten”, lijkt beslecht. Naast deskundigen moeten er ook „vooraanstaande (oud)politici” in „met mandaat van hun partijen”. Een expliciete wens van D66. „Er moet commitment zijn, want anders loop je het risico dat het uiteindelijke rapport van de staatscommissie weer in een diepe la verdwijnt”, zegt vertrekkend fractievoorzitter Roger van Boxtel (D66).