‘Fabrikant stuurde de Fyra te vroeg fabriek uit’

De Fyra had de fabriek niet mogen verlaten, vertelde een controleur aan de commissie. AnsaldoBreda hield koper en toezichthouders voor de gek.

De Fyra heeft de fabriek van AnsaldoBreda te vroeg verlaten en is te vroeg teruggestuurd naar de fabriek. Die dubbelzinnige conclusie kwam naar voren op de achtste dag van de parlementaire enquête over de Fyra. Na twee weken verhoren over de aanbesteding van concessie en trein gaat de enquête deze week vooral over de bouw van de trein, en het toezicht daarop.

Dat toezicht was moeizaam, vertelde Tinus Jonkers, kwaliteitsinspecteur bij certificeerder Lloyd’s. Tussen 2005 tot 2013 kwam hij vaak in de fabriek van AnsaldoBreda in Pistoia, bij Florence. Hij kreeg het gevoel dat de fabrikant „een showtje opvoerde”: als er een delegatie van de opdrachtgever op bezoek kwam, liepen er opeens veel mensen rond met helmen en witte handschoenen. Het werktempo was laag, net als de motivatie en het verantwoordelijkheidsgevoel. Gesignaleerde fouten bleven terugkomen. Het ontwerp van de trein was goed, volgens Jonkers, maar de uitvoering schoot te kort.

De eerste treinen die in 2012, vijf jaar later dan gepland, naar Nederland gingen, hadden nog honderden mankementen. De eerste trein had geen interieur. Jonkers: „Ze hadden de fabriek niet mogen verlaten.” Opdrachtgever NS Financial Services Company (NSFSC), de Ierse NS-dochter, zette de levering echter door.

NSFSC voelde de druk van HSA, de NS-dochter die eindelijk wilde gaan rijden over de hogesnelheidslijn, vertelde Richard de Leeuw, projectmanager Fyra namens NSFSC en de Belgische spoorwegen. De treinen zouden in Nederland worden afgemaakt. HSA was volgens De Leeuw op de hoogte van alle „openstaande punten” aan de treinen en aanvaardde het risico.

Zowel voor de controleurs als voor NS was vanaf het begin duidelijk dat de geplande productietijd van 39 maanden – normaal is 50 à 60 maanden – niet realistisch was. De Leeuw sprak met AnsaldoBreda niet zozeer over de treinen zelf, maar over de planning. De fabrikant zocht oorzaken van de jarenlange vertraging buiten zichzelf, om te kunnen ontsnappen aan boetes. Die hadden overigens geen enkel effect, erkende De Leeuw.

In januari 2013, veertig dagen na de start, werd de Fyra uit de dienst gehaald. Sneeuw en ijs zorgden voor beschadigingen, een bodemplaat viel van een trein. De V250 was te repareren geweest, zeiden de controleurs en De Leeuw. De geschatte herstelperiode van circa twintig maanden was niet absurd lang, vonden ze. Maar herstel was de trein niet gegund. Een persconferentie van de Belgische topman Marc Descheemaecker was de nekslag. Hij schetste het allesbepalende beeld van een „onveilige trein waar van alles van afvalt”.