Er is meer dan het grote ‘Dikke Ik’

Ook liberalen moeten een opvatting hebben over de samenleving, betoogde VVD-leider en premier Mark Rutte vrijdag. En gaf de zijne. De redactie van nrc.next vroeg een installateur die nu werkt als fietsenmaker en een deskundige op het gebied van discriminatie te reageren.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Vandaag wil ik met u spreken over het feit dat wij als partij ook een andere grote opdracht hebben. Namelijk dat als wij spreken over een kleine overheid we dus, per definitie, spreken over een grote samenleving. En dan moet je daar als liberalen ook een opvatting over hebben. En ik realiseer me dat we daar soms een tikje terughoudend in zijn. Want we willen – terecht – niet betuttelen. Maar we moeten er wel een mening over hebben. (...)

In Nederland krijg je het niet, maar moet je het verdienen.

In Nederland zorg je voor jezelf en geef je om een ander.

In Nederland gedraag je je zoals je zou willen dat ook anderen zich gedragen.

In Nederland is niemand een beetje meer gelijk dan de ander.

En als je in Nederland de stroming tegenhebt, dan roei je gewoon wat harder.

Dit zijn de waarden van hardwerkend Nederland. En voor die groep staan wij. Dag in, dag uit. (...)

Maar waar we ons aan ergeren, zijn al die gevallen van hufterigheid en egoïsme. Mensen die maar in één ding geloven: het grote dikke ik. Kijk naar de discussie over grootverdieners in Nederland. En even voor alle duidelijkheid: het is fantastisch als iemand een bedrijf start, succesvol wordt en veel geld gaat verdienen. Duimen omhoog. Je hebt risico’s genomen, je hebt je eigen geld geïnvesteerd, je bent vooruitgekomen. Dan mag je van mij heel rijk worden. Als je werkt in een sector waar je weet dat het geld uit de pot van de belasting komt, bijvoorbeeld in het onderwijs en bij een woningcorporatie en zelfs bij banken waarvan we inmiddels weten dat de belastingbetaler bijspringt als het echt fout gaat, dan begrijp ik niet dat er dan bankiers zijn die zeggen: ‘Ja, maar ik kan in het buitenland zoveel meer verdienen’. Dan denk ik: toedeledokie, ga dan. En zoek die baan in Londen. Ik zie het nooit gebeuren. Ik wil de beste mensen in Nederland voor de zorg, het onderwijs, de woningcorporaties en ook voor de banken. Maar ik verwacht ook dat mensen die er werken zich realiseren dat wij met z’n allen die salarissen betalen. En dat dat dus betekent dat je daar een beetje terughoudend in bent. En ik vind dat we elkaar daarop mogen aanspreken.

Een tweede voorbeeld. We ergeren ons aan mensen die in toenemende mate politieagenten, leraren of mensen in de gezondheidszorg beschouwen als personeel. Waar ze met grote arrogantie tegenover staan, over praten en opdrachten geven. Ik geef zelf een paar uurtjes les in de week en ook daar hoor ik van leraren dat ouders partij kiezen voor de kinderen en niet voor de leraar. Als ik vroeger strafwerk kreeg dan was er geen haar op het hoofd van mijn ouders die erover dacht om partij te kiezen voor mij in plaats van voor mijn leraar. Ik verwacht dat we elkaar in Nederland erop aanspreken als ouders zich op een denigrerende manier opstellen tegenover mensen die voor ons allemaal werken. En het wordt helemaal erg als militairen erop worden aangesproken als wij op missies gaan. Je kunt debatteren over de vraag of je op missie moet gaan naar Mali of Afghanistan of het bombarderen boven het ISIS-gebied. Daar kun je van alles van vinden. Wij als Nederland steunen die missies. Wij als VVD steunen die missies. Maar spreek daar nooit individuele militairen op aan. Die doen hun werk. Die komen voor ons allemaal uit. En daar staan we schouder aan schouder mee. Dat moeten we laten zien.

Een derde ergernis die direct ingaat tegen onze waarden, zijn de mensen die, bijvoorbeeld op een verjaardag, roepen ‘Ik moet nog tien jaar’. Er is niets zo energietrekkend. Dan denk ik: ga dan een andere baan zoeken waar je wel energie van krijgt. Vreet niet onze energie op. Je komt het bij de directeur tegen, maar ook bij de glazenwasser. Máák iets van je baan. De grootmoeder van een van mijn beste vrienden kwam ooit berooid terug uit een ver buitenland. Zij ging werken als koffiejuffrouw bij een Haags ministerie. En zij nam zich één ding voor: de allerbeste koffie schenken die ze daar ooit gedronken hebben. Ik weet niet of het gelukt is, maar die ambitie is goed. Dát geeft energie. Dát zijn de waarden waarop we dit land gebouwd hebben.

En dan de mensen die werkloos worden. Vreselijk als het gebeurt. Maar hoeveel mensen die op een gegeven moment hun baan verliezen, hebben niet meteen het adres in hun hand van het UWV om een uitkering aan te vragen? Ik snap dat niet. Dan vind ik dat als dat gebeurt in je omgeving je iemand best even mag bijsturen en zeggen: die uitkering – als het echt niet lukt, dan komt-ie wel. Maar laten we eerst even kijken of jij gewoon weer door kan gaan met werken. Laten we daar nou eerst eens voor zorgen. En vraag geen uitkering aan, maar zorg ervoor dat je weer aan de slag komt. En als het echt niet lukt – nogmaals – dan is er natuurlijk een fatsoenlijke uitkering.

Ik had in de campagne iets gezegd over de positie van allochtonen in Nederland. Ik vind het verschrikkelijk als iemand wordt gediscrimineerd omdat hij Mohammed of zij Fatima heet. Dat doen we niet. Je kijkt naar iemands kwaliteiten, naar diens zijn bijdrage en niet naar de naam, het geloof of de afkomst. Dat zijn hele liberale principes. Maar ik heb ook gezegd dat het gebeurt. En dan heb je ook als tweede of derde generatie een keuze. Of je als Calimero met een dopje op je hoofd in een hoek gaat zitten. Of je knokt door. En als je doorknokt dan wonen we in een land waar je uiteindelijk burgemeester van Rotterdam kunt worden. (...)

En tot slot: als het gaat over waarden, over gedrag en elkaar aanspreken, dan geldt dat ook voor politici. Hoeveel politici staan er niet inmiddels buiten de samenleving? Zetten nooit meer zelf een vuilniszak aan de straat? Gaan nooit meer zelf naar Albert Heijn? Ja, beschouwen dat als een werkbezoek? Die komen in de VVD niet voor. Maar als je er ergens eentje aantreft, doe me een lol, pak ’m even bij zijn oor en zeg: zo doen wij dat niet. Onze waarden zijn dat je als politicus midden in de samenleving staat en normaal doet. Ja? Afspraak!

Soms moet je dingen in een wet regelen, natuurlijk. Maar in de meeste gevallen, als je praat over waarden, los je het niet op met wetten en regels. In een grote samenleving mag je iets vinden van dingen. Als je onverschillig bent over het gedrag van jezelf en van anderen, dan halen we niet de volle potentie uit onze samenleving.

Kortom, wij zijn meer dan mensen met een liberale opvatting over de overheid. Wij vinden ook iets van de samenleving. Wij zijn namelijk de vaandeldragers van de waarden van hardwerkend Nederland. En die waarden die ruiken niet naar spruitjes, die ruiken naar vrijheid en normaal doen.