Al die offers mogen niet voor niks zijn

Ze verloren een bassist aan een overdosis en zaten creatief op een dood spoor, maar metalcollectief Slipknot herpakte zich vorig jaar. Denk alleen niet dat alles nu oké is in de band. Zaterdag spelen ze op Fortarock in Nijmegen.

Jim Root, de gitarist van Slipknot Foto Christie Goodwin/Redferns
Jim Root, de gitarist van Slipknot Foto Christie Goodwin/Redferns

‘Ik heb een shitty mood, man.” Jim Root (43), de gitarist van Slipknot, wrijft in zijn roodomrande ogen en zucht. Nee, het is niet het interview. Het is de band, man. „Wil ik dit nog wel? Waar is het allemaal voor? Is het nog leuk? Is het omdat ik het moet doen? Is het voor het geld? Mijn ziel?”

Het is februari en Root speelt vanavond met Slipknot in de Amsterdamse Heineken Music Hall. Een konvooi van zeven toerbussen staat naast de concertzaal; binnen heeft de crew van de band het hele complex bezet. Met militaire precisie wordt de backstageruimte gerund; zodra we richting Root lopen voor het interview, knarst de toermanager in zijn walkietalkie: „We’re moving.”

Kggk.

Het is het eerste deel van de toer, en Root is nu al moe. ’s Avonds zal er niet veel van te zien zijn, als hij verscholen achter zijn jokermasker over het podium rent. Maar eerder die dag is de gitarist van een van ’s werelds grootste metalbands tijdens een wandeling door Amsterdam geconfronteerd met een ander leven, zonder een masker. Dat van huisje, boompje, beestje. „Zo’n woonboot, dat zou mooi zijn”, mijmert hij terwijl op de achtergrond de militante drumroffels van het nummer ‘The Blister Exists’ worden geoefend.

Een woonboot zit er voorlopig niet in. Daar heeft de band te veel voor opgeofferd, met als tragisch dieptepunt het overlijden van Paul Gray. De bassist wordt in 2010 dood in een hotelkamer aangetroffen. Een overdosis is hem fataal geworden.

Amsterdam was waar het fout ging

De band heeft dan al een imposante carrière achter de rug. Wordt Slipknot tijdens het titelloze debuut in 1999 nog weggezet als een goedkope gimmick wegens de maskers en overalls, het negental imponeert met het gitzwarte Iowa (2001) en vooral het overrompelende The Subliminal Verses (2004). Maar rondom All Hope Is Gone (2008) komt de klad erin. Flets, saai, geen focus. Root: „Ik kan niks met die plaat. Iedereen was met iets anders bezig.”

En dat was eigenlijk al jaren zo. De prioriteiten van de bandleden lagen overal, behalve bij Slipknot. Root weet nog wanneer en waar het fout ging. Hier, in Amsterdam, tijdens de albumtour van Iowa. „Iedereen zette het op een zuipen, at spacecake en pafte wiet. Toen raakten de geesten verdeeld. Zo wilde Corey (Taylor, zanger red.) zijn oude band Stonesour nieuw leven inblazen.”

Ja, geeft Root toe, hij deed het zelf ook door toe te treden tot Stonesour. Het radiovriendelijke geluid van die band leidde tot een reeks hits, maar Slipknot was zo geen prioriteit meer. Root: „Doordat Slipknot bleef groeien, konden die andere dingen ook, maar de andere projecten maakten dat alles verwaterde. Het is moeilijk om dan uit te vinden wat iedereen met de band wil.”

Dankzij sterproducer Rick Rubin (Johnny Cash, Beastie Boys) gaat het nog goed op het meesterlijke The Subliminal Verses, maar daarna raakt de band de draad kwijt. Als Gray in 2010 wegvalt, is het nog maar de vraag of de dan achtkoppige formatie blijft bestaan. De interne spanningen lopen verder op en om onduidelijke redenen krijgt drummer Joey Jordison zijn congé. Boze tongen reppen van drugsmisbruik, maar de band zwijgt.

Toch wisten ze zich te herpakken

Met veel pijn en moeite kwam vorig jaar vervolgens dan toch The Gray Chapter uit. De zin ‘This song is not for the living; this song is for the dead’ luidt een plaat in die meer bevlogen klinkt dan de voorganger. „We keren terug naar hoe Slipknot moet klinken”, aldus Root, „Zeker live is het nieuwe werk intens. Ik merk dat we weer een beetje hechter zijn geworden.”

Een beetje, maar niet helemaal. Die andere projecten blijven nog steeds bestaan, tegen de wens van Root in. „De dood van Paul heeft me in die zin veranderd dat ik nu vind dat we ons meer op Slipknot moeten richten. Slipknot zou prioriteit moeten zijn voor ons allemaal. De offers, de mensen die we hebben verloren, dat zou allemaal voor niks zijn.”

En dat is nu niet het geval. Vandaar dat pokkehumeur, man. „Soms heb ik het gevoel dat ik het voor niks doe. We doen al dit werk, al die shit, en dan? Wéér een fucking pauze van twee jaar inlassen zodat iedereen met z’n eigen dingetjes bezig kan? Boeken schrijven, acteren, andere bands? We hebben iets dat Slipknot heet en dat is uniek. Sommigen zien dat niet terwijl het hier recht voor ons staat.”

Stonesour is verreweg het grootste zijproject. Root is echter in november uit die band gezet. Waarom dat gebeurde heeft de band nooit bekendgemaakt, maar het heeft de krankzinnige situatie doen ontstaan dat de gitarist nu een zanger deelt met een band waar hij uit is geschopt. „Het maakt me niet uit”, zegt Root. „Ik heb het er ook niet over met Corey, want er is niks om over te praten. It’s all dead to me.”

Slipknot heeft alles mogelijk gemaakt

Wat zou het ook. Het moet om Slipknot gaan. De band heeft een tweede kans gekregen, laat dat dan niet verpesten door die andere bands. „Slipknot is waarom we hier zijn. Niet alleen om wat we hier doen, maar echt, waarom wij hier zijn. Het heeft alles mogelijk gemaakt. Onze vrienden, onze huizen, de culturen die we hebben leren kennen. Ik was er nooit achtergekomen dat ik in Amsterdam een woonboot voor 250.000 euro kon kopen als Slipknot niet bestond.”

Root heeft ook geen andere keuze. „Op school bakte ik er niks van, ik heb het niet eens afgemaakt. Gelukkig is dit wél gelukt (haalt diep adem) – ik heb hier alles voor opzij moeten zetten. Ik ben niet getrouwd, heb geen kinderen. Ik wil geen kind opvoeden tijdens het toeren en mijn familie opdringen aan de rest van de band.” Hij wijst naar buiten: „Heb je gezien wat daar buiten staat? Shit man, we toeren met zeven fucking bussen! Zeven! Dat zijn alleen wij en het voorprogramma, maar je denkt dat er een heel festival komt. Fucking maddening. Sommige mensen kunnen niet met de eigenaardigheden van sommige andere mensen omgaan, en dan krijg je dus extra bussen.

„Begrijp me niet verkeerd, we zijn een broederschap. Geen vrienden, maar broers. Je houdt van ze tot aan hun dood.” Met een grijns: „But sometimes you want to wring your fist down their fucking neck.