Aantrekkende economie maakt begrotingstekort weer wat kleiner

De overheidsfinanciën profiteren van het economisch herstel: minder uitkeringen, lagere staatsschuld en meer belastinginkomsten.

Verder herstel van de economie en meevallers in de zorg en in de kinderopvang zorgen ervoor dat de staatsschuld en het begrotingstekort dit jaar verder teruglopen. Dat blijkt uit de Voorjaarsnota die minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) gisteravond naar de Tweede Kamer stuurde.

Het begrotingstekort zakt naar 2,1 procent van het bruto binnenlands product, waar een tekort van 2,2 procent was verwacht. De staatsschuld daalt tot 68,6 procent van het bbp, waar het kabinet op 70 procent had gerekend. Dijsselbloem spreekt in zijn brief van „een kleine verbetering”.

Volgens de meest recente ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) groeit de Nederlandse economie dit jaar met 1,7 procent. Toen de kabinetsplannen vorig jaar werden opgesteld, werd nog uitgegaan van 1,25 procent groei. En als de economie dit jaar groter uitvalt dan voorzien, wordt de schuld in verhouding vanzelfsprekend kleiner.

De meevallers komen voor het grootste gedeelte uit lagere werkloosheidsuitkeringen (100 miljoen euro) en de zorg (300 miljoen, onder meer door goedkopere geneesmiddelen).

Ook zijn er tegenvallers op de lopende begroting. Zo moet het kabinet meer geld uittrekken voor de instroom van asielzoekers (400 miljoen) en zijn er meer leerlingen en studenten dan verwacht (studiefinanciering kost 200 miljoen extra).

Aan de inkomstenkant van begroting zijn er fiscale meevallers van 1,6 miljard euro, vooral doordat bedrijven meer vennootschapsbelasting betalen en meer dividend uitkeren.

Dijsselbloem zal ook rekening houden met lagere gasbaten. Op 1 juli neemt het kabinet een besluit over de mate waarin de Groningse gasproductie wordt teruggedraaid om de kans op aardbevingen in de wingebieden te verkleinen.