Zes misverstanden over de Eerste Kamer

Foto ANP / Jerry Lampen

Tussen WOI en 2012 beschikten de regeringspartijen steeds over een meerderheid in zowel Tweede als Eerste Kamer. Nu dat niet meer het geval is, staat de Eerste Kamer meer ter discussie dan ooit. Politicoloog Nico Baakman rekent af met zes misverstanden over het instituut.

De positie van de Eerste Kamer staat al lang ter discussie. Tot 1848 werden de leden ervan door de Koning voor het leven benoemd. Hun voornaamste functie was de Koning en zijn ministers in bescherming te nemen tegen de Tweede Kamer, wat de EK de bijnaam ‘la ménagerie du Roi’ opleverde.

Thorbecke wilde haar kwijt, maar dat mislukte. Sedertdien zijn er regelmatig pogingen ondernomen haar alsnog op te heffen, maar ook die liepen stuk. Met name de VVD verzette zich. Die partij is echter, na het aantreden van Rutte II, radicaal van standpunt veranderd.

VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra opende het vuur in De Telegraaf van 19 april 2013. Daarna deed Loek Hermans het in de Eerste Kamer bij de Algemene Beschouwingen in oktober 2013 nog eens dunnetjes over, en premier Rutte rondde het in oktober 2014 af met het aankondigen van een staatscommissie. Daarmee is de EK nog lang niet opgeheven, maar de discussie erover is wel in woeliger vaarwater terechtgekomen. Alle reden om een paar veelgehoorde misverstanden te bestrijden.

1. De Eerste Kamer was nog nooit zo politiek als nu
Dat schreef onder andere de NRC. Op zich al een vreemde uitspraak, want wat kan een Kamer van de Staten Generaal, die volgens de Grondwet het gehele Nederlandse volk zou vertegenwoordigen, anders zijn dan ‘politiek’?

Met ingang van 1848 werden de leden gekozen en dat markeerde een breuk in haar opstelling. Vanaf toen werden regeringsvoorstellen zonder pardon afgestemd, ministers weggestuurd en hun begrotingen verworpen. Dat hield echter op na WOI door de introductie van het lijstenstelsel in 1917. Daardoor konden landelijk georganiseerde politieke partijen eerst de Tweede, en via Provinciale Staten daarna ook de Eerste Kamer gaan domineren. Omdat de regeringspartijen tussen WOI en 2012 steeds een meerderheid in beide Kamers hadden, en de Eerste Kamerleden vrijwel altijd hetzelfde stemden als hun partijgenoten in de Tweede Kamer, kwam de Eerste Kamer maar uiterst zelden tot een ander eindoordeel dan de Tweede.

Naar aanleiding daarvan vragen wat de EK er dan nog toe doet is begrijpelijk, maar concluderen dat zij daarom niet ‘politiek’ was of zich ‘politiek terughoudend opstelde” is dat niet. Alleen wie zich niet uitspreekt is politiek terughoudend; wie voor of tegen een voorstel stemt maakt per definitie een politieke keuze. En als een Tweede Kamerlid, al is het tandenknarsend, met zijn fractie meestemt, spreken we van fractiediscipline, niet van terughoudendheid. Stemmen van een partij beide Kamerfracties hetzelfde, dan is dat ook niet politiek terughoudend van de Eerste Kamerfractie, maar het volgen van de partijlijn. Kortom, tussen 1815 en 1848 was de EK het politieke schoothondje van de Koning, tussen WOI en 2012 van de regeringspartijen.

Lees verder (€)

Nico Baakman is politicoloog aan de universiteit van Maastricht.