‘Wij moeten de Amerikanen helpen om hieruit te komen’

Er moet duidelijkheid komen over de eventuele komst van Guantánamo-gedetineerden, vinden twee senatoren.

„Het moet worden opgelost”, zegt de één. „En snel”, vult de ander aan. Zij zijn beiden lid van de Eerste Kamer, zij zijn beiden hoogleraar in Leiden en zij zijn beide verbaasd over de wijze waarop met de laatste gevangenen op Guantánamo Bay wordt omgegaan. Nico Schrijver, hoogleraar internationaal publiekrecht, lid van de PvdA-fractie en Hans Franken, emeritus hoogleraar informatierecht, lid van de CDA-fractie. Gezamenlijk gezeten aan een tafel in de ‘koffiekamer’ van de Eerste Kamer laten zij hun gedachten gaan over ‘Guantánamo’.

Op deze marinebasis in Cuba zetten de VS terreurverdachten vast die ze op het slagveld van hun wereldwijde ‘war on terror’ oppakten. De overgrote meerderheid werd nooit officieel aangeklaagd noch berecht door een speciale, buiten het Amerikaanse systeem opgezette, militaire rechtbank.

Schrijver: „Ik vind het te gek voor woorden dat deze zaak zo lang in de westerse wereld sleept. Je kan niet jaar in jaar uit zeggen dat we op de kwestie studeren. We zijn verdorie bijna zeven jaar verder na Obama’s aankondiging dat hij Guantánamo wilde sluiten. Natuurlijk is het zo dat de Amerikanen dit over zichzelf hebben afgeroepen door met het onmogelijke systeem van Guantánamo Bay te komen, maar nu kies ik voor de mensenrechtelijke kant. We moeten nu met zijn allen de Amerikanen toch een beetje helpen. Als Europa iets ruimhartiger aan de oplossing van dit vraagstuk gaat meewerken dan zal president Obama ook een sterkere positie hebben om in eigen land wat gedaan te krijgen.”

Hans Franken: „Je kan natuurlijk zeggen dat de Amerikanen zelf hun eigenaardigheid moeten opruimen, maar aan de andere kant kan je ook zeggen dat er mensen in nood zijn waar we vanuit mensenrechtelijke benadering, wat aan moeten doen. Maar ik vind wel dat ook de Amerikanen een gebaar moeten maken.”

Waar denkt u dan aan?

Franken: „Dat zij ook een aantal mensen opnemen of, als dat onmogelijk is omdat het Congres dwars ligt, dat ze financieel bijspringen om ze in andere landen onder te kunnen brengen. De Amerikanen moeten enige loyaliteit opbrengen voor degenen die hen uit de problemen helpen.”

Schrijver: „Het bondgenootschappelijke aspect telt ook mee. Die aanvallen op 11 september 2001 zijn heel erg geweest, een keerpunt in de hedendaagse geschiedenis. Toen hebben we ons met de Amerikanen solidair verklaard in de strijd tegen het internationaal terrorisme. Dat gebeurt lang niet altijd op de manier die wij in grote delen van Europa verstandig vinden, maar uit een oogpunt van solidariteit vind ik het van belang dat wij de Amerikanen helpen om hieruit te komen.”

Franken: „Dat bondgenootschappelijke aspect is ook belangrijk, maar de mensenrechten vind ik doorslaggevend.”

Waarom wordt er in Nederland zo moeilijk gedaan over opname van deze mensen?

Schrijver: „Vanwege het klimaat rondom vluchtelingenopvang en migratie. Dat we geen voldoende draagvlak in de samenleving voelen om dit standpunt uit te durven dragen.”

Franken: „Dat denk ik ook. Het gaat voor Nederland om twee of drie mensen. Ik vind het echt vreselijk. Ze zitten er al meer dan twaalf jaar.”

Schrijver: „Het wordt veel te groot gemaakt.”

Belast deze zaak de betrekkingen met de Verenigde Staten?

Schrijver: „Ik benader het liever positief. Het zou de betrekkingen goed doen als wij gaan mee helpen dit op te lossen.”

Franken: „Helemaal eens. De Amerikanen kunnen ons geen verwijten maken als wij niets doen.’’

Wat moet minister Koenders nu doen?

Franken: „Hij moet een stap zetten. Niet langer zeggen dat we ons beraden maar met een voorstel komen.”

Schrijver: „Na alles wat er over is gezegd moet het kabinet het wel aan het parlement uitleggen.”

Franken: „Koenders moet een brief schrijven met bijbehorende argumentatie dat hij van plan is een aantal mensen op te nemen. Je kan geen voldongen feiten creëren.”

Schrijver: „Nee, geen geheimzinnigheid. Dat is niet gepast en daarvoor is het nu te laat.”