Wat zijn die vrouwenrollen in Nederlandse films toch seksistisch

Met het hoogste percentage vrouwelijke regisseurs staat Nederland te boek als meest geëmancipeerde filmland van Europa. Toch zijn de meest voorkomende vrouwenrollen in Nederlandse speelfilms nog steeds lustobject en slachtoffer, constateert filmjournalist Karin Wolfs.

Wat voor indruk zou een Marswezentje van Nederlandse vrouwen krijgen als hij ze leerde kennen via de 44 Nederlandse speelfilms die het afgelopen jaar in de bioscoop uitkwamen? Met inmiddels twee miljoen bezoekers was 2014 het jaar van ‘Gooische Vrouwen 2’, waarin Linda de Mol precies lijkt te weten hoeveel calorieën er in een stuk appeltaart zitten, en vreest voor de desastreuze impact ervan op haar bilpartij.

Op twee in de bezoekers topdrie stond ‘Toscaanse Bruiloft’, waarin rimpels als probleem worden aangekaart en plastische chirurgie een terugkerend gespreksonderwerp is. De derde plek was voor romcom ‘Pak van mijn hart’, waarin vrouwen worden verwelkomd als ,,heerlijk meisje” of „pittig wijf” en uitgewuifd met „ik zou het er wel op kunnen”. ‘Vrouwenfilms’, heten dat.

En dat terwijl Nederland in september vorig jaar uit een onderzoek van het Europees Audiovisueel Observatorium naar de positie van vrouwen voor en achter de schermen van de internationale filmindustrie als meest geëmancipeerde filmland van Europa uit de bus kwam, met ruim 25 procent actieve vrouwelijke regisseurs over tien jaar (2003 - 2012). Op de lijst van 2014 zijn 17 van de 44 uitgebrachte speelfilms geregisseerd door een vrouw (39 procent), van de 60 scenaristen was 40 procent vrouw en in 35 procent van de films (15 stuks) was de belangrijkste hoofdrol voor een vrouw (Pim en Pom – twee katertjes met vrouwenstemmen – buiten beschouwing gelaten).

Dat daarmee ook de vrouwen die in Nederlandse films te zien zijn toonbeelden van emancipatie zijn, is een misvatting, gezien de beperkte staalkaart aan vrouwelijke stereotypes waaruit zowel mannelijke als vrouwelijke makers putten. Door de bank genomen zijn jonge vrouwen sexy of aantrekkelijk (in 33 films), moeders gefrustreerd (in 9 films), carrièrevrouwen kil (in 9 films) en oma’s – als je ze al te zien krijgt – weinig meer dan oud, dement of slecht ter been (in 5 films).

De op één na belangrijkste vrouwenrol – naast lustobject of love-interest – is die van slachtoffer (in 19 films); variërend van agressieve mannen tot dodelijke ziektes. In 12 films zien we een vrouw het huishouden doen (stofzuigen, koken, de was), in 11 als verpleegster of verzorgster van dieren of kinderen. Een ander hardnekkig terugkerend beeld (in 12 films) is de vrouw die voor de spiegel haar uiterlijk keurt. In 7 films is een jonge vrouw in een ultrakorte spijkerbroek te zien (in de mode en o zo sexy), en in evenzoveel films worden vrouwen begluurd, bij voorkeur in bikini. Vijf films tonen daarnaast nog bijzondere belangstelling voor het achterwerk van een bukkende vrouw.

De clichés verschuilen zich graag achter een dubbele moraal: de seksistische norm wordt bekritiseerd, gepersifleerd of afgekeurd, maar alternatieven krijgen we niet of nauwelijks te zien. Resultaat onder de streep: de zogenaamd vermaledijde norm (vrouw wees slank en aantrekkelijk) wordt de facto bevestigd.

Een aantal voorbeelden

In ‘Hartenstraat’ – geschreven en geregisseerd door vrouwen – is de belangrijkste vrouwelijke hoofdrol voor de blonde, blanke, slanke, kortgerokte, hooggehakte Katje. Aanvankelijk een kille carrièrevrouw, die sojamelk drinkt en gluten mijdt. Pas wanneer ze toegeeft eigenlijk diep in haar hartje te verlangen naar heel veel calorieën, ontdooit ze – te zien aan haar strakke haar dat steeds losser komt te zitten – en vindt ze ware liefde. De ontboezeming verandert het rolmodel echter geen spat: de aantrekkelijke slanke den blijft overeind. Net als in heel wat kinder- en jeugdfilms. En net als in reclamefilms of –posters.

Dat eendimensionale, commerciële vrouwbeeld verkondigt dat de bepalende factor voor de persoonlijkheid van een vrouw haar lichaam is. Alsof een mens geen gigantische verzameling eigenaardigheden is. Een overtuiging die zo dominant is, dat die ook door menig vrouwelijk filmmaker – scenarist of regisseur – is geïncorporeerd en wordt uitgedragen, onder het mom dat haar ‘zelfbewuste’ uiterlijk of ‘durf’ om haar lichaam te tonen modern en geëmancipeerd is. Daarmee heeft ze zich de ‘male gaze’ toegeëigend, die misschien wel haar positie en commercieel succes verklaart, maar die in feite het vrouw-zijn beperkt tot een seksistisch cliché dat het tot archetype heeft geschopt.

Een gedenkwaardig dieptepunt van dit type ‘geëmancipeerd seksisme’ levert een scène in romcom ‘Toscaanse Bruiloft’: de bruid krijgt van haar hockeyvriendinnen een fotosessie met een Italiaanse erotische fotograaf cadeau. In plaats van haar een hand te geven, meet de man ter kennismaking ongevraagd en met de hand haar borst, waarmee haar identiteit – voor iedereen hoorbaar – wordt teruggebracht tot haar cupmaat. Waarna het hele team zich enthousiast kirrend op een kledingrekje vol kinky ondergoed werpt, en – eenmaal flink uitgekleed – goedkeurend door de mannelijke trouwgasten wordt begluurd.

Laatste glorieuze voorbeeld is het met een Gouden Kalf bekroonde, door een vrouw geschreven scenario van de bejubelde romcom ‘Aanmodderfakker’, dat grossiert in vrouwelijke stereotypen. Met als meest originele variant de minderjarige love-interest – een schattig oppasmeisje dat de was doet (super zorgzaam!). Als de mannelijke antiheld haar zijn liefde verklaart, blijkt ze haar toelating tot een rechtenstudie aan Oxford te hebben laten schieten om bedreigde babyschildpadjes te gaan redden in Australië. De les: knuffelbaarheid gaat boven onafhankelijkheid. Lachen!

Dat een vrouwelijk testpubliek liever zag dat Sophie van Oers zich in ‘Toscaanse Bruiloft’ door Jan Kooijman laat veroveren in plaats van dat zij hem aan zijn stropdas de slaapkamer in leidt, mag wat dat betreft geen verrassing heten. Maar dat filmmakers, die zich als geen ander bewust zijn van de impact van beelden geen originelere invulling aan hun vrouwelijke personages weten te geven, duidt op een stuitend gebrek aan creativiteit en durf.