Voor het leven getekend, maar zelden recidivist

Het Congres acht detentie van ‘Gitmo’-gevangenen in de VS zelf te gevaarlijk. Die zorg blijkt overtrokken.

Adel bin Muhammad El-Ouerghi en Omar Abdelhadi Faraj gaan trouwen. Op 6 juni trouwen de twee, respectievelijk een Tunesiër en een Syriër, met twee Uruguayaanse vrouwen die zich tot de islam hebben bekeerd.

Misschien dat deze twee voormalige Guantánamo Bay-gevangenen zich nu een beetje kunnen wortelen. December vorig jaar kwamen ze aan in Uruguay – een land met slechts een handvol moslims, zonder moskee en zonder veel ervaring in de opvang van vluchtelingen. Sindsdien wonen ze in een huis in Montevideo. Vorige maand zocht het Duitse weekblad Der Spiegel ze daar op. De eerste euforie was gezakt, de mannen hadden het moeilijk. Ze wilden gezinshereniging, ze kampten met fysieke en psychische problemen. Ze vertelden hoe ze zelfs in het vliegtuig van Cuba naar Montevideo nog geboeid waren en zwarte kappen over hun hoofd hadden. Een van hen plaste in zijn oranje gevangenispak omdat hij niet naar de wc mocht.

Na het vertrek van de zes zitten in Guantánamo nu nog 122 gevangenen. Van 57 van hen staat vast dat ze nooit iets te maken hebben gehad met terroristische activiteiten. De Amerikaanse president Obama is in een strijd met het Congres verwikkeld om de gevangenis te sluiten, zoals hij in 2009 bij zijn aantreden beloofde, en de gevangenen te herhuisvesten voor het einde van zijn ambtstermijn, begin 2017.

Opname in de VS is onmogelijk omdat het Congres dit met een wet heeft geblokkeerd. Terug naar hun eigen land kunnen de gevangenen niet, omdat ze daar hun leven niet zeker zijn, of omdat het daar oorlog is, zoals in Syrië of Jemen. Onder de 57 onschuldig verklaarde gevangenen zijn 28 Jemenieten. Het streven is hen nog voor eind 2015 elders onder te brengen, maar het vlot nog niet erg. Drie werden in januari geherhuisvest in Oman, één in Estland. Deze maand wordt waarschijnlijk een tiental naar Marokko en Mauretanië overgeplaatst.

Voor het leven getekend

Obama moet snel zijn. In de Senaat is een wetsvoorstel in voorbereiding dat het uitleveren van Guantánamogevangenen aan derde landen zou blokkeren en ook de ban op hun opname in de VS verlengt. Het Witte Huis wil de resterende gevangenen juist in de VS berechten en opsluiten. De kans dat het debat kantelt, stijgt naarmate het aantal resterende gevangenen daalt, omdat de kosten per gevangene dan verder oplopen.

Volgens sommige Republikeinen zijn de gevangenen gevaarlijk omdat ze na hun vrijlating opnieuw terroristische activiteiten ontplooien. Vorig jaar bleek uit een rapport van het Pentagon dat dit voor 17 procent van de ex-gevangenen gold. Maar volgens onderzoek van de Amerikaanse terrorisme-expert Peter Bergen zou van ‘slechts’ 15 van de toen 620 vrijgelaten gevangenen vast staan dat zij strijden tegen de VS (ofwel 2,5 procent).

Onschuldig of niet, Guantánamo-gevangenen zijn voor het leven getekend en hebben grote moeite elders een nieuw bestaan op te bouwen. Zo kwijnen zes Oeigoeren, moslims uit China, sinds 2009 weg op het eilandje Palau bij de Filippijnen. In Canada kwam onlangs de 28-jarige Omar Khadr op borgtocht vrij, die sinds zijn vijftiende in Guantánamo zat en nooit een normale adolescentie heeft gekend. In Duitsland houdt de ‘Talib uit Bremen’ Murat Kurnaz zich in leven met lezingen, een boek en een film over zijn tijd in Guantánamo.

Ook de zes in Uruguay hebben grote aanpassingsproblemen; zoveel dat de Syriër Jihad Diyab, die op krukken loopt door martelingen die hij in Guantánamo onderging, tegen Der Spiegel zei: „Het is net alsof ik van de ene gevangenis naar de andere ben gereisd.”