Verrassend goed, van de Heerma van Vossjes

Romanschrijvers lijken tegenwoordig veel minder neer te kijken op het genre van de ‘hersenloze strandboeken’. Anna Enquist, Nausicaa Marbe, Herman Brusselmans en Ricus van de Coevering flirtten recent met het thrillergenre. Bij dat rijtje hebben Daan Heerma van Voss (1986) en Thomas Heerma van Voss (1990) zich nu aangesloten. De broers, die beiden lof oogstten met hun literaire romans, hebben nu samen onder de naam Heerma van Voss & Heerma van Voss de thriller Ultimatum geschreven.

Het verhaal begint in New Orleans. Tijdens het carnavalsfeest Mardi Gras vermoordt een man verkleed als skelet een jonge vrouw. Rechercheur Hanna Vincennes onderzoekt de zaak en arresteert al snel de Nederlandse student Alexander van Zandt. Parallel aan dat verhaal wordt beschreven hoe de arts Aron Mulder in een vakantiehuisje in het Noord-Hollandse Egmond-Binnen worstelt met zijn verleden. De psychiater is vijf jaar eerder verdacht geweest van de moord op zijn vrouw, een zaak die nog altijd onopgehelderd is. Zowel zijn cliënten als zijn zoon wilden na de moordzaak niks meer met hem te maken hebben. De zoon verhuisde naar Amerika, waar hij voortaan Alexander van Zandt heette. Als Aron ontdekt dat zijn zoon hetzelfde is overkomen als hij, neemt de psychiater het vliegtuig naar Louisiana. Vanaf dat moment schuiven de twee verhalen steeds meer in elkaar.

Heerma van Voss & Heerma van Voss schrijven voortreffelijk. Ze hebben vaak maar één of twee zinnen nodig om de sfeer neer te zetten. Over Egmond-Binnen: ‘Een dorp met meer verkeersdrempels dan tapvergunningen.’ Ook de spanningsboog deugt, en de drie hoofdpersonen, vader en zoon Mulder en rechercheur Hanna Vincennes, nemen je op sleeptouw. Verrassend is de plot. De lezer komt aan de weet wie de moordenaar in het skeletpak is. Maar opluchten doet die kennis allerminst. Een geslaagd debuut van twee niet-debutanten.