Thrilleropera over gluren blijft op intellectuele afstand

Een nieuwe thrilleropera vrij naar Hitchcock met als thema voyeurisme: spannender wordt muziektheater op papier niet. Maar in de praktijk is Private View van de Belgische componiste Annelies van Parys (1975) – vooraf beloond met een prijs van 75.000 euro voor vernieuwing – niet zozeer een publieksklapper als wel een hermetisch, gefragmenteerd ensemblestuk dat niet de verbeelding maar de vervreemding prikkelt. Niet eng. Niet grappig. Niet schokkend. En niet 70 minuten boeiend.

Private View lijdt aan het fenomeen veel kapiteins, troebele koers. Aan de ingrediënten afzonderlijk ligt het niet. De instrumentaties van Van Parys zijn origineel en lekker eerie, met glansrol voor percussie en accordeon. Maar in het libretto van dichteres Jen Hadfield (Zij: „Ik scheer haartjes van 1 mm”. Hij : „Is er nog cheddar”) mis je lijn en identificatie. De zangers zijn geen personages, maar vertellers. De verhalende laag is overgelaten aan videocollectief 33 1/3, dat knap visuele onrust stookt met vintage footage van smeltende boter in een oer-magnetron, en zelfs een orgasme treffend vat in oude beelden.

Mooie filmbeelden en knappe muziek maken geen opera. De plot, een moord, blijft op afstand, dus laat koud. Dat is een keuze van de makers: ijskoud toezien is voyeurisme. Maar opera heeft andere wetten dan ethiek. Gluren voelt alleen impertinent als je privacy schendt. Gluren naar vertellers en oude beelden? Dat is gewoon kijken. En dus glijdt ook Private View, alle goede intenties en ingrediënten ten spijt, zo weer van je af.