Terugbetalen wordt lastig

Griekenland moet vrijdag 300 miljoen euro terugbetalen aan het IMF. Lukt dat? En zo niet, hoe gaat het dan verder?

En weer moet Griekenland koortsachtig potjes leeg schrapen om aan al zijn verplichtingen te kunnen blijven voldoen: maar liefst 1,6 miljard euro moet het deze maand terugbetalen aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF), waarvan 300 miljoen al aanstaande vrijdag. Lukt dat?

Het is die vraag die financiële markten en internationale geldschieters, met wie Athene nu al ruim drie maanden praat over 7,2 miljard euro noodsteun, opnieuw nerveus maakt. Uit Athene zelf komen tegenstrijdige geluiden. „We hebben het geld niet. Zo simpel is het”, zei een minister vorige week onomwonden. Een woordvoerder van de Griekse regering sprak sussend dat alle verplichtingen worden nagekomen. Nou ja: „Voor zover we hiertoe in staat zijn.”

Deels zijn die uitspraken strategie. Griekenland zet zo extra druk op de drie instellingen (ECB, IMF en Europese Commissie) waarmee het onderhandelt over de vereiste bezuinigingen. Pas als er een akkoord ligt met deze trojka wil de Eurogroep, de ministers van Financiën uit de eurozone, groen licht geven voor de noodsteun. Griekenland wil liever nu al concessies.

Groeiende radeloosheid

Maar behalve bluf, is er ook sprake van groeiende radeloosheid. Tot nu toe zijn de Grieken niet in gebreke gebleven, maar het is op het randje. Voor de vorige IMF-aflossing (750 miljoen euro op 12 mei) moest een beroep worden gedaan op een eigen, Grieks potje bij datzelfde IMF. Lokale en regionale reserves in Griekenland zijn zoveel mogelijk gecentraliseerd en ambtenaren worden niet of laat betaald. Er circuleren plannen om pinnen te belasten, zodat er minder cash wordt opgenomen. En vorige week kregen Griekse overheidsinstellingen opdracht om saldi van ruim duizend ongebruikte rekeningen zo snel mogelijk over te maken naar een centrale bankrekening. Daarmee werd een miljoen euro binnengeharkt.

De trukendoos begint kortom leeg te raken. „Op een gegeven moment zullen we de beslissing moeten nemen die geen enkele minister van Financiën zou willen nemen”, aldus minister van Financiën Yanis Varoufakis tegen de BBC.

Is 5 juni inderdaad het moment van de waarheid? Een wanbetaling door een ontwikkeld land als Griekenland is in de geschiedenis van het IMF nog niet eerder voorgekomen – het zou zonder meer een schok zijn. Maar ook weer niet onmiddellijk rampzalig: het IMF zal Griekenland formeel sommeren om alsnog over de brug te komen, maar volgens de eigen regels onderneemt het fonds pas na een maand daadwerkelijk actie.

Een mogelijke oplossing is om de vier IMF-betalingen die Griekenland moet doen (op 5, 12, 16 en 19 juni) te bundelen tot één betaling aan het einde van deze maand. Binnen de Eurogroep geldt 1 juli als de enige, echte deadline: dan loopt het huidige EU-hulpprogramma voor Griekenland af. Voor die tijd moet er een deal liggen. In juli moet Griekenland bovendien 6 miljard euro terugbetalen aan de Europese Centrale Bank (ECB) - dat geldt als pas echt problematisch.

Wat als?

Durven de EU-lidstaten de Grieken over rand te laten vallen? Doe dat niet, zei de Amerikaanse minister van Financiën Jack Lew afgelopen vrijdag. Volgens hem moet Europa „in ieders belang” de discussie snel weer pragmatisch maken om een „ongeluk” te voorkomen.

Een akkoord opent niet alleen de weg naar 7,2 miljard euro noodsteun, maar zou het ook mogelijk maken, althans dat hopen de Grieken, om meer kortlopende leningen (T-bills) af te sluiten. De ECB verbood dat eerder dit jaar, om te voorkomen dat er teveel moeilijk verhandelbaar Grieks schuldpapier in omloop komt. Volgens de Grieken bedrijft de ECB, die onafhankelijk hoort te zijn, daarmee politiek.

De Griekse regering gelooft in een snelle deal, mogelijk zelfs al deze week. Maar binnen de Europese en de Eurogroep wordt dat optimisme duidelijk niet gedeeld. Nationale parlementen in onder meer Nederland en Duitsland moeten een eventueel akkoord goedkeuren. Daar is ook tijd voor nodig.

Struikelblokken zijn onder meer een pensioenhervorming en een btw-verhoging - door Athene aangeduid als ‘rode lijnen’. Premier Alexis Tsipras worstelt bovendien met opstandelingen in zijn eigen partij, het links-radicale Syriza. Een motie in het Griekse parlement met een pleidooi voor een harde confrontatie met geldschieters haalde het vorige week net niet, maar dat het voor Tsipras moeilijk wordt om welke deal dan ook aan zijn eigen mensen te verkopen is duidelijk.