Interview

Stop zelf met snel ouder worden

Veel ziekten zijn eigenlijk vroegtijdige veroudering. Daar kun je zelf wat tegen doen.

Je hebt artsen en onderzoekers die zeggen dat ouderdom een ziekte is die over een poosje bestreden kan worden met medicijnen – ze zijn er hard naar op zoek. De Britse gerontoloog Aubrey de Grey is een van hen – „de mens is een machine die gerepareerd kan worden” – en in Nederland probeert hoogleraar Andrea Maier van het VUmc erachter te komen wat de onderliggende oorzaak van veroudering is en hoe die geëlimineerd kan worden. Gezond 130 jaar worden is volgens haar geen sciencefiction meer.

Marcel Olde Rikkert (52), hoogleraar geriatrie in het Radboudumc, vindt dat allemaal „pure onzin”. Veroudering, zegt hij, bestaat gewoon. Het is zo’n complex mechanisme van eiwitopstapeling, DNA-schade en afstervende cellen, dat het „misplaatst positivisme” is om te verwachten dat je dat met pillen kunt verhelpen. Bovendien, vindt hij, ga je er dan vanuit dat de remedie tegen verouderingsziekten van artsen moet komen, terwijl mensen er beter zelf iets aan kunnen doen – door stil te staan bij hun manier van leven en de keuzen die ze maken. Hij schreef er een boek over: Jong blijven & oud worden.

Zijn remedie tegen verouderingsziekten presenteert Olde Rikkert als een spel, waarbij je bijvoorbeeld microlevens van dertig minuten kunt winnen. Of verliezen. Rook je veel? Dan verlies je negen microlevens per dag, en als je een vrouw bent tien. Dat wil zeggen: je gaat vijf uur per etmaal sneller je dood tegemoet. Eet je genoeg groenten en fruit? Vier microlevens erbij. Vijf kilo overgewicht? Eén eraf. Twee uur bewegingloos televisiekijken? Eén eraf. Twintig minuten matige inspanning? Twee erbij.

Mentaal weerbaar

En dan zijn er nog talloze tips om je mentaal te weren tegen voortijdige veroudering – je blijven ontwikkelen, plezier houden, dansen, dat soort dingen – maar ook om je er geleidelijk aan bij neer te leggen dat je echt een keer doodgaat. Praat erover. Zie de nadelen van een operatie of het slikken van medicijnen onder ogen. Hou zelf de leiding, zolang het kan.

Zelf is Olde Rikkert een magere man die veel loopt en altijd de trap neemt. In zijn boek vertelt hij hoe toevallige omstandigheden invloed kunnen hebben op je gezondheid – neem in zijn geval het feit dat hij op zijn twaalfde anorexia had. Hij belandde van een leuke lagere school in een brugklas vol pestkoppen, en die overgang werd hem teveel. Hij groeide eroverheen, maar een grote eter is hij nooit meer geworden. Wel kwam hij door deze speling van het lot „op een gezonder pad” terecht dan zijn negen jaar oudere en door hem bewonderde broer, die door zijn bourgondische manier van leven veel meer risico liep op hart-en vaatziekten. Die broer overleed op zijn zevenenveertigse aan een hartstilstand, geschokt door het verlies van zijn beide schoonouders enkele uren daarvoor.

Is mager zijn levensverlengend? In zijn boek haalt Olde Rikkert twee onderzoeken aan, waarvan het eerste in 2009 gepubliceerd is in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Science. Apen die op een streng dieet waren gezet kregen in twintig jaar minder vaak darmkanker, artrose, hart- en vaatziekten en diabetes dan de apen uit de controlegroep. Die hadden al die tijd mogen eten zoveel ze wilden. De dieetapen zagen er ook nog eens jonger en gezonder uit. Maar in 2012 publiceerde het tijdschrift Nature, minstens zo vooraanstaand, de resultaten van een onderzoek waarin geen verschil werd gemeten tussen apen die weinig aten en apen die veel aten. Hoe zit dat?

Olde Rikkert: „Er zaten subtiele verschillen tussen de twee onderzoeken, bijvoorbeeld dat de controleapen in de Science-groep echt alles mochten eten, en de controleapen uit de Nature-groep niet. Die werden behoed voor overeten. Daarbij zaten er in het eten van de controleapen uit de Science-groep tien keer meer vrije suikers dan in het eten van de controleapen uit de Science-groep.” Dus? „Alleen een laag gewicht nastreven is onnodig en onverstandig. Het gaat er ook om wat je eet. En als je eerst veel te veel eet en dan gaat minderen, boek je natuurlijk meer winst.”

Veel te veel medicijnen

Lukt het hem om zijn patiënten – oude mensen – te motiveren om minder te eten en meer te bewegen? Of is het toch makkelijker om pillen te slikken tegen hoge bloeddruk en hoge suiker- en cholestrolspiegels? Olde Rikkert: „Er worden natuurlijk veel te veel medicijnen gebruikt, maar ik zie ook mensen die er weerstand tegen hebben, en dat worden er meer. Een kwart van mijn patiënten wil best meer wil bewegen als ze merken dat hun bloeddruk daardoor daalt en ze minder insuline hoeven te gebruiken. Interventies in het eetpatroon zijn lastiger. Dat lukt in vijf tot tien procent van de gevallen. Kun je zeggen: weinig, maar longartsen hebben niet veel meer succes bij het laten stoppen met roken van hun patiënten.”

Bij zeer oude mensen, zegt hij, is hij meer dan vroeger geneigd te kijken of de medicijnen die ze slikken nog wel nut hebben, zeker als er vervelende bijwerkingen zijn. „Het zijn de momenten”, zegt hij, „waarop je de familie voorbereidt op de laatste fase. Het besef dat het einde nadert is er vaak niet, en de familie verzet zich er vaak tegen. We hebben hier in het Radboud nu een vrouw van in de 90, met beginnende dementie en bloedarmoede, maar zonder klachten. De familie wilde dat we haar bloedtransfusies gaven. Ik heb ze er met steun van de huisarts van kunnen overtuigen dat ze zich er beter bij konden neerleggen dat hun moeder ging sterven.”

Maar er zijn genoeg families die zeggen: misschien moeten we niet doorgaan. Ook onder artsen die geen geriater zijn, zegt Olde Rikkert, wordt het normaler te zeggen dat er een einde aan behandelen is. „De cardiologen vroegen ons mee te kijken bij mensen die geselecteerd waren voor een nieuwe hartklep. Bij vijftien procent zeiden wij: doe maar niet. Die mensen zijn niet geopereerd. Dat moet je durven, het is tegen de richtlijn. Een andere richtlijn zegt dat je mensen met ernstig overgewicht en diabetes een maagverkleining moet geven. Ook mensen boven de 80? Ik zeg: nee.”