Proeverij van Vlaamse kunst

Werk van Johan Creten, Nick Ervinck en Peter Rogiers op Lange Voorhout. Foto ANP
Werk van Johan Creten, Nick Ervinck en Peter Rogiers op Lange Voorhout. Foto ANP Foto ANP

Welkom in het museum! Kom binnen via onze snack- en snoepwinkel, om uw bezoek – en onze kassa – extra te verblijden. Aldus de onuitgesproken subtekst van het kunstwerk van Wesley Meuris, waarmee de tentoonstelling Vormidable begint. Deze Entrance Kit for Candy & Nuts Shop is een entreegebouwtje dat enkel uit een neoclassicistische façade bestaat. Met zulke generieke prefab bouwsels becommentarieert Meuris de vrijetijdsindustrie en ja, eerlijk is eerlijk, daar vallen musea ook onder. Museum Beelden aan Zee, waar de tentoonstelling staat, kom je ook binnen via het café en de winkel.

Toch is zulk sarcasme hier niet gepast. Want het museum biedt bovenal kunst: Vlaamse beeldhouwkunst die allesbehalve blinkend generiek of commercieel is. De dertigkunstenaars werken veelal figuratief, verhalend, met een voorkeur voor het verenigen van tegenstellingen. Dat geldt voor Meuris’ grandeur met een bordkartonnen realiteit zowel als voor Panamarenko’s niet vliegende vliegmachines en een met wattenstaafjes beplakte helm van Honoré d’O. ‘More is more’ lijkt het devies, zoals bij de mobile van laboratoriumglas van Sofie Muller, een uitbundige oefening in kwetsbaarheid. Dit alles vormt het decor voor de fragiele mensfiguren van Johan Tahon en Johan Creten en het hulpeloze hoekje met dierlijke orgaanhompen door Peter van Buggenhout. Het is alles onvergelijkbaar en toch vertelt het samen een verhaal, iets over een ongerijmd universum waarin kwetsbare mensen proberen te overleven.

In het kleine Vlaanderen vond Museum Beelden aan Zee net zo veel goede beeldhouwers als in dat grote Rusland een paar jaar geleden, vertelt directeur Jan Teeuwisse bij de perspreview. Sinds het museum de organisatie overnam van de beeldenroute op het Lange Voorhout, voorheen Den Haag Sculptuur, doet het dat met een parallelle museumtentoonstelling en een landenthema. Dat Vlaanderen zo rijk aan beeldhouwers is, heeft een geschiedenis. Al vanaf de zeventiende eeuw zochten Nederlandse mecenassen en opdrachtgevers beeldhouwers uit de Zuidelijke Nederlanden.

Ook nu trekken Belgische beeldhouwers veel naar het buitenland. „De kliek van Gent, die van Antwerpen, die van Oostende”, typeert Creten de Vlaamse kunstwereld. Hoor je daar niet bij, dan vertrek je maar – zelf werkte hij in Mexico en Miami. Die internationale blik levert veel goede kunst op, maar dat komt beter tot uitdrukking in het museum dan op het Lange Voorhout. De beelden zijn groot genoeg, in een mooie cadans opgesteld, maar de onderlinge verschillen zijn te groot. In het museum is die verscheidenheid een voordeel, buiten is sowieso al zoveel ruis dat meer samenhang nodig is.

Dat ligt niet aan de kunstwerken, de prachtig golvende beelden van Caroline Coolen en sombere kolossen van Renato Nicolodi. Maar zet daar niet een knalgele Nick Ervinck of stekelig metalen Peter Rogiers bij. Zo’n proeverij van wat Vlaamse kunst allemaal wel niet vermag, neigt naar willekeur en overbodigheid. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel. Want daardoor past de hier geplaatste kritische sculptuur van Meuris beter dan die in het museum: een statige façade die de schijn heeft van rust en samenhang, maar kunstmatig overeind wordt gehouden.