Premier Rutte ontdekt de Dikke Ik, ook in eigen kring

Wat partijleiders op hun congres tegen de achterban zeggen is doorgaans geen onderwerp voor deze kolom. Gaat uw gang, dit is een vrij land. We zien wel wat er na eventuele machtsvorming nog op de zeef ligt

Dat wordt wat anders als zo’n partijleider ook premier is en zijn boodschap een wijdere strekking heeft. En kennelijk niet alleen bedoeld is om met stroop en honing applaus in eigen kring te scoren. Dat leek vrijdag het geval met premier Rutte, die een bespiegeling geheel wijdde aan zijn afkeer van de ‘Dikke Ik’. Daarmee doelt hij op het archetype van de egoïst annex hufter, die uitsluitend aan zichzelf denkt. Een begrip dat is gemunt door de filosoof Harry Kunneman in 2005 en eerder is omarmd door het toenmalige Kamerlid Wouter Bos (PvdA). In de sociaal-democratie is openlijke afkeer van de onverzadigbare egoïst die zich met gestrekte middelvinger door het maatschappelijk verkeer beweegt een veel gebruikelijker geluid dan bij de liberalen.

Ruttes hele speech was echter gewijd aan waarden en dus ook aan normen, die er immers uit voortvloeien. Gericht tegen het arrogante, zelfvoldane, zich verrijkende type en voor de ambitieuze, energieke mens. In VVD-beeldvorming is dat de ‘hardwerkende Nederlander’ die juist allergisch is voor normatieve betogen. In de VVD wordt dat als betutteling gevoeld. Maar Rutte pleitte vrijdag juist voor een scherpere oriëntatie op de samenleving. En expliciet tegen de ‘Dikke Ik’ in eigen kring. Dat was nieuw, en ook verfrissend.

Hij wenste bankiers die hun bonussen verdedigen een enkele reis Londen, berispte geaffecteerde bestuurders die „werkelijk ieder werkbezoek beschouwen als een antropologische expeditie”, op visite bij ‘de burger’. Rutte gleed uit door vers ontslagen werknemers te verwijten meteen naar het UWV te hollen voor een uitkering – dat is namelijk een wettelijke verplichting. Ook zijn verwijt aan oudere werknemers die de laatste tien jaar van hun loopbaan als een last ervaren en zo „onze energie opvreten” was niet erg overtuigend. Een organisatie moet nooit helemaal worden gedomineerd door het type menselijke stuiterbal dat Rutte als ideaal ziet.

Met zijn kritiek op de denigrerende bejegening van werknemers in het onderwijs, bij de zorg en de politie ‘als personeel’ door arrogante landgenoten, sloeg de premier de spijker op de kop. Soms lijkt het of Nederland niet zozeer een grote middenklasse heeft, maar vooral een kolossale elite, die graag van boven naar beneden praat. Ook buiten de VVD kunnen we wel een pleidooi gebruiken dat neerkomt op een toontje lager, een onsje minder en kijk eerst naar eens naar de ander. Met zoveel Dikke Ikken is dit land gauw vol.