Paroolman van het eerste uur

Wim van Norden (1917-2015)

Van krantenjongen tot Parooldirecteur ; Wim van Norden was een hoeder van de pluriforme pers.

Wim van Norden, medeoprichter vanHet Parool, werd in 2013 voor het artikel ‘Blij dat ik rij’ in de kerstbijlage van zijn krant geïnterviewd als kwieke hoogbejaarde die nog zelf autorijdt.
Wim van Norden, medeoprichter vanHet Parool, werd in 2013 voor het artikel ‘Blij dat ik rij’ in de kerstbijlage van zijn krant geïnterviewd als kwieke hoogbejaarde die nog zelf autorijdt. Foto Marc Driessen/ Hollandse Hoogte

Courantier – het ouderwetse, wat parmantige woord kan niet ontbreken in een necrologie van de vrijdag overleden Wim van Norden. Hij was een verzetsman. Hij leidde na de Tweede Wereldoorlog jarenlang als directeur Het Parool. Maar zijn belangrijkste werk was het waarborgen van het bestaan van verschillende kranten.

Wim van Norden (Bussum, 1917) was een hoeder van de pluriforme pers, de progressieve pers dan. Hij speelde vooral achter de schermen een hoofdrol bij de Weekbladpers (uitgever van onder meer Vrij Nederland), uitgeverij De Arbeiderspers en de Perscombinatie (PCM), de fusie van Het Parool met de Volkskrant, later uitgebreid met Trouw, en nog weer later tot met AD en NRC Handelsblad.

Woensdag kwam neef Arthur van Norden voor het laatst bij oom Wim thuis. De strenge man die in de loop der jaren zoveel milder was geworden. „Hij was aimabel, maar daar moest je wel eerst achterkomen.” Mochten het keurige voorkomen van Van Norden, de volmaakte volzinnen, zijn immer beschaafde, wat afstandelijke toon de indruk wekken van een nazaat van een adelsfamilie, dan kan Arthur van Norden dat idee direct wegnemen. Wims grootvader was een kleine aannemer in de Amsterdamse volksbuurt de Jordaan. Vader was een befaamde keramist. Moeder had op haar vijftiende het Joodse geloof al afgelegd. Ze waren rood; niet van de grote SDAP, maar van de kleine Onafhankelijke Socialistische Partij. Een gezin van vrijdenkers, zegt Arthur van Norden. Vegetariërs, geheelonthouders, pacifisten. „Met die ideeën zijn de kinderen ook grootgebracht.” En met cultuur. Een opvallend groot aantal Van Nordens heeft naam gemaakt als (beeldend) kunstenaar. Wim van Norden had een grote liefde voor muziek.

Oorlog

Zijn krantenloopbaan begon met het rondbrengen van het ondergrondse Parool in 1940, later kwam hij op de redactie te werken met vrienden en gelijkgestemden als Simon Carmiggelt en Max Nord. Hij werd opgepakt door de Duitsers en zat maanden gevangen in Scheveningen, waar hij in een éénpersoons cel met vijf arrestanten „in de muil van het monster had gestaard”, zoals hij het zelf uitdrukte. Ten slotte liet de Sicherheitspolizei hem gaan omdat ze niet kon bewijzen dat hij bij de Paroolgroep zat. Historicus Madelon de Keizer zei in een tv-portret dat Van Nordens „ironie, sarcasme en distantie” het product waren van die gevangenschap.

Wim van Norden zou tot aan zijn dood blijven wonen aan de Reguliersgracht, naast het adres waar Het Parool in de oorlog was vervaardigd. Hoewel hij afstand hield tot herdenkingen van het verzet, was de nagedachtenis aan de verzetslieden die waren gevallen de belangrijkste leidraad voor Van Norden, denkt oud-politicus Ed van Thijn, die jarenlang met Van Norden in het bestuur van Stichting Het Parool zat. „Solidariteit en plichtsgevoel” had hij aan de oorlogsperiode overgehouden, maar „geen sentimentaliteit”.

Koele blik op cijfers

Na de oorlog kreeg Van Norden, die economie had gestudeerd in Rotterdam, het verzoek om de zakelijke leiding over Het Parool op zich te nemen. Hoewel hij eigenlijk van plan was terug te gaan naar de universiteit, zou hij veertig jaar aan het hoofd van de voormalige verzetskrant blijven staan. Het geld dat in de succesvolle jaren werd verdiend, vloeide naar de stichting Het Parool die al in de oorlog was opgericht om te voorkomen dat de krant een winstobject voor hebzuchtige eigenaren zou kunnen worden.

Vanwege Van Nordens persoonlijke betrokkenheid bij Het Parool is wel geconcludeerd dat hij zich binnen de Perscombinatie bij zijn besluiten altijd liet leiden door de belangen van die krant. Dat klopt niet, zegt Van Thijn. „Juist de jongere generatie, zoals ik, was zo vervuld van die krant, dat wij wel eens een komma vergaten als Het Parool in financiële nood dreigde te komen. Van Norden keek koeler naar de cijfers. Hij was een scherp analyticus en stelde zijn argumenten altijd op schrift, dat gaf hem een geweldige voorsprong.”

De achterdocht dat Van Norden louter als Paroolman dacht, zou de fusie van het door zijn stichting zo rijke Parool en de destijds zo arme Volkskrant in 1968 hinderen. De redactie van de Volkskrant vreesde platweg te worden overgenomen en koesterde bovendien een variant op het ideaal van arbeiderszelfbestuur waar Van Norden niets van moest hebben. Hij typeerde de tegenover Het Parool aan de Wibautstraat gelegen Volkskrant, eens als „de kolchoz aan de overkant”.

Een paar maanden geleden stootte Van Norden tijdens een familieverjaardag zijn neef Arthur aan. „Kook jij nog wel eens voor grote groepen?” Arthur van Norden die als cateraar had gewerkt, zei dat hij dat best nog wel eens wilde doen. Fijn, had oom Wim gezegd met vrolijke oogjes. „Over tweeënhalf jaar word ik honderd en dan wil ik dat jij de catering doet.” Typisch zijn oom, zegt Arthur van Norden. Hij bleef altijd uitkijken naar de toekomst.