Opinie

Ook Toon hield van lullen over het vak – en kon het goed

Het is alweer zo’n acht jaar geleden dat de kunstredactie van deze krant voor het laatst nog een handgeschreven brief ontving waarin werd betoogd dat popmuziek en film geen vormen van kunst waren, maar plat vermaak. Dat verwijt is niet zo gek als het klinkt. Het is een onderscheid dat nog gemaakt wordt. Ook het cabaret worstelt met een opgedrongen onderscheid tussen kunst en amusement. Toon Hermans bijvoorbeeld wilde geen cabaretier genoemd worden. Te pretentieus. Nu heb je artiesten als Jochem Myer, die verklaart dat hij zich niet als cabaretier ziet, maar van het amusement is.

Het cabaret kent zelfs een actiegroep die het vak serieus wil nemen en opkomt voor de emancipatie van het cabaret: Poock (Platform Ontwikkeling en Onderzoek Cabaret & Kleinkunst). Onlangs kondigde Poock een nieuw cabaretfestival aan, dat met debatten een impuls moet geven aan verdieping en innovatie van het vak. Het kreeg nauwelijks weerklank. Het festival moet ook pas in september 2016 plaatsvinden. Voor dit jaar staat er een ‘cabaretcollege’ gepland. Geen voorstel waar je harten mee wint. Daarbij: Poock heeft meer niet uitgevoerde plannen op zijn naam.

Reden voor scepsis genoeg. Toch valt te hopen dat dit initiatief vleugels gaat krijgen. Stof genoeg – inhoudelijk, vormtechnisch, stilistisch. Cabaretiers komen niet meer weg met de suggestie dat ze maar wat doen, zoals Toon Hermans placht te zeggen. Hermans is typisch een artiest van wie je denkt dat zijn werk geen analyse verdraagt. Het tegendeel is waar. In zijn buitengewoon inspirerende biografie uit 2010 onthulde Jacques Klöters dat Toon praten over het vak afdeed als kitchen talk, niet geschikt voor publiek, maar dat hij het toch graag deed en er zeer bedreven in was. Ook zijn eigen gevoel voor humor had Toon scherp geanalyseerd.

Praten over timing vond Toon maar ‘gelul’. „Er zijn zoveel andere dingen interessant om over te praten”, zei hij volgens Klöters. „Het juiste tempo bijvoorbeeld, vertragen, versnellen, het kleuren van je stem, de juiste plaatsing van je grappen. Waar leg je ze neer bijvoorbeeld, schop je ze van beneden naar boven de zaal in of plaats ze je boven en laat ze je omlaag rollen?” Dat laatste klinkt natuurlijk fascinerend. Daar kun je wel een boom over opzetten.

Wat Klöters ook ontdekte was dat Toon zich liet inspireren door jazz en abstracte kunst. Mijn gok is dat Jochem Myer ook stiekem dol is op abstracte kunst en jazz (en Toon). Zou een mooi onderwerp zijn voor dat eerste ‘cabaretcollege’.