Niks copieus diner, op naar de Tour

Alberto Contador wint de spectaculaire 98ste editie. Steven Kruijswijk eindigt sterk als zevende.

Alberto Contador met de trofee op het podium in Milaan na zijn eindzege in de Ronde van Italië.
Alberto Contador met de trofee op het podium in Milaan na zijn eindzege in de Ronde van Italië. Foto Claudio Peri/EPA

Natuurlijk ging Alberto Contador de eindzege in de Giro eens goed vieren, met een diner in het gezelschap van zijn ploegmaten. Maar al te veel zou hij zelf niet eten. Niet omdat de kopman van Tinkoff-Saxo in de voorlaatste etappe nog een zeldzame nederlaag had geleden en liefst 1.40 minuut had verspeeld op ritwinnaar Fabio Aru. Welnee, geen moment had hij onderweg gedacht dat de eindzege nog in gevaar kwam.

Waarom dan toch niet even de remmen los aan tafel, waarom niet één keer een copieuze maaltijd na drie weken afzien? „Ik moet mijn gewicht in de gaten houden voor de Tour de France”, sprak de Spanjaard zaterdag, aan de vooravond van de eindzege in Milaan. „De Ronde van Italië is in the pocket, ik denk nu al aan mijn volgende doel.”

Contador (32) heeft in de herfst van zijn carrière een missie. Na de Vuelta van vorig jaar wil hij nu in één seizoen zowel Giro als Tour winnen. Grandslam op de fiets, het ultieme bewijs dat hij echt de beste ronderenner van zijn generatie is. Na een loodzware voorbereiding haalde hij gisteren overtuigend zijn eerste slag binnen. Dankzij een superieure tijdrit over zestig kilometer en de gekende fraaie staaltjes klimwerk. Hij won de Giro ondanks twee valpartijen en sterke tegenstand van met name de Astanaploeg van Aru (op 1.53 minuut tweede in het eindklassement) en de Bask Mikel Landa (derde op 3.05).

En ook met enige dank aan Steven Kruijswijk. Vooral in de vooraf als sleuteletappe aangemerkte rit over de gevreesde Mortirolo hielp de 27-jarige Brabander de Spaanse klassementsleider om de kloof met Aru te vergroten. Zelf werd Kruijswijk na een sterke comeback in de laatste week op 10.53 nog zevende in het eindklassement. Ook de kopman van Lotto-Jumbo maakt zich op voor de Tour, maakte zijn ploeg vanmorgen bekend.

„Ik wist dat Steven in de top tien kon komen”, zegt zijn trainer Louis Delahaye. „Maar ook ik had niet verwacht dat hij in de laatste week bij de allersterksten in de Giro zou horen.” Kruijswijk eindigde in de zware bergrit van zaterdag naar Sestrière als vijfde en miste op een paar punten de bergtrui, die naar de Italiaanse routinier Giovanni Visconti (Movistar) ging. Maar hij verbeterde wel zijn hoogste eindklassering (achtste in 2011) en is de beste Nederlander in de Giro na Erik Breukink, die eind jaren tachtig als derde, tweede en vierde eindigde in Milaan.

Kansloos leek Kruijswijk, toen hij al in de vierde etappe ruim acht minuten verloor op de favorieten. Een moment van onoplettendheid, volgens Delahaye. „Hij had daar net geen ploeggenoten bij zich toen het ontplofte, reed zelf nog wel 175 van de 200 meter dicht naar de voorste groep. Maar die laatste 25 meter waren net teveel.” Zonder die acht minuten tijdverlies zou Kruijswijk wellicht op het podium zijn geëindigd in Milaan. Nu schoof hij met constant aanvallen en een knappe tijdrit (vijfde) zo’n dertig plekken op in het klassement. Op de Mortirolo bepaalde hij vooraan het tempo en ook zaterdag op de Finestre viel hij een aantal keren aan, in zijn vergeefse jacht op de blauwe bergtrui.

Kruijswijk ontdekte deze Giro dat hij bij de allerbeste ronderenners hoort, vertelt Delahaye. „De eerste week is er heel agressief gekoerst. Dat kostte hem die acht minuten, maar verder was het in zijn voordeel. Steven heeft de kwaliteit dat hij heel snel herstelt. Hij zag op een gegeven moment Porte spartelen, net als Uran en af en toe zelfs Aru. Bij Astana begonnen ze allemaal op het tandvlees te rijden. Zelf zei Steven: ‘ik ben kapot maar kan wel volhouden.’ De vermogens die hij haalt zijn niet exceptioneel hoog, maar hij komt in zo’n laatste week gewoon bovendrijven.”

De uitstekende prestaties van Kruijswijk komen als geroepen voor de enige Nederlandse ploeg op het hoogste WorldTourniveau. Eindelijk succes, na een ongekend zwak voorjaar. Dat geeft weer hoop voor de Tour, die op 4 juli start in Utrecht. „Dit is een enorme opsteker voor de ploeg”, zegt Delahaye. De Limburgse trainer is momenteel op hoogtestage in de Spaanse Sierra Nevada met een deel van de Tourploeg rond kopman Wilco Kelderman. Robert Gesink en Laurens ten Dam bereiden zich in de Verenigde Staten voor. „Je merkt dat de andere mannen ook moraal krijgen.”

Kruijswijk zelf heeft al aangegeven dat hij na de Giro graag meegaat naar de Tour om de kopmannen bij te staan en voor ritwinst te strijden in de bergen. Delehaye gelooft in de kracht van zijn ploeg. „Ondanks alle tegenslag in het voorjaar zijn wij er altijd van overtuigd gebleven dat onze aanpak succes kan opleveren.”