Kim Kardashian maakte als kleuter al zelfportretten

Arjen van Veelen bekijkt elke week waarover wij ons opwinden op sociale media. Vandaag: Kim Kardashians selfies in een koffietafelkunstboek.

Zelfportretten van de Amerikaanse realityster Kim Kardashian.
Zelfportretten van de Amerikaanse realityster Kim Kardashian. Foto Twitter.

De Amerikaanse mediaster Kim Kardashian (34) publiceerde onlangs het fotoboek Selfish, ruim vierhonderd pagina’s met voornamelijk selfies. Het boek bevat ook enkele van de naaktfoto’s die vorig jaar uitlekten na de geruchtmakende hack van accounts van beroemdheden („Ik ben niet boos op ze. LOL”, schrijft Kardashian).

Oplettende internetters hebben veel foto’s al kunnen zien. Nieuw is dat ze op glanzend papier zijn afgedrukt, van de artistieke uitgever Rizzoli. Dus praten kunstcritici over de vraag of Kims boek kunst is. Een serie ingewikkelde essays verscheen al over het fotoboek. Kim zou een kunstenaar zijn als Andy Warhol (die kunst maakte van soepblikjes) of Marcel Duchamp (die een urinoir in het museum zette). Ze zou een hedendaagse Virginia Woolf of Marina Abramovic zijn.

Opvallend, die welwillendheid . Ik geloof niet dat onze Heleen van Royen zulke goed kritieken kreeg toen ze vorig jaar al in het Letterkundig museum de tentoonstelling Selfmade presenteerde, met eveneens selfies en blootfoto’s.

Kardashian is natuurlijk geen kunstenaar. En ook geen schrijver. Zoals Laura Bennett in Slate schreef, heeft haar boek „überhaupt geen literaire ambities. Het heeft nauwelijks woorden.” Klopt. Het boek Selfish ziet er eerder uit alsof iemand haastig de foto’s op z’n telefoon heeft geüpload naar zo’n fotoalbumservice, en er wat bijschriftjes heeft bijgekrabbeld in een ‘handgeschreven’ lettertype. Teksten als: „Bikini selfies are my favorite”.

Kardashian is een socialite, beroemd omdat ze beroemd is, net zoals de Eiffeltoren. Maar ze is een denkende Eiffeltoren. Ze weet wat ze doet, speelt met moderne obsessies, zoals racisme of narcisme. Vorig jaar zorgde ze voor buzz met een foto van haar achterwerk met een glas champagne er op — een knipoog naar de negentiende eeuwse, racistische freakshows met Saartjie Baartman. (Kardashian ‘mag’ dat, haar man is rapper Kanye West).

Haar boek is vooral interessant als een apologie van de selfie. Sommigen zien selfies als symbool van onzeker narcisme, Kardashian presenteert ze als symbool van sociaal zelfvertrouwen: je leven letterlijk in eigen hand nemen (‘selfmade’, zoals van Royen al zei).

Twee foto’s zijn illustratief. Op de ene maakt ze een selfie met die andere socialite, Paris Hilton. De twee vriendinnen verstoppen zich onder een laken, samen schuilend voor paparazzi. Selfies zijn niet selfish, zegt de foto. En ook: de mediaster van deze tijd passeert de paparazzi en plaatst haar leven onder eigen voorwaarden online.

De tweede is een selfie die Kardashian maakte met een wegwerpcameraatje, in 1984, toen ze vier jaar oud was. Zo naturel zijn selfies kennelijk, zegt de foto. De ‘koningin van de selfie’ is kind van een tijd waarin je van jongsaf je eigen beeld beheert.

Is het kúnst? Saaie vraag. Kunst is datgene waar we over honderd jaar nog over praten, maar dan zijn we er niet meer.