Ik stel het hele spel graag ter discussie

Behalve een mediagrap is het Ikterview volgens Wouter Kusters ook de structuur van de waanzin: één persoon die de vragen stelt maar ze ook beantwoordt, moet wel gespleten zijn.

Illustratie Enkeling

Met de bus voorthobbelend langs vaarten en tussen weilanden door bereiken we Wouter Kusters’ domicilie in een kindvriendelijke nieuwbouwwijk midden in het Groene Hart. Veel kinderspullen in huis, in de tuin een zandbakje en een grote picknicktafel, maar aan de boekenkast zien we dat hier ook duchtig gefilosofeerd wordt: prominent aanwezig is het werk van Nietzsche, van Wittgenstein, van Foucault en ook zijn eigen boek met felgele kaft springt ertussenuit. Wouter Kusters zit op de bank en heeft net een boek over de geschiedenis van de Romantiek opzij gelegd.

Meneer Kusters, u leest al dertig jaar filosofieboeken, u heeft zelf twee prijswinnende filosofieboeken geschreven, en nog steeds gaat u door met filosoferen?

(Lachend) „Je hebt gelijk, noem het maar een hobby, een passie, een verslaving of een gewoonte: vroeger of later keer ik steeds weer terug naar de wijsbegeerte. Het begon op mijn vijftiende, toen vond ik bij mijn grootvader in de boekenkast de destijds befaamde twee delen Geschiedenis van de filosofie van Hans Joachim Störig. Daarin werd een ander soort denken uiteengezet dan ik gewend was van school en het dagelijks leven. Het ging om een vrij-denken zonder vooroordelen – het besprak de belangrijke zaken van het leven waarvan ik dacht dat iedereen zich daarvoor interesseerde: wat is waarheid, wat is werkelijkheid, wat is de mens, wie ben ik?”

Maar wat schiet je daar nou mee op, daar heb je toch niets aan?

„Klopt, maar dat hoeft ook niet. Sterker nog, filosofie die bedoeld is om er ‘iets aan te hebben’, is twijfelachtige filosofie. Filosofie is geen middel voor iets anders, maar doel op zichzelf. Natuurlijk, filosofen moeten ook leven, net zo als kunstenaars, en ik vraag ook geld voor mijn werk en opdrachten. Maar dat betekent niet dat filosofie daarmee ondergeschikt raakt aan de eisen van de markt, zich conformeert aan de praktijken van vraag en aanbod. Integendeel, filosofie is bij uitstek onpraktisch, omdat het alledaagse praktijken ter discussie stelt, en deze door analyse, kritiek en twijfel zelfs kan blokkeren en doen vastlopen. De befaamde kritische filosoof Adorno parafraserend zou ik zeggen: ‘De taak van de filosofie is tegenwoordig, chaos in de orde te scheppen’. Laat die orde los, treed uit de tijd – dan pas krijg je inzicht in de tijd. Dergelijke uittredingen zijn zowel typisch voor filosofen als waanzinnigen.”

Goed dat u er zelf mee komt: de overeenkomst tussen filosofie en waanzin. Filosofie kan volgens u tot waanzin leiden, en uit waanzin zou filosofie kunnen ontstaan. Wat heeft u toch met waanzin?

„De term ‘waanzin’ zit in de titel van twee van mijn boeken. Allereerst verwijs ik daarmee naar reële, concrete ervaringen van mijzelf (ik heb tweemaal een psychotische periode gekend) en vele anderen. Maar in plaats van dergelijke ervaringen af te doen als ziek, gestoord of onbegrijpelijk, heb ik deze tot voorbij de bodem doordacht en een stem gegeven.”

Wacht even, wat is een psychose, dat weten de lezers misschien niet?

„Sorry, maar dat is geen originele vraag, die vraag is me al zo vaak gesteld, en die heb ik al zo uitvoerig beantwoord in mijn boeken. Maar goed, als je het per se wil weten: waanzin is overal, net als filosofie, als je er oog voor hebt. Kijk eens hier. Ja, hier. In dit Ikterview. Het heeft iets vermakelijks, dat je als geïnterviewde jezelf interviewt, en op jezelf doorgaat. Maar behalve een mediagrap is het ook de structuur van de waanzin, die van de paradox van de eenheid in gespletenheid. Ik bedoel, alle tekst, alle woorden komen hier uit één bron, van één auteur. Maar die doet zich voor als gespleten – alsof hij zichzelf bevraagt als een ander. Hij jaagt zichzelf achterna, er moet vastgesteld worden wie hij is, maar je komt daar nooit uit, doordat iedere vaststelling opnieuw bevraagd wordt. De slang bijt in zijn eigen staart. Daardoor krijg je reflectie op reflectie - wat ze in de psychiatrie ook wel de ‘hyper-reflectie’ van de waanzin noemen: doorgedraaide irrelevante doordenking en bevraging van het vanzelfsprekende. Zo schiet het inderdaad niet op, je hebt er niets aan, het werkt verlammend. Het lijkt wel filosofie. Het enige wat dan nog helpt is gaan tuinieren of hardlopen of zoiets praktisch. Hoewel, ook dan, als je...”

Stop maar, ik weet genoeg, ik begrijp heel goed wat je zegt. Door zo’n innerlijk vraag- en antwoordspel draai je al snel in vicieuze cirkels rond, en krijg je geen letter op papier, geen brood op de plank. Laten we ons maar concentreren op het interview.

„Dat zeg je wel zo gemakkelijk, maar kenmerkend voor zowel filosofie als waanzin is nu ook juist om dit hele spel ter discussie te stellen, regels te overtreden, uit de rol te vallen. Dus dat jij weer tot de orde van de dag wil overgaan, betekent niet dat ik daar in mee ga. Want het gaat nu juist om het middelpunt van die zogenaamde vicieuze cirkel, daar moeten we heen, tegen de middelpuntvliedende kracht van de verstrooiing in…”

Goed meneer Kusters, we weten genoeg, u draaft weer lekker door. We gaan er een punt achter zetten. Maar voordat we van het papier afdansen, stel ik u nog een concrete afscheidsvraag. Wat zou u graag leuk vinden, maar lukt u niet?

„Tuinieren. Het lijkt me zo mooi: de natuur helpen tot groei en bloei te komen, variatie van individuele planten leiden naar een harmonieus geheel, bloei- en snoeitijden bijhouden en je schikken in het ritme van de natuur. Goed, ik help mijn vrouw wel eens en ga soms een ladder op om agressieve klimop in te tomen. Ook rag ik wel eens met de maaier door het gras. Maar dat echte liefdevolle ‘meegaan’ met de natuur en ‘opgaan’ in de natuur, daar kom ik niet aan toe in de tuin. Ja, hier langs de Lek, de beekjes, het riet en de weilanden ga ik vaak hardlopen. En in de zomer zit ik graag aan de picknicktafel met een boek, maar het blijft Natuur op afstand, in beschouwing of als achtergrond. Ik verkeer blijkbaar liever tussen het natuurlijke en het onnatuurlijke van het denken en de filosofie.”