Iedereen schrijft maar niemand leest

Foto ANP / Lex van Lieshout

In de meningenstorm van druk en zend blijft aan druk en papier de rol voor reflectie. En de mensen die nog echt lezen, kunnen vaak ook beter schrijven, concludeert Maarten Huygen die vrijdag vertrok als chef van de redactie Opinie.

Naast schrijven als unieke kunst of als ambacht dat velen kunnen leren, is er nog een derde vorm: duimtikken. Dat is overal te zien. We leven in een tijd waarin iedereen schrijft en niemand leest. En meningen geeft. In een seconde gepubliceerd. Wat is nog de functie van opiniepagina’s als het trage proces van drukken en papier plaats maakt voor het snelle drukken en zenden?

In de zomer van 2008 kwam ik bij de Opinieredactie van NRC Handelsblad. De iPhone was op dat moment voor het eerst in Nederland te koop, exclusief voor telefoonmaatschappij T-Mobile. Dit gemaksapparaat versnelde de meningenrevolutie die al gaande was in avondtalkshows, blogs en lezerscommentaren onder op internet gepubliceerde stukken.

Zag je eerder in de trein veel passagiers een boek lezen of waren ze verstopt achter een kleine gratis of grote betaalde krant, plotseling was iedereen zelf aan het schrijven. Eerst alleen sms, maar al gauw via mobiel internet. Met de iPhone en zijn navolgers werden ook Facebook en andere platforms toegankelijk. Op treinperrons en –balkons, in treinstoelen en wachtkamers, in rijen voor de kassa, op de fiets en zelfs in de auto staan en zitten mensen gefixeerd op hun kleine persoonlijke schermpje te tikken. Zelfs hare majesteit koningin Beatrix was dit niet ontgaan: „Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes”, stelde zij vast in haar kerstrede van 2009.

Bij de krant moesten redacteuren worden vrijgesteld om tussen de lezerscommentaren aangeslibde scheldpartijen weg te baggeren. Want direct digitaal reageren was toch iets anders dan de klassieke brief aan de krant. Elke dronkenlap kon, eenmaal thuisgekomen, zijn gelal direct op een site slingeren, zonder postzegel. Hij hoefde niet eens tot tien te tellen.

Het late gebazel in de bruine kroeg werd publiek. Antisemieten, racisten, gewelddadige figuren, velen anoniem.

De vraag was ook: las iemand die driehonderd reacties onder een artikel over asielzoekers nog wel? We dachten dat we iedereen aan het woord lieten. Maar het volk onder onze artikelen bleek te bestaan uit een stuk of zes mensen die op elkaar reageerden, onder wie een Haagse kunstenaar en een mevrouw uit Canada.

Een aantal sites wist de kunst van het schelden te perfectioneren tot een vak en soms is het nog grappig ook. Geenstijl.nl, in 2008 gekocht door De Telegraaf, was populair onder jongeren, ook al namen ze de stukjes niet serieus. Als linkse tegenhanger ontstond Joop.nl van de Vara. Er kwamen veel concurrenten bij, Thepostonline.nl, opiniestukken.nl, en recent nog de rechtse site Jalta.nl.

Allemaal auteurs. Steeds meer mensen maakten hun eigen krantje op Facebook, sommigen met duizenden ‘vrienden’. Het kon nog korter, met 140 tekens op Twitter, in 2006 gestart en in 2009 echt ingeburgerd in Nederland.

De introductie van de late night-talkshow op RTL, met Barend en Van Dorp en de navolgers bij de publieke omroep, hadden de meningsvorming al enorm versneld. Maar nu was er een ‘tweede scherm’ geopend waar mensen direct konden reageren met tweets. Zo ontstond kortsluiting en oververhitting. Een kleine verspreking is al goed voor een digitale storm. Bekende Nederlander Martin Simek liet zich bij De Wereld Draait Door ironisch „zwartjes” ontvallen uit medeleven voor bootvluchtelingen. Gast Sylvana Simons zei dat je zo’n woord niet gebruikt. Deze paar seconden tv waren genoeg munitie voor een boze Twitterexplosie van antiracisten die Martin Simek afmaakten en racisten die Simons uitscholden en Simek prezen.

En na een dag of twee is het allemaal weer vergeten. Want je moet op tijd bij het nieuwe stormpje zijn.

In dit digitale bad vol sissende woede blijft een gedrukte en online gezette opiniepagina een prachtig slow journalistiek eiland. Ingezonden stukken lezen en daarover praten en corresponderen. Informatie checken. Onderwerpen bedenken en daar de best mogelijke auteur bij halen. Die kan uit Nederland komen maar net zo goed uit de VS, Duitsland of Peru. Bij voorkeur niet iemand uit de redactie, want die komt elders in de krant al genoeg aan het woord. Veel deskundigen, schrijvers en essayisten die boven de meningenmassa uitsteken. Die laten zien wat de reflectie van druk en papier voor heeft op de nervositeit van Twitter en blog. Een goed opiniestuk is simpel: het bevat een duidelijke mening vervat in een redenering met voorbeelden.

Zo is dat in theorie.

Als auteurs vaardig zijn met de pen, komen ze snel in de krant. Deskundigheid is een aanbeveling, maar die kan zich ook tegen de auteur keren. Te veel kennis is bekend verondersteld, je raakt verloren in details. Anderen zijn bang collega’s boos te maken zodat er alleen wenselijkheden staan als „duurzaamheid” of „toekomstbestendigheid”, „beleidsprikkels”, „win-win-situaties”. Die betekenen vaak het tegenovergestelde van wat wordt bedoeld. Met opiniestukken valt geen diplomatie te bedrijven.

Vragen om een helder stuk is soms of je met gebonden handen op een fiets moet stappen. Politici willen zelden een niet-voorspelbare mening geven. Timing hoort ook bij hun vak. Er is wel de uitgesproken ideologie van een partij, maar die kent iedereen al. De Groenlinkse politicus die voor meer windmolens pleit, de socialist die de rijken meer belasting wil laten betalen en de VVD’er die de werkgever korting wil geven. Dergelijke meningen moeten knap zijn geschreven om interessant te zijn. Niet verrassend is de ANWB die meer wegen wil aanleggen. En elk artikel over het Israëlisch-Palestijnse conflict roept veel tegenreacties op – maar de argumenten zijn even oud en bekend als de strijd zelf.

Ik heb respect gekregen voor de rijen mannen die elke dag voor vijftig stukken en brieven in onze elektronische postbus zorgen. Vooral mannen zoals ik, middelbaar of ouder, die hun ervaring willen delen. Vol goede moed, terwijl we maar twee stukken kunnen plaatsen, met internet erbij wat meer. Moedig werpen zij zich voor ons executiepeloton, en onze afwijzing nemen ze sportief op.

Waarom durven vrouwen minder vaak met hun mening te komen? Behalve minder zelfvertrouwen moet het ook efficiency zijn: waarom al dat werk met onzekere afloop?

Gelukkig kunnen we bij NRC dankbaar zijn voor echte lezers. Die kunnen vaak goed schrijven. Ze weten veel, wijzen op fouten, leggen in een brief van tweehonderd woorden het verschil uit tussen een viool en een viola da gamba of de mogelijkheden van een gesmolten zoutreactor.

Dat soort spontane reacties, verrassende auteurs, nieuwe onderwerpen, heerlijk absurde inzendingen en de gesprekken daarover zal ik missen, nu ik mij zelf weer in het miljoenenleger van enthousiaste schrijvers ga begeven.

Maarten Huygen was vanaf 2008 chef van de Opinieredactie van NRC Handelsblad en wordt nu redacteur hoger onderwijs. Hij wordt opgevolgd door Hans Nijenhuis.