Opinie

Hysterische behoefte om vooral jong te zijn

We zaten op een terras te praten en na een poosje zei mijn vriendin: „Die foto’s hè.” „Ja”, zei ik, want ik had er ook al steeds naar zitten kijken. „Links is vóór en rechts is ná de behandeling denk ik?”

We vergeleken de twee gezichten van dezelfde vrouw die esthetisch opgevuld was of zoiets en besloten dat ze er na de behandeling toch ietsje frisser uitzag, iets minder vermoeid.

Maar dat wijzelf natuurlijk nooit... Natuurlijk niet.

Zo’n heel gewoon gesprekje over uiterlijk als vrouwen zo vaak hebben. Héél vaak eigenlijk. Over de lengte van hun rok, het verven van hun haar, de hoogte van hun hakken, de omvang van hun buik enzovoort. Mannen hoor je daar nooit over. Vrijwel alle vrouwen die ik ken zijn slank en welverzorgd. Dat geldt lang niet voor de mannen, waarvan een groot deel ongegeneerd in slodderige kleren hun dikke buiken vertonen.

Tot zover niets nieuws.

Al evenmin nieuw was dat ik me weer eens afvroeg waarom vrouwen het toch zo druk hebben met uiterlijk. Zelfs als we de leeftijd voorbij zijn dat we sexy willen zijn en als we sowieso weten dat het daar niet om gaat. (Oh nee? Oh nee?)

Vrouwen die een hoofddoek omdoen en bedekkende kleding dragen, zeggen wel eens dat ze zich daardoor vrijer voelen. Niet voortdurend in de aanbieding, niet door elk paar ogen gekeurd op hun seksuele marktwaarde.

Daar kun je je gemakkelijk iets bij voorstellen. En meer nog dan bij de kleding en de hoofddoek, bij het denkbeeld: dat je vindt dat het voor vrouwen krenkend is om zo tentoongesteld te worden.

Kijk naar de levensgrote reclames waarop vrouwen uitdagend hun lichaam tonen. Daar is beslist iets vernederends in, zoals het een nederlaag is als beroemde vrouwen poseren voor een naaktblad. Hoezeer ze zelf ook volhouden dat dat nu juist een bewijs van emancipatie is: ik doe wat ik wil. Het lijkt me eerder een bewijs van diepgaande onzekerheid.

Als atheïsten over religie praten, praten ze vaak over dingen waarvan ze menen dat die voor de gelovigen belangrijk zijn, het hiernamaals en dergelijke. Uit gesprekken met (niet-fundamentalistische) katholieken, joden of islamieten blijkt vaak dat dat helemaal niet het belangrijkste voor hen is. Natuurlijk, aan de basis van hun leven ligt de overtuiging dat God dan wel Allah de hoogste instantie is en bepaalde regels en voorschriften heeft uitgevaardigd. Maar vervolgens is het niet steeds zaak om op te meten of men wel tot op de millimeter gelijk denkt en gelooft over zaken die er in het dagelijks leven niets toe doen („Heeft de slang gesproken?”). Het gaat eerder om je vertrouwd te voelen in je wereld, om te weten wat je moet doen. Rituele handelingen, dagindelingen, gebeden, voedselvoorschriften, kledingvoorschriften helpen daar bij. Ze zijn betekenisvol in het licht van de grotere aanname dat ze ‘van God gegeven’ zijn, voor zover God zich daar duidelijk over heeft uitgesproken, wat niet altijd zo is.

Moralisme is enorm uit de mode, en het had ook zo z’n benauwende kanten. Desalniettemin begrijp ik wel de al dan niet door religie ingegeven afkeer van die krankzinnige nadruk op seksualiteit, de hysterische behoefte om vooral jong te zijn en de honger naar steeds iets nieuws. Het is armoedig. Logisch dat sommige mensen liever in iets anders willen geloven, ook, of misschien zelfs juist, als dat geloof z’n fanatieke kanten heeft.

Nu ja, zo raak je een eind weg van een reclame voor de kunstmatig opgefriste vrouw. Maar ze staat ergens voor.