Die steunkous kunt u zelf aantrekken

Minder hulp ’s nachts voor doodzieke patiënten, minder injecties, geen wasjes meer draaien, geen maaltijden in de magnetron zetten. De zorg die de wijkverpleegkundige aan huis levert, is door de bezuinigingen dit jaar soberder geworden.

Wijkverpleegkundige Ingrid van Rienderhoff: „Als ik de voordeur dichttrek, hoop ik maar dat alles goed blijft gaan.”
Wijkverpleegkundige Ingrid van Rienderhoff: „Als ik de voordeur dichttrek, hoop ik maar dat alles goed blijft gaan.” Foto’s Ans Brys

Een jonge patiënt die uit het ziekenhuis wordt ontslagen, kan niet meer op wijkverpleegkundige Ingrid van Rienderhoff rekenen voor het injecteren van medicijnen. Ze laat ook niet meer de wasmachine draaien voor de ouderen en gehandicapten bij wie ze over de vloer komt. En snel even een afwasje doen, zit er ook niet meer in.

Van Rienderhoff: „Het druist totaal tegen je gevoel in. Waar je voorheen iemand in een half uurtje het gevoel kon geven dat je de hele ochtend was geweest, daar let ik nu veel meer op de tijd. Als ik de voordeur dichttrek, hoop ik maar dat alles goed blijft gaan.”

Een half jaar geleden ging een nieuw regime in de thuiszorg van start. De rol van wijkverpleegkundigen is belangrijker geworden. Ze verplegen en verzorgen niet meer alleen, maar bepalen nu ook hoeveel uren zorg langdurig zieken en gehandicapten thuis nodig hebben. Dat werd eerder gedaan door een ‘indicatiekantoor’. De verandering is onderdeel van drie grote zorghervormingen die het kabinet dit jaar heeft doorgevoerd.

Wonden verzorgen

Er is ook bezuinigd. Landelijk zijn afspraken gemaakt over een bezuiniging van ruim 400 miljoen euro op de wijkverpleging. Uit onderzoek van Actiz, brancheorganisatie voor zorgondernemers, blijkt dat zorgverzekeraars om die reden dit jaar ruim 10 procent minder geld beschikbaar stellen voor wijkverpleging. Wijkverpleging kost zo’n drie miljard euro.

Merken patiënten iets van die bezuinigingen? NRC Handelsbladsprak met 21 wijkverpleegkundigen, die iedere dag wonden verzorgen, stoma’s aan- en afkoppelen of dementerende ouderen helpen met opstaan, douchen en aankleden. De verpleegkundigen werken door het hele land, voor verschillende organisaties, maar hun ervaringen zijn identiek: de thuiszorg is overal soberder geworden. Vooral de sociale functie van de wijkverpleegkundige lijdt onder de bezuinigingen.

Hetty Bolier, wijkverpleegkundige van Humanitas in Hoek van Holland, vertelt over een oude man die ze iedere dag medicijnen en boterhammen gaf. Totdat de man zelf zijn medicatie kon innemen. Bolier: „Toen zeiden wij: ‘dan moet u nu ook zelf voor uw boterham zorgen.’ Daar was hij niet blij mee. Bleek dat het hem ging om het contact met de buitenwereld. Hij is achterin de tachtig en maakt een rouwproces door omdat zijn vrouw is overleden.”

Bolier: „Onze functie is breder dan verzorgen. Er zitten veel kanten aan, maar de sociale functie is verdwenen.”

Even een boodschap doen

Miriam van Dun, wijkverpleegkundige van Buurtzorg in Haarlem, merkt dat ze nauwelijks meer ‘individuele begeleiding’ kan geven aan haar cliënten. „Even een boodschap doen. Of iets langer blijven, omdat iemand onrustig is, of pijn heeft. Kortom: de zorg die nodig is om mensen verantwoord thuis te laten zijn. Je kan het niet allemaal als werk registreren, dus kan het niet meer. Je mag iemand helpen douchen en aankleden, maar daarna moet je wegwezen.”

Om (langdurig) zieken, ouderen en gehandicapten toch de hulp te geven die ze nodig hebben, zoeken wijkverpleegkundigen creatieve oplossingen. Ze bieden vooral hulpmiddelen aan waarmee patiënten zichzelf kunnen redden. Zo zorgt Marianne Disberg (Buurtzorg) uit Ugchelen ervoor dat een reumapatiënt een apparaat krijgt, om zelf haar steunkousen aan en uit te trekken. En haar collega Lobke Brandsma (Buurtzorg) uit Groningen leert patiënten zelf hun stoma aan en af te koppelen. Brandsma: „Het kan toch niet de bedoeling zijn, dat we daarvoor levenslang aan huis komen? En als het de cliënt zelf lukt, zie je dat het een boost is voor het zelfvertrouwen.”

Schouders van vrienden

Veel werk komt terecht op de schouders van vrienden, familie en buurtgenoten, vertellen de wijkverpleegkundigen. Ze zien mooie voorbeelden. Caroline Smeets uit Zuid-Beijerland, werkzaam voor zorgorganisatie Careyn, kwam elke dag bij een vrouw met diabetes om insuline te spuiten. De zoon van deze cliënt heeft ook diabetes. Oplossing: moeder gaat twee keer in de week bij haar zoon eten. Hij helpt met de insuline en de vrouw komt ook nog eens uit haar sociale isolement. Smeets: „Twee vliegen in een klap.”

Problemen zijn er ook. Sommige wijkverpleegkundigen hebben het gevoel dat ze taken overdragen die daarvoor eigenlijk te zwaar zijn. Nachtzorg aan terminale patiënten, bijvoorbeeld. Ingrid van Rienderhoff uit Zierikzee: „Waar nachtzorg bij terminale patiënten kon worden geboden om familie of partner te ontlasten, wordt zulke zorg nu pas ingezet als het echt niet meer anders kan. Jammer, want er komt nu te veel op mantelzorg neer.”

Lastig is bovendien dat er geen geld is om vrijwilligers te werven of mantelzorgers in te werken. Zorgorganisaties leggen hun verpleegkundigen geen strikte beperkingen op – inschatten van de benodigde zorg blijft hun verantwoordelijkheid. Maar het risico is dan wel dat de verpleegkundige meer zorg levert dan uit het geslonken budget kan worden betaald. Dat ze tóch die maaltijd in de magnetron blijft zetten, of tóch blijft langskomen voor zorg die familie ook kan leveren.

Geen sociale taken

Zorgverzekeraars betalen voor verpleging, niet voor sociale taken – die moet de gemeente uitvoeren. Jos de Blok, directeur van Buurtzorg, waarvan verpleegkundigen over de vloer komen bij zo’n 80.000 mensen, vindt dat een probleem: „Wij doen ons best om zorgkosten te drukken door vrijwilligers in te schakelen en te begeleiden, maar we krijgen daarvoor niet betaald. Dat is een fout in dit systeem. Het is heel belangrijk dat de sociale functie van de wijkverpleegkundige wordt overgenomen, maar dat is moeilijk te organiseren als er niks tegenover staat.”

Brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland heeft meermaals gewaarschuwd dat een bezuiniging van 400 miljoen euro op wijkverpleging het moeilijk zal maken de zorgkwaliteit op niveau te houden. Maar die verantwoordelijkheid ligt niet bij de zorgverzekeraars, zegt hun woordvoerder. Dat is echt aan de wijkverpleegkundigen. „Wij hopen dat de beroepsgroep dit gaat inzien en dat de organisaties snel aan de slag gaan.”