‘1 op de 5 Amerikaanse vrouwen wordt aangerand op college

Dat schreven meerdere Amerikaanse media, waaronder CNN en Time

illustratie Martien ter Veen
illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Vorige week studeerde Emma Sulkowicz af aan Columbia University. Voor het laatst droeg Sulkowicz haar matras mee, ditmaal naar de ceremonie. Sinds vorig jaar september droeg ze op de campus van de Amerikaanse Columbia University uit protest een matras met zich mee. Sulkowicz zegt dat ze is verkracht en dat haar verkrachter nog steeds vrij rondloopt. De universiteit geloofde haar verhaal niet en weigerde de vermeende verkrachter aan te pakken.

Amerikaanse media, waaronder CNN en Time, schreven over het verhaal. Dat werd soms als exemplarisch beschreven voor de „verkrachtingscultuur in de Verenigde Staten”. Een op de vijf Amerikaanse vrouwen zou aangerand zijn tijdens haar studie.

Wij vroegen of ons af waar die aantallen vandaan komen en checkten: een op de vijf Amerikaanse vrouwen is slachtoffer van aanranding tijdens de college-periode.

Waar is het op gebaseerd?

Het cijfer komt uit een in 2007 gepubliceerd rapport van het Amerikaanse ministerie van Justitie. In de Campus Sexual Assault Study werd gebruikgemaakt van een vragenlijst, die naar een representatieve steekproef werd gestuurd. 5.446 vrouwen die bezig of klaar waren met hun opleiding reageerden. De vragenlijst werd verspreid bij twee grote universiteiten (die niet met naam werden genoemd, uit angst voor negatieve publiciteit). 19 procent van de ondervraagden zei sinds het starten van de opleiding te maken hebben gehad met seksueel geweld.

En, klopt het?

We bellen met Christopher Krebs en Christine Lindquist, twee auteurs van het rapport. Beiden zijn bekend met de berichtgeving. „Sinds het verschijnen van ons onderzoek hebben we al zoveel conclusies gelezen”, zegt Krebs, „en we hebben al vaak gezegd dat het genuanceerder ligt, maar het is een eigen leven gaan leiden.”

Hoe zit het dan wel? De onderzoekers zeggen dat het onderzoek niet generaliseerbaar is naar de rest van de VS. „Het onderzoek is wat het is: een onderzoek naar seksueel geweld op twee grote universiteiten”, zegt Krebs.

En de culturen op universiteiten en hogescholen in de VS verschillen. Ook wordt de definitie van aanranding die de onderzoekers hanteerden in veel berichten niet toegelicht. Het gaat niet alleen om fysiek seksueel geweld. Als vrouwen in de vragenlijst antwoordden dat zij dronken waren tijdens seksuele contacten, valt dat ook onder het begrip aanranding. In het onderzoek wordt ervan uitgegaan dat je onder invloed geen toestemming kan geven voor seksueel contact.

In het onderzoek worden ook ongewenste intimiteiten gerekend tot aanranding. Een ongewenste kus of het aanraken van sexual body parts (borsten, billen, geslachtdelen) valt hier bijvoorbeeld onder. En: als iemand een ondervraagde zoende wanneer ze onder invloed was, dan viel dat óók onder aanranding.

Als je alleen maar kijkt naar seks, dan heeft niet 19 procent van de vrouwen te maken gehad met aanranding, ‘maar’ 14,3 procent, zegt Lindquist. En weer: alleen op twee universiteiten.

CNN schrijft dat er nog een onderzoek is dat de ‘1-op-5-claim’ ondersteunt. Uit dat onderzoek bleek dat meer dan 18 procent van de 483 ondervraagde eerstejaars op een college in New York te maken heeft gehad met aanranding, of een poging daartoe.

Kate Carey, hoofdauteur van dat artikel, benadrukt: het geldt alleen voor eerstejaars van deze onderwijsinstelling. „1-op-5 is een getal dat je vaker tegenkomt”, zegt ze. Verontrustend vindt ze de cijfers wel, en misschien is er sprake van een trend in de VS, zegt ze.

Er zijn meer, kleinschalige onderzoeken. Maar die zijn onvergelijkbaar omdat ze vaak verschillende definities hanteren. Daarom pleit Kate Carey voor meer, grootschalig onderzoek, met één definitie.

Conclusie

Hoewel twee onderzoeken op ongeveer ‘1-op-5’ uitkomen, gaan die in op situaties op enkele colleges. De resultaten zijn niet generaliseerbaar. We beoordelen de stelling als ongefundeerd.