Speels activisme

Een nieuwe stroming van vooral vrouwelijke Zuid-Afrikaanse fotografen brengt zonder gêne het menselijk lichaam in beeld. „Voor mij is fotografie geen luxe.”

Die matras was mijn eerste huiselijke aankoop”, zegt fotograaf Dean Hutton. Ze doelt op de blauwe bloemetjesmatras die ze tien jaar geleden kocht toen ze vlak bij Roberts Avenue in het centrum van Johannesburg ging wonen. Toen was Hutton nog nieuwsfotograaf. Sindsdien is er veel veranderd.

Dean, die in 1976 als Nadine in Johannesburg werd geboren, ging kort na haar vertrek als huisfotograaf bij de krant Mail & Guardian haar camera gebruiken om haar ambigue seksuele identiteit te onderzoeken. In 2012 begon ze aan haar provocerende serie Dean’s Bed, waarvoor ze allerlei mensen uit Johannesburg naakt liet poseren op haar matras.

Het idee achter de serie is simpel, zegt Hutton. „Er moet sprake zijn van echte vriendschap. En wie het aandurft om voor mij uit de kleren te gaan en in z’n blote niks op mijn bed te gaan liggen, die moet ik toch wel in mijn hart sluiten?”

Op die manier fotografeerde ze onder anderen conservator Melissa Mboweni, kunstenaar Lesley Perkes en actrice Jemma Kahn, die in 2012 de Critics’ Choice Award won op het Amsterdam Fringe Festival. Hutton vereeuwigde ook zichzelf naakt op haar matras, met haar hond Comet. „Ik kan anderen moeilijk iets vragen waar ik zelf te schijterig voor ben”, zegt ze.

Met haar verleidelijke, speelse en uitdagende foto’s maakt Hutton deel uit van een nieuwe stroming van veelal vrouwelijke fotografen die gewone Zuid-Afrikanen op ongewone manieren in beeld brengen.

Een andere exponent daarvan is Zanele Muholi. Ook zij is een openlijk lesbische fotograaf die zichzelf en haar vrienden naakt op bed heeft geportretteerd. Een van die foto’s veroorzaakte in 2009 een rel, toen de toenmalige minister van Kunst en Cultuur, Lulu Xingwana, wegliep van een expositie omdat ze het werk te ‘pornografisch’ vond. Muholi, die vier jaar ouder is dan Hutton en opgroeide in Durban, kwam op haar negentiende naar Johannesburg om grafische vormgeving en webdesign te studeren. Voordat ze in 2001 haar opleiding vervolgde aan de Market Photo Workshop, had ze als kapster, fabrieksarbeidster en receptioniste gewerkt. In 2002 was ze een van de oprichters van het Forum for the Empowerment of Women (FEW) en begon ze aan haar huidige carrière als ‘activistisch fotograaf’.

Met haar intieme, vrijmoedige portretten van de zwarte lesbische gemeenschap in Zuid-Afrika oogstte Muholi veel bewondering. Maar het conservatieve volksdeel, dat in weerwil van de homovriendelijke grondwet vrij groot is, viel collectief over haar heen. Veelzeggend is een incident uit 2004 toen Muholi een aantal foto’s van zwarte lesbiennes exposeerde tijdens de Gender and Visuality Conference aan de Universiteit van Wes-Kaapland. „Ik wist wel dat mensen soms moeite hebben met mijn werk”, vertelde Muholi niet lang daarna. „Maar de tentoonstelling veroorzaakte een enorme schok. Mensen begonnen me zelfs met bijbelteksten om de oren te slaan. Er waren er ook die vonden dat ik zwarte vrouwen niet op die manier had mogen afbeelden en vroegen waarom ik daar geen blanke vrouwen voor had genomen.”

Rafelranden

Het bekendste project van Muholi is ongetwijfeld Faces and Phases, een reusachtige verzameling sobere portretten van zwarte lesbiennes, recht van voren gefotografeerd en geenszins aanstootgevend, als een eregalerij van wat ze als één grote familie beschouwt. Sinds ze er in 2006 mee begon op de burelen van FEW op Constitution Hill, waar ook het Constitutionele Hof van Zuid-Afrika is gevestigd, heeft Muholi al meer dan vierhonderd van deze portretten gemaakt.

„Voor mij is fotografie geen luxe, maar visueel activisme”, schreef ze in een essay uit 2011. „Ik maak foto’s om mijn politieke doel te bereiken, om iets te doen tegen de onzichtbaarheid van de LGBTI-gemeenschap (lesbiennes, homo’s, biseksuelen en interseksuelen) in de gewone media.”

De beperkingen van de traditionele printmedia waren ook voor de fotograaf Jodi Bieber reden om de krantenkolommen te verruilen voor de galerie als voornaamste podium voor haar werk. Bieber won vele prijzen en werd internationaal bekend door haar portret van Bibi Aisha, de jonge Afghaanse vrouw die door de Talibaan werd verminkt omdat ze bij haar gewelddadige man was weggelopen. Die foto stond in augustus 2010 op de cover van het Amerikaanse weekblad Time.

Bieber werkt sinds 1994 als fotograaf, en ook zij volgde de Market Photo Workshop, een vakschool die mede door David Goldblatt is opgericht. Aanvankelijk legde ze zich toe op zwart-witfotografie, met de economische en geografische rafelranden van de Zuid-Afrikaanse samenleving als hoofdthema. Maar met haar serie Real Beauty uit 2008 voegt ze zich bij de groep fotografen die sinds de afschaffing van de apartheid zonder gêne het menselijk lichaam in beeld brengt.

Het idee voor die serie kwam voort uit een commerciële opdracht voor het huidverzorgingsmerk Dove. Tijdens de shoot liet een van de modellen zich ontvallen dat haar onvolmaaktheden vast wel zouden worden weggepoetst met Photoshop. Vervolgens hoorde Bieber een radioprogramma over de toename van anorexia onder zwarte Zuid-Afrikaanse vrouwen die verlangden naar een meer westers silhouet.

„Ik had sterk de behoefte om een project te doen dat tegen de door de media gedicteerde schoonheid ingaat”, legt Bieber uit in het boek Figures & Fictions, de catalogus van een gelijknamige tentoonstelling die in 2011 in het Londense Victoria and Albert Museum te zien was, en waaraan ook Muholi en Pieter Hugo meededen. „Dit project draait om realiteit, dus ik heb nergens littekens, cellulitis of andere ‘onvolkomenheden’ weggeshopt, maar tegelijkertijd speelt ook fantasie een rol.”

Anders dan Muholi en Hutton vroeg Bieber haar modellen (die ze liever ‘medewerksters’ noemt) niet om geheel ontkleed te poseren, uit consideratie met de behoudende opvattingen van de vrouwen en hun familie. De Zuid-Afrikaanse portretfotografie is dus niet altijd provocerend, maar kan ook kleurrijk en vrolijk zijn.

Straatfotografie

Dat is zeker het geval bij Nontsikelelo ‘Lolo’ Veleko. De in 1977 in Kaapstad geboren Veleko brak door met haar foto’s van jonge, hippe Johannesburgers uit de beginjaren van deze eeuw. Hoewel die serie documentair van karakter is, heeft haar belangstelling voor de straatmode van Johannesburg ook een persoonlijk motief. In haar studietijd maakten haar vrienden vaak grappen over haar punkachtige voorkomen. Eenmaal in Johannesburg kreeg ze harde verwijten naar haar hoofd geslingerd.

„Waarom loop je er zo bij? Denk je soms dat je blank bent? Trek toch iets normaals aan!” Haar serie – die mede geïnspireerd is op de straatfotografie van de Japanner Shoichi Aoki, grondlegger van het cultmodeblad Fruits – stelde haar in staat om op zoek te gaan naar mensen net als zijzelf en hen op een positieve manier af te beelden.

Oliver Kruger, een fotograaf uit Kaapstad die enige tijd als assistent van Pieter Hugo heeft gewerkt, doet iets vergelijkbaars. Hij begon in 2012 aan zijn portretreeks Golden Youth. Op het idee gebracht door de flamboyante bezoekers van Street Cred, een jaarlijks evenement voor liefhebbers van urban mode, muziek en kunst, fotografeerde hij twee jaar lang vertegenwoordigers van de verschillende urban tribes van Johannesburg.

De serie is niet bedoeld om een bepaalde subcultuur of consumptiepatroon in beeld te brengen, zegt hij met klem. „Het is gewoon een momentopname van een handjevol mensen. Geen algemeen statement over Johannesburg.” En toch, geeft hij toe, is elk portret ook typisch Johannesburgs. „Deze specifieke look en stijl kom je nergens anders tegen.”

vertaling Cecilia Tabak