In beeld

Tutsi’s die de excuses van Hutu’s voor hun misdaden accepteerden

Militante Hutu’s richtten in de zomer van 1994 een ongekend bloedbad aan in Rwanda. In een paar maanden tijd vermoordden zij tussen de 500.000 en 1 miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s. Twintig jaar na de genocide trok fotograaf Pieter Hugo voor naar Rwanda voor zijn Portraits of Reconciliation Hij portretteerde steeds een Hutu met een Tutsi, een dader en een slachtoffer dat de dader zijn misdaden heeft vergeven. Bijvoorbeeld Viviane Nyiramana, die haar hand legt op de schouder van Jean Pierre Karenzi, de man die haar vader en drie broers vermoordde. The New York Times publiceerde de serie. Tegen verslaggever Susan Dominus van de krant zei Karenzi: „Ik had last van mijn geweten, en ik schaamde me toen ik de vrouw voor het eerst weer zag.” Na een cursus ging de Hutu opnieuw naar Nyiramana toe om haar om vergeving te vragen. Samen met een aantal andere daders hielp hij daarna om een huis voor haar te bouwen. Nyiramana: „Ik was bang voor hem. Nu ik hem heb vergeven, zijn de zaken normaal geworden en voel ik me vrij in mijn hoofd.” Over zijn portretten zegt Hugo: „Je hebt gradaties van vergeving. Sommige koppels zaten gezellig te roddelen over dorpsgenoten, andere wilden alleen maar poseren. De distantie of de nabijheid die je ziet, geeft de situatie tamelijk accuraat weer.”
François Sinzikiramuka (links) was betrokken bij de moord op de broer van Christophe Karorero. Die vergaf hem: „Als je een en al boosheid bent, kun je je verstand verliezen. Toen ik hem vergaf, kwam mijn geest tot rust.”
François Ntambara (links) doodde de zoon van Epiphanie Mukamusoni. Zij zegt: „Hij moordde mijn zoon niet zelf, hij werd door de duivel achterna gezeten.” Hij is sinds haar vergiffenis van zijn nachtmerries af. „Als Epiphanie en ik samen zijn, zijn we als broer en zus. Er is geen argwaan tussen ons.”
Juvenal Nzabamwita (rechts) zat bijna tien jaar in de gevagenis. Zijn vader vermoordde de kinderen van Cansilde Kampundu en ook haar man en dochters werden door Hutu’s vermoord. Zij zegt: „Ik kon geen eenzaam leven leiden. Als ik ziek zou worden, wie zou er aan mijn bed komen zitten? En als ik hulp nodig zou hebben, wie zou me komen redden? Daarom gaf ik er de voorkeur aan om te vergeven.”
Laurent Nsabimana (rechts) verwoestte het huis van Beatrice Mukarwambari. Zij zegt: „Als iemand je zonder haat benadert, dan verwelkom je je hem en geef je hem wat hij wil, ook als er afschuwelijke dingen zijn voorgevallen. Vergeving staat gelijk genade.”
Deogratias Habyarimana (rechts) was betrokken bij de moord op de kinderen van Cesarie Mukabutera. Zij zegt: „Het heeft tijd gekost, maar ik ben me gaan realiseren dat we allemaal Rwandezen zijn. Door te vergeven krijg je een goede buurman.”
Godefroid Mudaheranwa (links) stak het huis van Evasta Mukanyandwi in brand en probeerde haar en haar kinderen te vermoorden. Zij zegt: „ik haatte hem. Toen hij naar mijn huis kwam en op zijn knieën om vergiffenis vroeg, was ik geroerd door zijn oprechtheid. Nu hoef ik maar te roepen en komt hij me redden.”
Dominique Ndahimanar (links) bouwde samen met vijftig andere voormalige Hutu-militieleden een huis voor Cansilde Munganyinka. „De dag dat ik vergiffenis vroeg aan Cansilde viel er een last van mijn schouders.”