Opinie

    • Marike Stellinga

Makkelijk geld verdienen met de speltheorie

Als economiestudent aan de Universiteit van Amsterdam wist je waar je moest zijn om snel wat guldens bij te verdienen: het laboratorium voor experimentele economie CREED. Wij spraken het op zijn Engels uit – ‘kried’ – maar de oprichter, Frans van Winden, vertelt dat hij het lab in de eerste moeilijke jaren na de oprichting in 1991 weleens liefkozend ‘kreet’ noemde.

Ik dacht deze week aan CREED door het overlijden van de wereldvermaarde wiskundige John Nash. Bij het grote publiek bekend door de film A Beautiful Mind, die vooral draait om zijn schizofrenie. Bij economen en wiskundigen bekend door zijn briljante inzichten. Hij is een van de grondleggers van de speltheorie (wanneer werken mensen samen en wanneer gaan ze voor eigen gewin?) – een van de spellen die wij speelden in CREED. Daar moest je bijvoorbeeld in vele rondes op de computer kiezen tussen samenwerken en niet samenwerken met een ander (voor jou onbekend) proefkonijn in het lab. Je kon beiden geld verdienen door samen te werken, maar je kon meer geld verdienen als de ander wel samenwerkte en jij niet. Als je beiden niet samenwerkte, verdiende je niks.

Geld verdienen was makkelijk, vonden mijn economievrienden en ik. Er zaten namelijk altijd ook psychologiestudenten bij de experimenten (we huisden in hetzelfde gebouw). Die doorzagen de spellen naar ons idee niet, en kozen vaak voor samenwerken. Wij konden scoren door een aantal rondes met ze mee te doen en voor samenwerken te kiezen, maar in de laatste rondes af te haken: kassa. Ik herinner me een keer grote verontwaardiging bij psychologiestudenten toen het geld uitgedeeld werd. Aso’s! Tja, moet je maar niet naïef zijn, dachten wij. En op een terras lachten we nog wat na.

Zijn economiestudenten asocialer dan andere studenten? Omdat ze tijdens hun studie leren dat egoïstisch gedrag soms loont? Er zijn onderzoeken geweest die daarnaar hintten, en ik was benieuwd of in de bijna 25 jaar van CREED dat verschil zichtbaar was geworden. Professor Van Winden heeft het niet kunnen ontdekken, vertelde hij me deze week. Althans: het gevonden verschil tussen de psychologie- en economiestudenten is niet wetenschappelijk significant. Er zit wat meer berekening in economiestudenten, maar dat bewijs is niet erg hard, aldus Van Winden.

Wat leer je nou van al die experimenten? Als ik Van Winden en zijn collega Arthur Schram lees, zou ik het als volgt samenvatten: mensen handelen minder vaak uit eigenbelang dan uit andere overwegingen, zoals rechtvaardigheid of frustratie. In het dictatorspel (ik mag 100 euro verdelen tussen mij en een ander, die niets in te brengen heeft) blijkt 60 tot 70 procent van de mensen de ander meer te geven dan niets. En: goed zijn loont. Zo zijn mensen bereid om kosten te maken om jou voordeel te bieden, als je hen voordelig hebt behandeld. En omgekeerd: als je mensen benadeelt, zijn ze bereid kosten te maken om jou te benadelen.

Veel goeds komt dus vanzelf. De Amerikaanse econoom Deirdre McCloskey betoogt het al jaren: vrije markten zijn doorgaans, ook zonder toezicht en correctie van de overheid, prima functionerende sociale systemen. Zij (schrijver van het boek met de heerlijke titel How to Be Human – Though an Economist) vindt dat zowel de fans als de haters van het kapitalisme een karikatuur van vrije markten maken. ‘Greed is good’ is net zo’n schadelijke boodschap als ‘Pas op, iedereen is een potentiële uitbuiter’. Een beetje vertrouwen hebben in de medemens is beter. Want de moraal op markten telt.

(En ja, waarde psychologiestudenten, wij waren aso’s.)