Je kunt kiezen, zei Willem: allemaal of alleen Cor

Misdaad Tegen zijn zus Astrid zei Willem Holleeder wie hem had geholpen zijn gabber Cor van Hout te laten vermoorden. Hij wist niet dat zij het gesprek opnam voor justitie. „Zo heeft hij ook Cor verraden.”

Willem Holleeder Foto Peter Smulders

Behangen met afluisterapparatuur ging Astrid Holleeder begin maart 2015 op bezoek bij haar broer Willem in het huis van bewaring in Alphen aan den Rijn. Gevangenisbezoek was routine voor de jongste zus van Willem, maar dit had ze nog nooit gedaan. Astrid was op een missie, samen met haar oudere zus Sonja, die ook mee ging. De twee zussen speelden een dubbelspel en hadden, zonder dat Willem het wist, zeer belastende verklaringen afgelegd over zijn rol bij onderwereldmoorden. Volgens de zussen Holleeder is Willem onder meer verantwoordelijk voor de dood van zijn zwager Cor van Hout, de man met wie Sonja twee kinderen had gekregen.

Van Hout werd op 24 januari 2003 doodgeschoten door een man achterop een rode motor toen hij een Chinees restaurant in het oude centrum van Amstelveen verliet. Hij stond nog even na te praten met botenverkoper Robert ter Haak toen de rode motor uit het niets opdook. Ook Ter Haak, met wie Van Hout een handeltje zou gaan opzetten, werd neergemaaid in het spervuur van kogels. Van Houts chauffeur Bas was de auto gaan halen toen de schutter het dodelijke salvo afvuurde. Hij vond het levenloze lichaam van zijn vriend op straat. Ter Haak stierf twee weken later aan zijn verwondingen.

Hoe wisten die mannen op de rode motor dat ze precies op dat tijdstip bij die Chinees moesten zijn? In de Amsterdamse onderwereld ging het verhaal dat iemand Cor van Hout had verraden, dat kon haast niet anders. Dat gerucht werd jaren later voor het eerst formeel bevestigd door Fred Ros, een veroordeelde huurmoordenaar die in 2014 een deal had gesloten met justitie en als kroongetuige zijn kennis over de liquidatie van Van Hout had opgebiecht. Er was een tipgever geweest en die had 200.000 euro ontvangen, zo onthulde Ros.

Klopte dat verhaal? En wie was de tipgever?

Om die naam te achterhalen stapte Astrid Holleeder dus de gevangenis in, samen met Sonja en een vriendin van Willem. „Gaan jullie maar even praten”, zei Willem tegen de andere twee vrouwen toen het drietal de bezoekersruimte binnenkwam. Met dit trucje probeerde hij eventuele pogingen van de gevangenisdirectie om gesprekken tussen Holleeder en zijn bezoek af te luisteren, te bemoeilijken. Van de plannen van Astrid merkte hij niks.

Daarna begonnen broer en zus te fluisteren, zo valt te horen op een opname van het gesprek

Daarna begonnen broer en zus te fluisteren, zo valt te horen op een opname van het gesprek. Astrid vertelde Willem dat Fred Ros bekend had gemaakt dat er bij de aanslag op Cor een tipgever in het spel was geweest. Die was te zien op camerabeelden van de moord. „Moet ik nog iets doen?” wilde ze weten. Want gewoon vragen wie die tipgever was, zou tot groot wantrouwen leiden bij Willem. Astrid vertelde haar broer dat Ros het had over een persoon die druk door het beeld heen en weer rende. „Ik zei tegen Willem dat ik de televisiebeelden weer had bekeken en dat het Bassie was: ‘Je weet, die Bassie is een waus, moet ik wat doen?’” Bij een waus zit een steekje los.

„Nee maak je niet druk”, zei Holleeder, „zo is het niet gegaan.” Toen leunde hij volgens Astrid ontspannen achterover, met een houding van: ze kunnen me niks maken. Het is goed te horen op de opname van het gesprek.

Chauffeur Bas had zijn baas niet verraden. „Het was Ter Haak”, fluisterde Willem vervolgens vrijwel onhoorbaar terwijl hij zich naar haar toe boog. De man met wie Van Hout een handeltje zou opzetten, had hem verlinkt. Nadat de bewaker op de Holleeders toekwam om hen te waarschuwen dat de deur op een kier moest blijven zodat ze hen in de gaten konden houden, wist Willem zijn zus nog toe te vertrouwen dat hij Ter Haak via een tussenpersoon had benaderd. Maar wie dat was geweest, vertelde hij niet. Ook werd niet duidelijk of Ter Haak die dag bewust in de liquidatie was ‘meegenomen’.

Zo kwam er voor de zusjes Holleeder een einde aan een queeste die op 31 januari 2003 was begonnen, de dag dat Cor van Hout naar zijn laatste rustplaats op begraafplaats Vredenhof was gebracht. Zijn oudste dochter Francis had daar als eerste gesproken. „Papa, je zei ons altijd dat de wereld hard was, maar dat het allemaal goed zou komen. Maar het komt niet meer goed… Je zei ook altijd: knokken, blijven knokken… Dat zullen we doen.”

Na haar emotionele toespraak nam een aantal van zijn beste vrienden het woord, onder wie hasjhandelaar Gijs van Dam senior, Martin Erkamps, Cors halfbroer en een van de vijf Heinekenontvoerders, en misdaadverslaggever Peter R. de Vries. De twee waren goede vrienden geworden nadat ze in 1987 samen een boek over de ontvoering hadden gepubliceerd. Tijdens de plechtigheid omschreef De Vries Van Hout als „de meest bijzondere man” die hij ooit had ontmoet.

Dierbare herinnering

Opvallende afwezige die vrijdagmiddag: Willem Holleeder. De Neus behoorde niet tot het selecte groepje vrienden dat de kist van Cor naar het graf droeg. Hij hield niet van begrafenissen. De Neus, zoals Cor zijn zwager altijd noemde, had wel een rouwadvertentie geplaatst in De Telegraaf: ‘Alles is nu verleden. Alleen de dierbare herinnering aan hoe het was blijft.’

Hoe dierbaar Willems herinnering was, merkten Astrid en Sonja meteen na de begrafenis. Ze waren door Willem ontboden in het Amsterdamse Bos. Daar openbaarde zich wat de zussen al dachten: Willem was betrokken bij de moord op Cor. De Neus had zijn oude gabber verraden. Sonja kreeg te horen dat ze haar huis in Spanje moest afgeven aan niemand minder dan Stanley Hillis, een gevreesde figuur in de Amsterdamse onderwereld en de nieuwe partner in crime van Holleeder. Het pand diende als betaling voor de moordenaars van Cor.

Maak je niet druk, zei Willem, zo is het niet gegaan. En hij leunde ontspannen achterover

Sonja kreeg de rekening gepresenteerd voor de moord op haar grote liefde, de vader van haar kinderen. Zo deed De Neus dat. Het huis in Spanje kreeg hij niet, dat was al verkocht, maar de zussen waren gebroken door het verraad van hun broer. Al sinds de tweede aanslag op het leven van Cor, eind 2000, wisten ze dat Willem het op hem had gemunt. Vlak voor de schietpartij bij de woning van Sonja was Astrid door haar broer voor het blok gezet. „Als je niet vertelt waar hij is, gaat er een raket naar binnen”, had Willem gezegd. „Dan gaan ze er allemaal aan en ben jij verantwoordelijk. Dus je kunt kiezen: allemaal of alleen Cor.”

Maar waarom had Willem zijn jeugdvriend Cor van het leven beroofd? Het antwoord: aanzien, geld en macht – klassieke waarden, ook in de onderwereld. Holleeder was zijn criminele carrière ooit begonnen als chauffeur en loopjongen van Van Hout. Cor was een dominante figuur, ook tijdens de Heinekenontvoering, die van beide mannen bekende Nederlanders had gemaakt. Nadat ze in 1992 weer vrij waren gekomen, bleef Cor Willem domineren. „Cor eiste alle aandacht op”, zo legde Cors halfbroer Martin Erkamps in 2013 uit aan misdaadjournalist Hendrik-Jan Korterink.

Erkamps vertelde hoe Willem ooit door zijn maatje naar de slager werd gestuurd. Cor wilde beleg van een joodse slager in Amsterdam-Zuid, maar De Neus was voor het gemak naar een andere gegaan, ook een goeie, maar dichter in de buurt. „Cor ziet dat het van een andere slager is en gooit dat beleg zo op straat”, aldus Erkamps. „Cor was soms een nare man. Willem heeft dat heel lang geaccepteerd, zoals iedereen, maar ik begreep wel dat hij het op den duur niet meer pikte.”

Een gluiperd en een schele hond

De spanningen tussen de twee gabbers leidden in 1996 tot een breuk. Directe aanleiding was een mislukte moordpoging in maart van dat jaar, waarbij Van Hout zwaargewond raakte. Willem sprak in die tijd over Cor als „een gluiperd, een alcoholist en een schele hond”. Holleeder accepteerde het dedain en de dominantie van Van Hout niet langer, zo bleek. „Met Holleeder heb ik geen contact meer”, verklaarde Van Hout in 1997. „Hij was een vriend, familie en anders. Na de schietpartij is het misgegaan. Dan zie je dat het geen echte vrienden zijn. Ik kreeg hierdoor ook ruzie met mijn vrouw Sonja, die familie is van Willem. Willem bezocht mij in die tijd niet en je hoorde verder weinig van je zogenaamde vrienden. Willem heeft ook een meisje uit een ander milieu. Hij is anders gaan leven.”

Volgens Astrid Holleeder was Willem al in 1996 uit geweest op geld van Cor. „Het inpikken van zijn bezittingen was het motief om Cor om het leven te brengen”, vertelde ze in 2013 in een geheime getuigenverklaring aan de politie. „Sinds 1996 heeft Cor altijd geweten dat Willem hem zocht om hem wat aan te doen.”

Ook de aanslag in 1996 was volgens Astrid opgezet door Willem en draaide om het bezit van Van Hout die op de Alkmaarse Achterdam een aantal raambordelen had. „Als Cor in 1996 was doodgegaan”, vertelde Astrid, „was niemand er ooit achtergekomen dat mijn broer daar achter zat.” Doordat de aanslag destijds mislukte, faalde ook Holleeders greep in de kas. De dag dat Van Hout werd doodgeschoten had Willem aan zijn zus Sonja gevraagd naar die panden op de Achterdam. Voor Astrid was dat het bewijs dat het hem daar al die tijd om te doen was geweest.

Zeven jaar na de mislukte aanslag was het De Neus dan toch gelukt. Hij was aan het einde van die januaridag in 2003 heel vrolijk geweest, vertelde zijn toenmalige vriendin Sandra Klepper jaren later aan de politie. Toen Sandra tegen Willem zei hoe erg ze het vond voor de kinderen van Cor, verzuchtte Holleeder: „Weet jij hoe lang ik hierover gedaan heb? Eindelijk is het gelukt.”

Onder de duim

Astrid en Sonja hebben de betrokkenheid van hun broer bij de moord op Cor van Hout nooit kunnen verkroppen. Holleeder hield zijn zus Sonja vaak voor dat wat hij met Cor had gedaan, hij ook met haar kon doen. Je weet wat ik doe hè, zei hij dan, terwijl hij met duim en wijsvinger een pistool vormde. Door zo te dreigen dacht Holleeder zijn zussen onder de duim te kunnen houden. Maar uiteindelijk onderschatte hij de angst en de overlevingsdrang binnen zijn familie. Uitgerekend de vrouw die Willem in vertrouwen nam, Astrid Holleeder, en haar zus Sonja hebben alles wat zij wisten over zijn criminele handel en wandel in handen gelegd van het Openbaar Ministerie.

Ook het bandje met het afgeluisterde gesprek over de lokker stelde Astrid ter beschikking van justitie en politie. Ze voelde zich opgelaten. De manier waarop ze de naam van de tipgever had weten los te peuteren, leek op verraad – al was dat gezien het gedrag van haar broer op zijn minst een dubbelhartig woord. „Ik kon niet anders, maar toch voelt het niet goed”, probeerde ze haar worsteling uit te leggen. „Zo heeft hij ook Cor verraden. Zijn eigen zwager. Wie doet zoiets?”