‘Het oosten van Zuid-Afrika was onbewoond toen de blanken arriveerden’

Dat stelt PVV-Kamerlid Martin Bosma

illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Kamerlid Martin Bosma van de PVV publiceerde afgelopen donderdag het boek waar hij vier jaar aan zegt te hebben gewerkt. In Minderheid in eigen land, waarschuwt hij dat door massamigratie Nederlanders door hetzelfde lot worden bedreigd als de blanke Afrikaners in Zuid-Afrika. Hij schetst hoe de nazaten van de Culemborgse VOC-man Jan van Riebeeck die in 1652 in de Kaap landde, ‘onbewoond land’ aantroffen toen ze begin negentiende eeuw naar het ‘Hogeveld’ trokken. Dat is het gebied waar nu ondermeer de steden Johannesburg en Pretoria liggen. Deze Voortrekkers werden volgens Bosma pas een minderheid door de massale immigratie van Bantu-stammen uit het noorden van Afrika. Met andere woorden: de blanken hebben meer aanspraak op dat deel van Zuid-Afrika, dan zwarte Zuid-Afrikanen. Klopt het, van dat onbewoonde land?

Waar is het op gebaseerd?

De leegland-theorie is populair in extreemrechtse kringen in Zuid-Afrika om de claim van blanken op het land te legitimeren. Hij wordt ondermeer gebezigd in Orania, een dorpje van 900 uitsluitend blanke inwoners. Zwarten zijn in het dorp niet welkom.

Bosma ontving in 2013 een delegatie uit Orania. Ook het apartheidsregime propageerde de theorie, om zijn claim op het Zuid-Afrikaanse land te rechtvaardigen. De in 2010 vermoorde leider van de neo-nazistische Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB) Eugene Terre’Blanche legde mij in een van zijn laatste interviews voor zijn dood uit op welk land de Afrikaners internationaal rechterlijk aanspraak zouden maken. Dit gebied strekt zich uit van de grens van Botswana in het noordwesten, de grens van het koninkrijkje Swaziland in het oosten en Lesotho in het zuiden. De AWB van Terre’Blanche waarschuwde voor een een massamoord op blanken als zwarte Zuid-Afrikanen aan de macht zouden komen. De aanhang van de partij smolt als sneeuw voor de zon toen dit scenario na 1994 niet bleek uit te komen. In een voetnoot zegt Bosma de leegland-theorie te baseren op het boek De Geuzen van de Negentiende eeuw. Abraham Kuyper en Zuid-Afrika van Ch. van Koppen.

En, klopt het?

‘De mythe van het lege land’ wordt door een reeks historici doorgeprikt. Zie bijvoorbeeld History Today, South Africa the myth of empty land (www.historytoday.com/shula-marks/south-africa-myth-empty-land). Volgens archeologisch onderzoek stamt de eerste aanwezigheid van Bantu’s in het oosten van het huidige Zuid-Afrika al uit de derde eeuw na Christus. De grote Bantu-migratie vanuit het noorden (Zimbabwe) vond plaats in de twaalfde eeuw, ruim 350 jaar voordat de Portugees Vasco da Gama als eerste Europeaan om de Kaap zeilde.

Toen Jan van Riebeeck in 1652 aanmeerde in de Kaap moest hij direct onderhandelen met de lokale Khoisan om zijn „Fort ende Tuyn” te mogen bouwen, zoals hem door de VOC was opgedragen. Vijf jaar later kwamen de Khoisan voor het eerst in opstand omdat de Nederlanders boerderijen wilden bouwen op het land waar de Khoisan hun vee lieten grazen. Van Riebeeck bericht daarover in zijn logboek. Meer oorlogen tegen de Khoisan volgden in 1659, 1673, 1677. De blanke kolonisten gaven vervolgens de opdracht iedere Khoi te arresteren en over te brengen naar Robbeneiland, waar Nelson Mandela eeuwen later werd vastgezet. De Khoi vluchtten daarop richting Namibië en Botswana. Halverwege de negentiende eeuw botsten Britse troepen op grote groepen Xhosa in de huidige Oost-Kaap. Schilderijen van die botsingen hangen in het Kasteel in Kaapstad, dat is gebouwd op de plek waar Van Riebeeck zijn eerste Fort bouwde.

Conclusie

Martin Bosma winkelt selectief in historische bronnen. Zijn stelling dat het oosten van Zuid-Afrika onbewoond was voordat de blanken arriveerden is onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl.