Citaat van de week: Geert Wilders die vaststelt dat de PVV ,,leidend in het debat in Nederland is’’. Kauwt u hier gerust even op. Hij zei dit namelijk echt. En hij zei het niet zomaar.
Het was op een voor de PVV bijzondere gelegenheid: bij de presentatie, donderdag in de Kamer, van Martin Bosma’s boek over Zuid-Afrika. U weet wel, dat boek met die wonderlijke voorgeschiedenis: het was immers Wilders zelf die het, najaar 2013, in een interne mail „geweldig nieuws” noemde dat de uitgever (Prometheus) het niet wilde uitbrengen.
Dit nadat Wilders, ook per mail, een vertrouweling had aanbevolen Bosma vooral op afstand te houden. „Nogmaals wees svp voorzichtig met mb”, aldus de leider, op 7 oktober 2013.
Ik weet het: dit is al sinds vorig voorjaar bekend, toen deze krant uit dat afgewezen manuscript citeerde. Ik roep het alleen in herinnering omdat Bosma deze week in zijn publiciteitsoffensiefje, geholpen door Wilders zelf, zo voortreffelijk deed alsof er nooit iets was voorgevallen tussen die twee. En dat het met de PVV ook verder fantastisch ging. Vakwerk was dat.
Maar goed, dat is de PVV: altijd liever fictie dan feitelijkheid. Dit keer werden nota bene tijdens die boekpresentatie details bekend die een ander beeld van de partij naar buiten brachten.
Het ging om de definitieve uitslagen van de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Je kon erin zien op welke kandidaat-senatoren leden van Provinciale Staten hadden gestemd. En binnen de PVV was dit uitgelopen op chaos: waar Wilders provinciale lijsttrekkers intern opdroeg zijn lijstvolgorde te respecteren, hadden bijna alle PVV-Statenleden zich daar niets van aangetrokken. Leiderschap?
De gevolgen: lijsttrekker Marjolein Faber, die als Gelders Statenlid het bedrijfje van haar zoon inhuurde, kreeg alléén stemmen van PVV’ers in Overijssel, Zeeland en Limburg. En een vrijwel onbekend Eerste Kamerlid, ene Alexander Kops, door Wilders op een kansloze veertiende plaats gezet, ontving verreweg de meeste PVV-stemmen.
Een rondje langs Statenleden en senatoren leerde me dat hier de typische PVV-combinatie van wantrouwen en dorpspolitiek minibedrog aan het werk was geweest.
Zo stond het voor de meeste Statenleden vast dat lijsttrekker Faber de actie tegen haarzelf, en vóór Kops, gewoon had gesteund. Faber verloor haar zetel door de actie niet en Kops, oud-leraar Duits en dichter, is Fabers vicevoorzitter in de Gelderse Staten: de twee zijn hecht met elkaar.
Belangrijker: bijkomend was dat hierdoor de Zeeuwse PVV’er Peter van Dijk uit de senaat verdween, en daar was dit allemaal om te doen: wraak. Van Dijk was namelijk Fabers tegenkandidaat bij haar verkiezing, vorig jaar, tot fractievoorzitter in de Eerste Kamer
Nogal ironisch, legde een PVV’er uit: terwijl Van Dijk zelf netjes op Faber stemde, precies zoals Wilders voorschreef, werkte Faber mee om hem beentje te lichten. „Die Van Dijk is in het pak genaaid”, zei de PVV’er.
Dit is dus de ware PVV: een naar binnen gekeerd wereldje van politici die vooral met elkaar en hun functies bezig zijn. Een haaienvijvertje waarin je positie elk moment verloren kan gaan. Ook omdat de partijleider graag wantrouwen over partijgenoten verspreidt (zodat bijna al zijn partijgenoten wantrouwen over hem verspreiden).
Gevolg is ook dat de partij geen kans op besturen maakt: ze viel in alle provincies uit de boot. En typerender: een recente poging van een relatief ervaren kandidaat, de Limburgse oud-PVV-gedeputeerde Antoine Janssen, om burgemeester van Almere te worden (waar de partij de grootste is) liep laatst ook al stuk.
PVV’ers weten die dingen van elkaar; dit houdt hun wereld klein, net als hun uitzicht op betere functies of een ander leven. Zo rest niets anders dan vasthouden aan het bestaande baantje.
Dit is dus ook het lot van Bosma. Terwijl hij in openbare optredens gretig in het offensief gaat tegen de islam of – zijn favoriet – ‘de linksen’, maakt ook hij in de binnenwereld van de PVV al jaren vernederende toestanden mee, blijkt uit interne partijcorrespondentie.
Dus hoe fraai hij en Wilders het deze week ook brachten: ook Bosma heeft geen keuze dan het wantrouwen en de scheldpartijen van zijn partijleider te ondergaan. Het gebeurde bij voorbeeld al in 2011, toen Bosma en een collega een interne actie opzetten om een fractiegenoot (Hero Brinkman) een kopje kleiner te maken – het bekende werk in de partij.
Resultaat: een sms waarin Wilders de fractiesecretaris uitmaakte voor „unfair”, „achterbaks” alsmede „sneaky’”. Een „mes in mijn rug”, aldus Wilders 5 maart 2011 aan Bosma.
En mensen mogen Bosma, fractiesecretaris immers, typeren als PVV-ideoloog, zijn bestuurswerk behelst ook de vreemdste capriolen van fractiegenoten. Als „Dion [Graus] dreigt met juridische stappen” omdat de Kamer hem „geen lamellen” wenst te geven, moet Bosma maart 2013 in actie komen.
Tegelijk zien PVV’ers dat Bosma op Wilders neerkijkt – de bron van veel spanningen. Zo vertrouwt hij fractiegenoten toe dat Wilders een minderwaardigheidscomplex zou hebben omdat hij geen academische titel heeft, vertelt Johan Driessen, Wilders’ oud-persoonlijk medewerker, in 2013. Evengoed waagt Bosma tegen Wilders op te staan als de partijleider voorstanders van wachtgeld voor oud-Kamerleden intern uitmaakt voor opportunisten en zakkenvullers. Dan haalt Bosma uit („ho ho ho”) en biedt Wilders later excuses aan.
En, pikant detail: getuigen weten óók dat Wilders zich 19 maart 2014, enkele uren voor zijn beruchte ‘minder minder’-uitspraken, in kleine kring uitermate negatief over Bosma uitliet.
Dus je kunt je voorstellen dat zo iemand zich graag afsluit om een boek te schrijven. En toen ik, niet-kenner van Zuid-Afrika, vorig jaar zijn afgewezen manuscript las, kreeg ik niet de indruk dat hier veel onzin verteld werd. En dat dit thema – de bedreigde ‘meerderheid’ – politieke potentie voor de PVV had.
Evengoed bleek me nogal vlot dat Bosma gewend is dat hij wegkomt met gewoon maar wat zeggen tegen verslaggevers. Toen ik hem een gesprek over zijn boek vroeg, sms’te hij doodleuk: „Ik schrijf geen boek over ZAfrika.’’ (Deze week zei hij in Pauw dat hij er vier jaar aan had gewerkt.)
Ook zag ik wel waarom Wilders het „geweldig” vond dat het destijds niet was uitgegeven. De PVV-leider vreesde, werd me verteld, alleen nadeel van persoonlijke aanvallen op Mandela („een heilige”) of cryptoracistisch flirts met de Zuid-Afrikaanse enclave Orania, waar alleen blanken wonen.
En wat me deze week nog het meest opviel, toen ik het manuscript met het boek vergeleek, was dat de voornaamste aanpassingen precies langs die lijnen zijn aangebracht. Betwistbare beschuldigingen – dat Mandela als president opdracht gaf burgers te beschieten – zijn geschrapt. De ophemeling van Orania is niet langer de epiloog, maar zit nu ergens middenin het boek verstopt. Anti-Mandela-koppen zijn vervangen door anti-ANC-koppen.
Dus Martin Bosma mocht zich deze week presenteren als zelfstandig schrijver, in werkelijkheid droeg ook zijn boek de sporen van het oordeel van de PVV-leider. In dit opzicht was het een werkstuk onder politieke curatele. Tegelijk kon je niet zeggen dat hier iemand wat op papier had gekwakt, al zag je snel dat de auteur, als hem dit politiek uitkwam, was gaan knutselen aan de bronvermelding.
Maar vooral bleef dit over: bij veel van de gerechtvaardigde kritiek op de linkse omgang, de afgelopen decennia, met Zuid-Afrika had Bosma wel héél weinig aandacht voor zijn eigen vroegere opvattingen over de strijd tegen apartheid.
Want wie in 1992 als vrijwilliger campagne voerde voor Mandelahugger Bill Clinton, en wie in 2002 in Amsterdam nog de multiculturele radiozender Colorful Radio leidde, zou ook een paar dingen over de evolutie van de eigen positionering kunnen schrijven.
Het zat er blijkbaar niet in, volgens het procedé dat we van de PVV kennen: de anderen hebben het nu eenmaal meestal gedaan. Alleen de anderen.