Oer-Deens meisje is migrant uit Duitsland

Archeologie

Het Deense ‘Meisje van Egtved’, uit de Bronstijd, is al priesteres en flierefluiter geweest. Waarschijnlijk is ze een uitgehuwelijkte Duitse.

Het Egtvet-meisje lag in een uitgeholde eiken boomstam die in een grafheuvel was begraven. Foto Roberto Fortuna

Ze is in 1370 voor Chr. begraven in een eikenhouten kist, op een ossenhuid, in een wollen rokje en dito blouse, en er lag een grote bronzen schijf op haar buik. Zo werd ze in 1921 gevonden in Jutland, bij het dorp Egtved. Sindsdien is ze bekend als het Egtved-meisje, een Deense uit de Bronstijd.

Toch kwam ze niet uit Denemarken, maar helemaal uit het Zwarte Woud, blijkt uit isotopenonderzoek aan haar tanden, haren, nagels en kleding. En ze heeft die verre reis, jong als ze was, meerdere keren gemaakt (Scientific Reports, 21 mei).

Het onder prehistorici beroemde meisje was 16 of 17 toen ze samen met het gecremeerde lijkje van een ongeveer zesjarig kind werd begraven. Haar korte levensloop is gereconstrueerd door een onderzoeksteam onder leiding van Karin Frei, die als archeoloog en geoloog is verbonden aan het Deense Nationale Museum.

Het element strontium is aanwezig in de aardkorst en komt via voedsel en drinkwater in planten, dieren en mensen. Het vertelt iets over de plaats of plaatsen waar is geleefd. Het skelet van het Egtved-meisje is vergaan, maar enkele kiezen, haar 23 cm lange haren en haar nagels zijn intact. Uit de strontiumisotopen die zich in de eerste levensjaren hebben afgezet in haar kiezen blijkt dat ze uit het Zwarte Woud komt. En uit de isotopen in haar haren blijkt dat ze de afstand tussen Zuid-Duitsland en Jutland in haar laatste twee levensjaren meerdere malen heeft afgelegd.

David Fontijn is archeoloog aan de Universiteit Leiden en een kenner van de Europese Bronstijd. Hij is enthousiast over de bevindingen van Frei en haar collega’s. „Verrassend is niet alleen dat ze van ver komt, maar ook dat ze verschillende malen heen en weer moet zijn gereisd tussen haar geboorteplaats en waar ze uiteindelijk is begraven. En dat op jonge leeftijd.”

Er is al heel lang discussie over de vraag hoe Europese mensen leefden in de Bronstijd. Fontijn: „Aan de ene kant bestaat het beeld van een Europa waar mensen voor het eerst honderd procent boer zijn, op hun plek blijven en investeren in de grond. Aan de andere kant is er het beeld van een mobiele bevolking, die veel reist en contacten onderhoudt over grote afstanden. Vanwege dat brons, want koper en tin komen niet overal voor – en al helemaal niet in Denemarken.”

Handelspartner

Frei c.s. spelen met de gedachte dat het Meisje van Egtved is uitgehuwelijkt door een handelspartner in het zuiden. Fontijn vindt dat geen gek idee. „Er bestonden banden met wingebieden van metaal, dat werd geruild voor Deense barnsteen, en die kunnen door huwelijksrelaties zijn bevestigd.”

Omdat ze een bronzen schijf meekreeg als grafgift is lang gedacht dat ze priesteres was van een Scandinavische zonnecultus. Fontijn: „Er is van alles bij haar bedacht. Als je haar googlet, vind je wel twintig plaatjes met reconstructies. Omdat ze is begraven in een soort minirokje, ongewoon voor die tijd, werd ze in de jaren zestig beschouwd als een flierefluiter. Maar de meer recente versie is dat ze iemand van aanzien moet zijn geweest, want ze is met veel égards begraven en ze heeft een gigantische bronzen schijf op haar lendenen. Dat is heel bijzonder. Er is volop gespeculeerd wat daar de betekenis van zou zijn, maar dat die schijf de zon voorstelt gaat me iets te ver. Hij glimt mooi, maar er staan ook spiralen op. Hoe dan ook: ze werd kennelijk door de samenleving die haar begroef beschouwd als iemand van aanzien.”

Lappendeken

Veel is niet bekend over de structuur van samenlevingen uit de Bronstijd, zegt Fontijn. „Er waren lokale leiders, maar die posities waren nooit erfelijk. Het moet een heel dynamisch en instabiel systeem zijn geweest. Door de uitwisseling van brons ontstonden machtsverschillen, maar die waren heel veranderlijk. Hoewel alle voorwaarden aanwezig zijn, ontstaat er nooit een staat, zoals in het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten. Het blijft een lappendeken van kleine groepjes die elkaar naar het leven staan.”

Fontijn is enthousiast over de nieuwe inzichten die isotopenanalyse opleveren. „De laatste tien jaar is dat onderzoek in opkomst. Vroeger werden contacten en reisgedrag gereconstrueerd met objecten: een bepaalde kledingstijl, ornamenten. Maar dat is vaak heel moeilijk hard te maken. Hier heb je een bron die laat zien waar mensen hun eerste levensjaren hebben doorgebracht. En daarmee zie je niet alleen aanwijzingen voor trekkers, maar ook voor blijvers. Nieuw aan dit specifieke onderzoek is dat een poging is gedaan niet alleen de kindertijd te reconstrueren aan de hand van tanden, maar ook de latere levensloop aan de hand van haren.”

    • Dirk Vlasblom