Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

De bibliotheek is zoveel meer dan een verzameling boeken

Ieder kind moet vanaf zijn achtste in zijn eentje naar de bibliotheek kunnen, vindt de directeur van de OBA. Maar het bestaansrecht van de bieb staat ter discussie. En de subsidie slinkt.

De 26 OBA-vestigingen in en om Amsterdam
De 26 OBA-vestigingen in en om Amsterdam

In een kleurige hoek tussen tekeningen en prentenboeken leest een groepje kinderen beurtelings voor uit Pluk van de Petteflet.

Hamza: „Het was majoor. Hij zat met een adju…ju..da…”

„Een adjudant”, helpt OBA-medewerker Francisco Nunes. „Wie weet wat dat is? En wat is een majoor, eigenlijk?”

Er volgen meer verhalen met moeilijke woorden: salueren, chagrijn, terpentijn, kajuit.

Nunes bedacht het idee met kinderen voor te lezen een paar jaar geleden. Inmiddels is het vaste prik in de OBA Cinétol in de Tolstraat in De Diamantbuurt, plus een aantal andere vestigingen. Soms is het hartstikke druk, zoals vorige week, op de Annie M.G. Schmidtmiddag. Soms is het rustiger, zoals vandaag.

Voor de kinderen uit de buurt zijn de OBA en de activiteiten een vanzelfsprekendheid, zegt Nunes. Er zijn erbij die elke dag komen: chocomel drinken, lezen, hangen met vrienden. Omdat het slechts een paar keer oversteken is, mogen ze er van hun ouders alleen naar toe. Zoals Nora Amer (10), die hier haar vriendinnen van school tegenkomt. Ze bezoekt veel activiteiten en leent elke week twee boeken, het liefst boeken „over meiden”.

De OBA – 23 vestigingen in Amsterdam – moet het met een miljoen euro minder subsidie doen, maakte het college van D66, VVD en SP gisteren bekend. Dat is bovenop de 3,5 miljoen die al op de OBA is bezuinigd tijdens de vorige collegeperiode. Het valt directeur Martin Berendse „rauw op zijn dak”, zegt hij, omdat het college de bezuinigingen op cultuur zou terugdraaien. Op meer geld had hij niet gerekend, maar nóg een korting op de ruim 26 miljoen subsidie is „behoorlijk ingrijpend”.

Geluiden uit de Stopera wezen de afgelopen weken al wel in die richting. In een uitgelekte lijst met bezuinigingsopties werd de OBA genoemd. Niet meer de stadsdelen, maar de centrale stad financiert de OBA nu, waardoor het totale subsidiebedrag ineens inzichtelijk werd. Vorige week opende VVD-raadslid Rik Torn de aanval door te suggereren dat Marktplaats een prima alternatief is voor de bibliotheek. „De hele Wereldbibliotheek is er immers voor een paar euro te koop: van Grunberg tot Tolstoj.”

In zijn raadsvragen over het nut en de kosten van de bibliotheken in de stad merkte Torn ook op dat de afstand tussen sommige vestigingen wel erg klein is: tussen de Linnaeusstraat en het Javaplein zit bijvoorbeeld slechts 1,2 kilometer. De kosten per uitleen zijn bovendien hoog, berekende hij: in de voormalige vestiging Watergraafsmeer omgerekend bijvoorbeeld 11,31 euro per boek.

Vrije toegang tot informatie

Maar de bibliotheek is er allang niet meer voor boekenuitleen alleen. Berendse illustreert dat misverstand graag met een foto van de allereerste OBA, in 1919 geopend op de Keizersgracht. ‘Openbare leeszaal en bibliotheek’, staat er op de gevel. Dat raakt de kern, vindt Berendse. „De essentie van de OBA is de plek, met vrije toegang tot kennis, informatie en cultuur, voor alle Amsterdammers. Het uitlenen van boeken is daar slechts een onderdeel van.”

Vorig jaar waren er bijna 7.500 activiteiten in de OBA, variërend van lezingen en debatten tot leesclubs en tablet-cursussen en van lessen Nederlands tot social media. Terwijl de uitleen al jaren afneemt, nemen de bezoekersaantallen en de lidmaatschappen juist toe – vooral dankzij de Centrale OBA aan de Oosterdokskade, geopend in 2007. Ongeveer de helft van de 3,7 miljoen bezoekers komt voor de leestafels met kranten en tijdschriften. En een steeds groter deel zit er om te studeren. „Wie ’s ochtends die rijen mensen voor de deur ziet, kan moeilijk beweren dat de bibliotheek aan maatschappelijk belang inboet”, zegt Berendse. Ruim de helft van de 177.000 OBA-leden is jonger dan 19 jaar.

Achter een computer in de OBA-vestiging in Osdorp zit Ernest Dedou (40) uit Ivoorkust. Met hulp van een OBA-medewerker oefent hij de Nederlandse taal, via het programma ‘Leef en Leer!’, van onder meer de OBA en de gemeente. Hij is vastberaden Nederlands te leren, ook al heeft hij geen verblijfsvergunning gekregen. ’s Nachts slaapt hij in de gemeentelijke bed–, bad–, en broodvoorziening, overdag is hij op Nederlandse les of in de OBA.

„De bibliotheek is als een kerk voor mij”, zegt Dedou. Overal waar hij kwam ging hij naar de bieb: in Leersum, Breda, Doorn en Ter Apel. „In de bibliotheek is het rustig en veilig, hier voel ik me als een man zonder problemen.” Als Dedou hoort dat het aantal vestigingen in de stad ter discussie staat, haalt hij een zin aan van de Malinese schrijver Amadou Hampâté Bâ: „When an old man dies, a library is burning.”

Islamitische meisjes

Dat de bibliotheek méér is dan alleen boekenuitleen is recent nog vastgelegd in de landelijke Bibliotheekwet, sinds dit jaar van kracht. De openbare bibliotheek is een plek waar informatie beschikbaar is, staat daarin. Maar ook een plek voor ontwikkeling, ontmoeting en debat; waar lezen en literatuur gestimuleerd worden. De OBA richt zich daarbij nadrukkelijk ook op de kwetsbare groepen in de stad. Op ouderen, kinderen, laaggeletterden, inburgeraars. Omdat iedereen zich welkom moet voelen, is het personeel een afspiegeling van de stad. In alle culturen wordt de bibliotheek als een veilige plek gezien; ook islamitische meisjes mogen er na school alleen naartoe.

Oud-directeur Hans van Velzen herinnert zich gniffelend hoe het beleid ooit was dat als 10 procent van een wijk een bepaalde afkomst had, de OBA boeken moest hebben in de betreffende taal. „Maar wat bleek: Marokkaanse kinderen lezen helemaal geen Arabisch.” Nu is alles juist gericht op het onder de knie krijgen van de Nederlandse taal.

Zijn al die vestigingen wel nodig? Achter het huidige netwerk zat geen grootstedelijk masterplan: het is het beleid van zeven stadsdelen, die veel te zeggen hadden over het waar en hoe, zegt Berendse. Graag kijkt hij nog eens kritisch naar de verdeling van de vestigingen over de stad, net als naar de collectie en openingstijden. Maar zijn ideaal verraadt hoe hij erover denkt. Vanaf een jaar of acht, zegt Berendse, zou ieder kind in Amsterdam naar de bibliotheek moeten kunnen. Alleen, op de fiets.