Ook de politie is wel eens baldadig

Politiewerk zit vol dilemma’s en in het heetst van de strijd worden soms eigen regels gemaakt. Goede ‘veiligheidsgordels’ zijn daarom belangrijk, schrijft Bob Hoogenboom.

Foto’s CCCME.org, Atlantic Tantical, Foxtrot Productions, Beijing Hengtongiswei Technology, Gotta Have It, MGA Emblem, Defenshield, Made In China.com

Een politieagent, getrouwd met twee kinderen, veertig jaar oud, verdient 2.100 euro netto in de maand. Net als verplegers, onderwijzers en kunstenaars gaat het niet alleen om geld. Er is iets anders. Dat ‘iets’ zit in de combinatie van een sterk rechtvaardigheidsgevoel, actie, spanning, kameraadschap en voldoening uit concrete oplossingen van incidenten. Uit onderzoek blijkt dat politieagenten beschikken over een ‘sterke morele gedrevenheid’. En, ‘boeven vangen’, zoals politiemensen zeggen. Dat de werkelijkheid aanmerkelijk routinematiger is, doet daar niets aan af. Diep binnenin zit een romantische inborst: waakzaam en dienstbaar zijn. Maar ook de adrenalinerush van de onmiddellijke actie ‘om iets te stoppen dat beter niet kan gebeuren’. Nú!

Deze gedrevenheid is de kracht van de politie. En tegelijkertijd een valkuil. Als jonge onderzoeker ging ik mee naar een briefing. In een wijkje in de buurt van de luchthaven Zestienhoven werd een actie voorbereid. Het was een broeinest van incidenten waar veel politie-inzet was geweest. De politie werd getreiterd met valse 112-telefoontjes, agenten waren in problemen gekomen tijdens de opvolging van meldingen. De afspraak was om bij de volgende melding het gezag te herstellen. Op drie plaatsen rond de wijk stonden busjes met agenten klaar. Na anderhalf uur was er nog geen melding gedaan. Een agent zei: „Zullen we zelf maar bellen?”

Een problematische evenwichtskunst

De morele gedrevenheid grenst aan baldadigheid. Aan het zoeken naar grenzen. In extreme gevallen aan uitlokking. Een leerstuk in de politiesociologie is de ‘police riot’: door de aanwezigheid, maar soms ook door houding en gedrag wordt een rel veroorzaakt. De situaties in enkele Amerikaanse steden dezer dagen illustreren de problematische evenwichtskunst die inherent is aan politieoptreden. Politiemensen houden zich aan de spelregels. Maar in de hitte van het spel worden soms eigen regels gemaakt.

Sinds Montesquieu – de grondlegger van ons staatsbestel – wordt geschreven over de ‘discretionaire bevoegdheid’: de vrijheid om in concrete gevallen naar eigen inzicht een besluit te nemen. Op straat, in onderzoeken, tijdens verhoren en bij het opmaken van een proces-verbaal. De morele gedrevenheid leidt, vaker dan we willen of durven accepteren, tot gradaties van creatieve toepassing van regels.

Een hoofdcommissaris van Londen, Sir Robert Mark, heeft eens gezegd: „Een goed korps pakt iets meer criminelen dan het in dienst heeft.” Dat bedoelde hij bloedserieus en liefdevol. Bloedserieus omdat zijn korps in de jaren zeventig geteisterd werd door corruptie. Liefdevol omdat hij als geen ander wist hoe moeilijk politiewerk kan zijn. Dat het vol dilemma’s zit, en dat iets goed doen inhoudt dat je de regels moet kneden. Dit is geen incident, maar een constante. De politiegeschiedenis kent legio voorbeelden. Tijdens de IRT-affaire begin jaren negentig (waarbij het Interregionaal Recherche Team gebruik maakte van criminele infiltranten in drugsbendes, red.) ontspoorde bijvoorbeeld het enthousiasme om de bad guys te pakken. Politiemensen gingen zelf drugs importeren om zicht te krijgen op de onderwereld.

De toepassing van geweld is soms disproportioneel. Er zijn integriteitsschendingen. Intern wordt – zo leert een recent blog van korpschef Bouman – gediscrimineerd. De werkregels van de straat zijn grillig. De Britse politieonderzoeker Dick Hobbs schreef een briljant boek over de recherche in de volkswijk East End in Londen: Doing the Business. East End is een arbeiderswijk waarin de formele en de informele economie verweven zijn. Er is sprake van een cultuur van leven en laten leven, verlenen van gunsten, ruilhandel, een oogje dicht doen. De recherche functioneert midden in deze doing the business-cultuur en neemt er onderdelen van over.

Creatieve toepassing van de wet

Binnen de juridische werkelijkheid van het Wetboek van Strafrecht en Strafvordering is op de werkvloer soms sprake van creatieve toepassing. Politiewerk is dan ook voorzien van checks and balances: iedere politie-eenheid heeft een Bureau Integriteit, ieder schietincident wordt onderzocht door de Rijksrecherche. Hetzelfde geldt voor corruptie. De AIVD doet achtergrondonderzoeken naar politiefunctionarissen om de betrouwbaarheid vast te stellen. Dat gebeurt wanneer mensen in dienst treden, bij bevorderingen en voor kwetsbare functies wordt dit onderzoek om de vijf jaar herhaald. Soms worden vergaande bevoegdheden ingezet, zoals afluisteren of een financieel onderzoek. Iedere politie-eenheid heeft vertrouwenspersonen in dienst waar gevoelige onderwerpen kunnen worden besproken. De Nationale Ombudsman doet uitspraken over klachten.

Aan politiemensen vragen wij niet de makkelijkste dingen. Tegelijkertijd zijn in een rechtsstaat veiligheidsgordels aangebracht, omdat politiewerk per definitie grijze gebieden kent. De kwaliteit van deze veiligheidsgordels is even belangrijk als ‘boeven vangen’.